Je leest:

“Je zette zich schrap”

“Je zette zich schrap”

Auteur: | 6 mei 2003

Verschrijvingen verraden dat we bij het schrijven heel wat afpiekeren. Terwijl we op de computer bezig zijn de ene formulering te tikken (‘Men zette zich schrap tegen iets’) schakelen we over op een andere (‘Je zette je schrap tegen iets’), wat soms leidt tot typische tekstverwerkerfouten. Over welke vormen dubben we zoal?

Verschrijvingen zijn vervelend, voor de schrijver én voor de lezer. Ze houden op en wekken de indruk dat er niet genoeg aandacht aan de tekst is besteed. Waarschijnlijk is het euvel de laatste jaren toegenomen, doordat steeds meer mensen een tekstverwerker gebruiken. We schuiven naar hartenlust met zinnen en woorden, schrappen, knippen en verplaatsen stukken tekst en voegen woorden toe. Bij het selecteren van een stukje tekst pakken we onbedoeld weleens een woord te veel mee, of te weinig. En ook de goedbedoelde activiteiten van de automatische spellingcorrector kunnen fouten veroorzaken.

Intussen verwerkt de computer alles braaf, en trouwhartig zorgt hij ervoor dat de regels netjes vollopen. Zo op het oog verraadt niets, maar dan ook niets, dat er iets mis is met de zinnen en alinea’s.

Freud

Kees van Kooten geeft in zijn boek Hilaria(2001) aardige voorbeelden van wat er allemaal fout kan gaan. In het hoofdstuk ‘Schermblind’ staat de volgende zin:

“En wie herinnert zich niet nog weet de richtingenstrijd tussen de aanhangers van de typemachine en de pleitbezorgers van de tekstverwerker werd onderling uitgevochten?”

In hun Basishandleiding Nederlands(1995) geven Liesbeth Koenen en Rik Smits een top-vijf van de meest voorkomende tekstverwerkerfouten:

- Dubbele persoonsvorm. - Verdwaald woord, vaak een vergeten restant van een eerdere versie van een zin. - Woord dat bij vergissing geschrapt is: ‘Op elke ondervraagde personen van vijftien jaar en ouder zijn ongeveer zeven geweldsdelicten gepleegd.’ Had moeten zijn: ‘Op elke honderd ondervraagde personen (…).’ - Verhaspeld woord: ‘grote schalen’ (oorzaak: de schrijver heeft de fout gespelde tweede lettergreep van het woord pate overal in zijn tekst willen vervangen door té, maar zag over het hoofd dat daardoor ook andere woorden met de lettergreep _te_een accent zouden krijgen. - Congruentiefouten: deze ontstaan bijvoorbeeld als je een enkelvoudig woord vervangt door de meervoudsvorm, en vergeet dat ook in de rest van de zin te doen.

Allemaal heel nare dingen, maar sommige hebben ook iets intrigerends. Ze roepen bijvoorbeeld de vraag op of er misschien zoiets bestaat als een freudiaanse verschrijving. Sigmund Freud was de eerste die constateerde – of misschien moeten we zeggen: meende te constateren – dat versprekingen ons een kijkje in iemands geest kunnen geven.

Een freudiaanse vergissing is een onbedoelde handeling of uitspraak die uit heimelijke motieven voortkomt. Een beroemd voorbeeld, afkomstig van Freud zelf, is de zin waarmee een voorzitter een vergadering opende: “Hiermee verklaar ik de vergadering voor gesloten.” Volgens Freud verraadde de zin een stiekeme wens: de voorzitter had absoluut geen zin in de vergadering.

Taalkundigen hebben verschillende bezwaren geopperd tegen Freuds manier om zulke versprekingen te verklaren. Hun belangrijkste punt van kritiek is dat je als psychiater alles van die patiënt moet weten om de verklaring überhaupt te kunnen opsporen, en dat de verklaring dus alleen voor die ene persoon geldt. Taalkundigen vinden dat je naar verklaringen moet zoeken die voor meer dan één geval gelden. Zij zoeken niet naar zielkundige maar naar taalkundige verklaringen.

In de taalkundige literatuur over versprekingen en verschrijvingen komt de naam Freud dus niet of nauwelijks voor. En meer dan eens is gebleken dat we Freud helemaal niet nodig hebben om bepaalde soorten versprekingen te verklaren. Zo heeft onderzoek uitgewezen dat we tegengestelde woorden in ons geheugen vlak bij elkaar hebben opgeslagen. Openen en sluiten liggen dus vlak bij elkaar – voor de verspreking van de voorzitter was helemaal geen tegenzin nodig. En voor verschrijvingen geldt zonder twijfel hetzelfde.

Spion

Maar misschien zeggen de verschrijvingen op de computer dan iets anders over hoe taal in ons hoofd werkt. Toen ik ze indertijd begon te verzamelen, koesterde ik het vermoeden dat de volgorde waarin de twee (of meer) onderdelen van de verschrijving in de tekst staan, overeenkomt met de volgorde waarin de schrijver erover heeft nagedacht.

Bijvoorbeeld bij “Satellietbeelden laten zien dat de vegetatie zich noordwaarts opschuift” zou je kunnen denken dat de schrijver eerst dacht aan de formulering ‘Satellietbeelden laten zien dat de vegetatie zich noordwaarts verplaatst’, en dat hij vervolgens vond dat het beter is om te schrijven dat die noordwaarts ‘opschuift’. Het leek me een fascinerend idee dat je op die manier kon zien wat er zoal door iemands hoofd is gegaan vanaf het ogenblik dat hij die zin of tekst begon te schrijven. Als een spion zou je door des schrijvers geest rond kunnen sluipen.

Helaas zijn er verscheidene redenen om te betwijfelen of dat in zijn algemeenheid opgaat. Allereerst hebben tekstverwerkerfouten vaak helemaal niets te maken met het denkproces: we wissen per ongeluk iets, we selecteren met de muis nét iets anders dan we van plan waren, enzovoort. In de tweede plaats zijn de knipsels die ik verzamelde voornamelijk afkomstig uit kranten en van websites. Zeker voor kranten geldt dat ze meestal het resultaat van teamwork zijn. Vaak gaat de tekst van een journalist nog eens langs de eindredactie, en dan is het moeilijk meer uit te maken wie wat geschreven heeft, en wie wat gedacht heeft.

Maar zelfs als we zouden weten dat een tekst uitsluitend van één persoon komt, is het niet gezegd dat die qua volgorde een weerspiegeling is van iemands denken. Het is bekend dat we, zeker bij het spreken, niet steeds keurig van ‘links’ naar ‘rechts’ denken. Bepaalde versprekingen zijn uitsluitend te verklaren als we ervan uitgaan dat het brein soms even anticipeert. Toen Johan Cruijff het laatst over het “springerfietsengefühl” had, verwisselde zijn brein razendsnel de beginmedeklinkers van de eerste twee woorddelen. Ongeveer hetzelfde geldt voor malapropismen van het type een slipje van de sluier of het scherp van de schede, al zou Freud hier ongetwijfeld het zijne van hebben gedacht.

Synoniemen

Het is dus vaak onmogelijk na te gaan in welke volgorde de verschillende formuleringen door iemands hoofd zijn gegaan. Maar het blijft altijd nog interessant om te weten over welk sóórt dingen schrijvers zoal dubben. Ik las ergens:

“De co-piloot ondernam niets ondernomen om de duikvlucht te onderbreken.”

De schrijver blijkt het niet met zichzelf eens te zijn geweest over de gewenste werkwoordstijd: eerst staat er “ondernam”, daarna “ondernomen”. Het voltooid deelwoord verraadt nog dat er heeft moet hebben gestaan.

Ook zien we meer dan eens dat een heel precieze formulering moet concurreren met een globale (en elk van de twee zou waar kunnen zijn, we kennen de feiten immers niet):

“Een zwarte man die zich gezicht krijtwit had gemaakt.” (‘zich krijtwit had gemaakt’ – ‘zijn gezicht krijtwit had gemaakt’)

Maar de strijd kan ook gaan tussen een stellige bewering en een afgezwakte:

“Met het merk [Spyker – RR] geeft De Mol de Nederlandse sportauto een centrale rol geven in zijn investeringsbedrijf.” (‘geeft’ – ‘wil geven’)

Vaak worden woorden of uitdrukkingen vervangen door een synoniem:

“De Congolese zanger Papa Wemba, bijgenaamd de ‘Elvis van Afrika’ genoemd, zit vast op verdenking van mensensmokkel.” (‘bijgenaamd de (…)’ – ‘(…) genoemd’)

De behoefte aan zo’n synoniem is niet altijd even makkelijk te doorgronden, zoals al blijkt uit het zojuist gegeven voorbeeld. Want wat was er nu eigenlijk fout aan bijgenaamd? Of juist aan genoemd? Behoefte aan variatie op een woord dat de schrijver daarvóór net gebruikt had, kan geen rol hebben gespeeld, want de geciteerde zin is de allereerste van het artikel. En in wat er volgde stond geen woord waarop gevarieerd hoefde te worden.

Illustratie: Hein de Kort

Weifelingen

In andere gevallen kost het minder moeite ons in de weifelingen van de schrijver te verplaatsen. Iemand schreef in een brief aan een instantie:

“Kan ik een onderzoek naar eerdere inschrijvingen worden verricht zonder gelijktijdig depot aan te hoeven vragen?” (‘kan ik een onderzoek verrichten’ – ‘kan er een onderzoek worden verricht’)

De brief verraadt dat de schrijver in onzekerheid verkeerde over het te gebruiken persoonlijk voornaamwoord. Misschien kreeg hij spijt van het woord ik, en schakelde hij over op een minder persoonlijke, meer formeel klinkende constructie, eentje zonder persoonlijk voornaamwoord. In plaats van zonder dat ik gelijktijdig depot hoef aan te vragen maakte hij een beknopte bijzin: “zonder gelijktijdig depot aan te hoeven vragen”. Maar het kan best zijn dat ik er nu te veel achter zoek, want schrijvers blijken sowieso regelmatig van een gewone bijzin over te schakelen naar een beknopte bijzin (of omgekeerd), zoals de volgende zin laat zien:

“In zijn ballingsoord liet Krekar weten dat de Al- Qaedaleider ‘betrouwbaar’ te vinden.” (‘liet weten dat hij de leider ’betrouwbaar’ vond’ (of: ‘dat de leider ’betrouwbaar’ was’) – ‘liet weten de leider ’betrouwbaar’ te vinden’)

In het voorlaatste voorbeeld lijkt een schrijver om te schakelen van een informele stijl ( ik) naar een formele. Maar de omgekeerde volgorde komt net zo goed voor. Iemand schreef: “Je zette zich schrap tegen iets” (‘je’ – ‘men’).

Lange zinnen

Twijfel kan ook toeslaan wanneer het gaat om de keus tussen enkelvoud en meervoud. Een mens betekent ongeveer hetzelfde als mensen. En dat patroon leidde tot de volgende zin:

“Veel basisscholen hebben een programma’s om het gedrag van kinderen te beïnvloeden.” (‘een programma’ – ’programma’s’)

Soms voelt de schrijver een sterke behoefte om op een bepaalde plek in de zin extra nadruk te leggen op een tegenstelling:

“Terwijl Engers met anekdotes dat bohémienachtige leven reconstrueert, daar schrijft Juffermans formeler over de illustraties die Van Dongen maakte.” (‘Terwijl Engers dat leven reconstrueert, schrijft Juffermans’ – ‘Waar Engers dat leven reconstrueert, daar schrijft Juffermans’)

De auteur had het woord daar gewoon kunnen weglaten, maar heeft misschien de behoefte gevoeld om de tegenstelling wat aan te scherpen met de uitdrukking waar … daar. Maar helaas, hij vergat dat hij terwijl moest vervangen door waar.

Tobben is het ook met lange zinnen. Neem de volgende tekst:

“Zo maakte hij [een arts – RR] eens mee dat toen een verpleegster de talloze bezoekers van een Marokkaanse patiënt erop attendeerde dat per zieke maximaal twee bezoekers aan het bed mogen zitten, interpreteerde een van hen dat als discriminatie.”

Het probleem moet hier zijn geweest dat de zin te ingewikkeld was opgezet. Plan A was: eerst een hoofdzin, daarna een daarvan afhankelijke (oftewel een ‘eerstegraads’) bijzin, daarna een daarvan weer afhankelijke tweedegraads bijzin. In plan B ging het anders: na de eerstegraads bijzin volgde niet de geplande tweedegraads bijzin maar een nieuwe hoofdzin. Met als gevolg dat de eerste hoofdzin er geheel nutteloos bij hangt.

Het zijn, al met al, allemaal heel herkenbare en behoorlijk bekende twijfelgevallen. Het nieuwe is alleen dat ze nu goed zichtbaar zijn – dankzij de computer.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 mei 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.