Je leest:

Je moet beter kunnen Nederlands praten!

Je moet beter kunnen Nederlands praten!

Op Nederlandse scholen bestaat vaak het idee dat kinderen van immigranten zo snel en zo veel mogelijk Nederlands moeten spreken. Hierbij wordt het belang van de eerste taal vergeten. De eerste taal of moedertaal heeft namelijk invloed op de verwerving van de tweede taal.

Small

Door de jaren heen zijn er in Nederland veel immigranten komen wonen uit veel verschillende landen. Deze mensen namen niet alleen hun eigen cultuur mee, maar ook hun eigen taal. De kinderen en kleinkinderen van deze immigranten groeien nu op in Nederland met twee talen én met twee culturen. Dit kan voor sommige kinderen problemen opleveren, bijvoorbeeld omdat ze de Nederlandse taal niet goed beheersen als ze naar school gaan, waardoor ze niet goed kunnen communiceren met andere scholieren en met hun docenten.

Op de Nederlandse scholen heerst meestal het idee dat de kinderen zo snel en zo veel mogelijk Nederlands zouden moeten spreken. Dit is inderdaad heel belangrijk. Maar hierbij wordt vaak het belang van de eerste taal vergeten. Enerzijds maakt een goede verwerving van de moedertaal het makkelijker om een tweede taal te leren. Anderzijds sluipen er nogal eens fouten in de tweede taal onder invloed van de moedertaal. Deze fouten zouden beter begrepen kunnen worden als er aandacht zou zijn voor de verschillen tussen de twee talen.

Kikkers

In mijn masterscriptie heb ik gekeken naar de beheersing van het Nederlands bij acht Nederlandse kinderen met het Tarifit Berber als moedertaal. Deze taal wordt gesproken in het noordoosten van Marokko. De kinderen waren zes of zeven jaar oud en zaten in groep drie. De kinderen vroeg ik een verhaal te vertellen aan de hand van het boek Tuesday van David Wiesner (1991). Dit boek bestaat geheel uit plaatjes en laat het verhaal zien van een groep kikkers die ’s avonds op bladeren door de stad vliegt.

De verhalen van de Berber kinderen vergeleek ik met de verhalen van twee kinderen met het Somalisch als moedertaal en vier eentalige Nederlandse kinderen van dezelfde leeftijd. Ook stelde ik vragen aan de meertalige kinderen over hun houding ten opzichte van zowel hun moedertaal als het Nederlands en in welke situaties ze welke talen spreken. Het doel van mijn masterscriptie was om te kijken in hoeverre de moedertaal invloed heeft op de verwerving van het Nederlands en welke andere factoren daarbij een rol spelen.

Tuesday2
Wiesner, D. (1991) Tuesday. Tuesday. New York: Clarion books.
David Wiesner

Mijn pitbull praat alleen Nederlands

In de taalgebruiksituaties is een duidelijke verschuiving tussen de generaties te zien. De meeste kinderen speken met hun grootouders alleen de moedertaal, maar met hun ouders beide talen. Met hun broers en zussen spreken vijf van de tien tweetalige kinderen zelfs alleen Nederlands. Met vrienden spreken de Somalische kinderen ook bijna alleen Nederlands, maar de meeste Marokkaanse kinderen gebruiken beide talen. Ook via televisie en computerspelletjes krijgen de kinderen veel Nederlandse taalinput.

Opvallend is dat bijna alle kinderen aangeven dat zij Nederlands praten met hun huisdieren. Een van de Marokkaanse kinderen legt uit: “Mijn pitbull praat alleen maar Nederlands, praat ik Nederlands tegen hem.” Op school mogen de kinderen alleen Nederlands gebruiken; het is niet toegestaan om in hun moedertaal te praten. Naast het Nederlands en hun moedertaal komen de kinderen ook veel in contact met andere talen. Zo hebben sommige kinderen Turkse vriendjes, horen de meeste kinderen Engels op de televisie en leren de Marokkaanse kinderen Arabisch op de Arabische school.

Gewoon twee talen

Alle kinderen hebben een positieve houding tegenover zowel hun moedertaal als het Nederlands. Ze vinden het Nederlands erg makkelijk, want je hoort het toch gewoon?. Met de moedertaal daarentegen hebben ze soms moeite, omdat ze niet alle woorden kennen. Sommige kinderen vinden hun moedertaal leuker dan het Nederlands, maar de meesten kunnen geen keuze maken, omdat ze alle talen leuk vinden.

