Je leest:

Jonge vogels leren brabbelend hun deuntjes

Jonge vogels leren brabbelend hun deuntjes

Auteur: | 6 mei 2008

Vogels leren, net als kinderen die leren spreken, al brabbelend hun ‘moedertaal’ te fluiten, zo blijkt uit onderzoek van MIT Cambridge (VS). Dit brabbelend onderzoeken van de fluitmogelijkheden vindt in een ander gedeelte van de hersenen plaats dan het gefluit van de getrainde deuntjes door een volwassen zebravink.

De manier waarop jonge vogels hun deuntjes leren is te vergelijken met de manier waarop kinderen hun moedertaal verwerven. Na de ontdekking dat met behulp van de stem en de mond verschillende geluiden gemaakt kunnen worden, en dat de omgeving daar ook nog eens op reageert, beginnen baby’s te brabbelen. Vanaf een maand of 8 begint het brabbelen al duidelijk kenmerken van de moedertaal te vertonen. Zo brabbelen kinderen over de hele wereld in een ander taaltje.

Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology in Cambridge (VS) hebben ontdekt dat zebravinken op dezelfde manier, door te brabbelen, hun ‘moedertaal’ leren. Ongeveer een maand nadat hij uit het ei is gekropen, begint het zebravinkje de deuntjes die zijn vader fluit na te bootsen. In ongeveer 2 maanden ontwikkelt het getjilp zich van een vals gekraai tot de mooie deuntjes die zijn vader ook tjilpt.

De zebravink komt oorspronkelijk uit Australië, maar wordt tegenwoordig wereldwijd veel als huisdier gehouden. Zowel het mannetje als het vrouwtje maken geluid, maar alleen het mannetje tjilpt de karakteristieke melodietjes.

Leren in de hersenen

Uit hersenonderzoek bij de zebravinken blijkt dat ze een apart hersengedeelte hebben dat gebruikt wordt om te oefenen met verschillende tonen tot zij hun uiteindelijke deuntjes gevormd hebben. Van dit hersengebiedje was al bekend dat het een grote rol speelde bij het leren van deuntjes. Als het deuntje eenmaal geleerd is, is het eerste hersengebiedje niet langer actief, maar wordt de uitvoering overgenomen door een ander hersengebied, het high vocal centre (HVC).

Wanneer dit HVC bij volwassen zebravinken operatief verwijderd werd, bleek dat hun getjilp terugging van de geleerde deuntjes naar het gebrabbel dat jonge vinkjes doen. Dit kun je terughoren in onderstaande geluidsfragmenten. In het eerste fragment hoor je de zebravink zoals deze normaal gesproken klinkt. In het tweede hoor je het gebrabbel van een volwassen zebravink waarbij het HVC is verwijderd. Dit toont aan dat het HVC geen rol speelt in de motoriek die nodig is bij het tjilpen: anders zouden de vinken ‘stom’ zijn geworden en helemaal niet meer getjilpt hebben.

FRAGMENT 1: Volwassen zebravink met HVC

FRAGMENT 2: Volwassen zebravink zonder HVC

Wanneer bij jonge zebravinken deze HVC verwijderd wordt, blijven ze gewoon brabbelen (te beluisteren in fragmenten 3 en 4). Zij gebruiken immers het HVC nog niet, maar alleen een ander hersengebied dat het leren mogelijk maakt. Wanneer dit gebied echter verwijderd wordt, stoppen de jonge vinken zelfs met brabbelen. Volwassen vinken blijven gewoon hun deuntjes tjilpen; zij hebben de deuntjes al onder de knie en hebben het leergebied niet langer nodig.

FRAGMENT 3: Jonge zebravink met HVC

FRAGMENT 4: Jonge zebravink zonder HVC

Willekeurig leren

Volgens Frank Johnson, een neuroloog aan de Florida State University (VS) ondersteunen deze resultaten een theorie die al langer correct lijkt te zijn: mensen en dieren leren nieuwe dingen door willekeurige ontdekkingen van de hersenen. Door de ‘toevallige’ ontdekkingen de het brein doet, bijvoorbeeld tijdens het brabbelen, leert een (mensen)jong zijn lichaam steeds beter kennen en gebruiken.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 mei 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.