Een aantal kinderen gebruikt het woord gewoon in combinatie met de Nederlandse taal. Een van de Marokkaanse meisjes zegt bijvoorbeeld dat ze gewoon Nederlands spreekt met vrienden en broers en zussen en in de pauzes op school. Later voegt ze eraan toe: “Al mijn vriendjes en vriendinnetjes die praten gewoon twee talen.” Voor haar is het dus heel normaal dat haar vrienden tweetalig zijn, maar ook dat ze in bepaalde situaties altijd Nederlands praat.

Verleden tijd/tegenwoordige tijd

Uit de analyse van de verhaaltjes blijkt dat de tweetalige kinderen een minder uitgebreide woordenschat hebben dan de eentalige kinderen, maar dat de Berber kinderen in dit opzicht meer verschillen van de eentalige kinderen dan de Somalische kinderen verschillen van de eentalige kinderen. Ook maken de Berber kinderen over het algemeen kortere zinnen dan de andere twee groepen.

Small

In de werkwoordsvorming is een interessante invloed gevonden van de eerste taal. Drie kinderen in de Berber groep maken een fout door een tegenwoordige tijd te gebruiken waar een verleden tijd nodig is (bijv. hij was bang van die kikkers, die hij heb gezien). Ook gebruiken vijf van de acht Berber sprekende kinderen regelmatig zowel de tegenwoordige als de verleden tijd, terwijl de Nederlandse groep bijna alleen de tegenwoordige tijd gebruikt en de Somalische groep bijna alleen de verleden tijd.

Dit kan worden verklaard vanuit het Tarifit Berber: daarin is vaak geen verschil tussen een werkwoord in de tegenwoordige tijd en een werkwoord in de verleden tijd. Dat de verleden tijd is bedoeld, kan in dat geval worden opgemaakt uit de context of door het gebruik van andere woorden die een verleden tijd aanduiden, zoals toen in het Nederlands. Twee van de drie kinderen die fouten maken in het kiezen van de juiste tijd hebben minder Nederlandse taalinput dan de andere kinderen. Ook maken deze kinderen minder lange zinnen dan gemiddeld. Deze twee kinderen zijn echter niet de enige Marokkaanse kinderen die zowel de tegenwoordige tijd als de verleden tijd regelmatig gebruiken.

Meer aandacht voor de moedertaal

Omdat de groepen in dit onderzoek erg klein zijn, kunnen de resultaten niet zonder meer worden doorgetrokken naar grotere groepen. Daarvoor is meer onderzoek nodig. Toch toont dit onderzoek aan dat er een invloed is van de eerste taal wanneer het gaat om het gebruik van de verleden tijd bij de Berbertalige kinderen.

Ook uit andere onderzoeken (zie kader) blijkt dat er een invloed van de eerste taal kan zijn op de verwerving van een tweede taal. Het zou daarom goed zijn als er op school meer aandacht zou worden besteed aan de moedertaal van de kinderen en de verschillen met het Nederlands. Daarnaast is het natuurlijk voor alle kinderen belangrijk dat ze zowel thuis als op school voldoende Nederlands taalaanbod krijgen.

Literatuur:

Jansen, B. Lalleman, J. and Muysken, P., The alternation hypothesis: acquisition of Dutch word order by Turkish and Moroccan foreign workers, Language learning 31 (2), p. 315- 336. (1981)

Liszka, S.A., Exploring the effects of first language influence on second language pragmatic processes from a syntactic deficit perspective, Second Language Research 20 (3) p. 212-231. (2004)

Opmerking bij de titel:

Een van de Marokkaanse kinderen wees een klasgenootje op een fout en vervolgde met: “Je moet beter kunnen Nederlands praten!” Aan de ene kant was ze zich er dus van bewust dat ze goed Nederlands moest praten, aan de andere kant maakte ze zelf een fout. Het zou ook goed kunnen dat “Nederlands praten” hier als een eenheid moet worden beschouwd. De kinderen krijgen waarschijnlijk vaak zoiets te horen als: “Nederlands praten!”

Lees verder op Kennislink:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/taalachterstand.atom", “max”=>"5", “detail”=>"normaal"}

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 november 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE