Je leest:

Je bent jong en je wilt wat

Je bent jong en je wilt wat

Jongerencultuur in aflevering 7 van de televisieserie De Gouden Eeuw

Auteur: | 16 januari 2013

Door de groeiende welvaart en rijkdom in het begin van de Gouden Eeuw, kwam er in de hogere kringen van de samenleving een specifieke jongerencultuur op, met veel aandacht voor mode, muziek, drinken en roken. De predikanten van de 17e eeuw waren daar niet blij mee en mopperden wat af over die losbandige jeugd.

“Wat wordt er toch vaak nog laat, zelfs tot na middernacht, gehangen op straat, jongeren die jagen, schreeuwen, zingen, die lopen te roepen en vloeken, anderen lastig vallen en de straat bevuilen: en ze lijken er nog veel lol in te hebben ook.”

Dit gemopper is niet van een bejaarde anno 2013; nee, dit is opgeschreven in 1644 door een dominee op Vlieland. Hij baalt van de rondhangende jongeren die op straat overlast bezorgen. En hij is niet de enige die zich druk maakt over jongeren. Mopperen op ‘de jeugd van tegenwoordig’ is écht van alle tijden.

Feestend gezelschap door adriaen matham 1620
Feestend gezelschap in een stad door Adriaen Matham, 1620. Op deze gravure is te zien hoe jongeren de straten onveilig maken, lawaaierig zijn, kotsen en belletje trekken.
Rijksmuseum Amsterdam

In het begin van de 17e eeuw, meer specifiek in de jaren ’20 en ’30, ontstaat er door de toegenomen welvaart een specifieke jeugdcultuur, vooral in de hogere sociale klassen in het gewest Holland. Terwijl aan de randen van de Republiek nog volop wordt gevochten tegen de Spanjaarden, begint er een bloeitijd voor Holland: mensen beginnen veel geld te verdienen in steden die uit hun voegen barsten en waar van alles te krijgen is.

Sommige van deze nieuwe rijken gaan zich te buiten aan kleding, huizen en dure snuisterijen en stoffen. De kinderen van deze nieuwe rijken groeien dus op in een hele nieuwe wereld, van vrede en welvaart. Die kinderen hoeven niet meteen te gaan werken zodra ze daar oud genoeg voor zijn, maar kunnen doorleren en hebben zelf geld te besteden. En dat doen ze dan ook: veel geld gaat op aan kleding, roken en muziek. Ze zetten zich daarmee ook af tegen hun ouders, die niet in diezelfde weelde zijn opgegroeid en dus ‘hopeloos ouderwets’ zijn.

Lange haren en ijdeltuiterij

Het wordt mode voor jonge mannen om hun haar te laten groeien en een gesoigneerd baardje te laten staan. Ook gaan ze kleurige pofbroeken dragen met strikken en linten. In plaats van molensteenkragen, wordt het ‘in’ om platte kragen te dragen. Het hemd mag uit de broek hangen en een cape draag je losjes over je schouder. Dit is geïnspireerd op hoe soldaten er in die tijd uitzien. Ook de mode aan buitenlandse koninklijke hoven beïnvloedt wat hip en in is.

Willem pietersz. buytewech  ca 1620
Voorname vrijage door Willem Pieterszn Buytewech, ca. 1620.
Rijksmuseum Amsterdam

Veel predikanten vinden die kleurige mode en dat lange haar maar verwijfd. Alleen al over de haren schrijft predikant (of dominee) Godefridus Udemans in 1643 een stuk van 406 pagina’s. Ook haalt hij de Bijbel erbij om uit te leggen waarom lang haar zondig is. De haren-kwestie wordt zelfs besproken op de jaarlijkse kerkvergadering!

Niet dat het veel helpt. Jongeren trekken zich van die kritiek nauwelijks iets aan en laten hun haar lang groeien en loshangen.

Ook aan de ijdeltuiterij van jongedames stoort menig predikant zich. Dat is oppervlakkig en leidt alleen maar af van een godsvruchtig leven. Simon Simonides, predikant in Rotterdam, schrijft verontwaardigd: “Ga maar eens kijken in een willekeurige meisjeskamer. Wat vind je er? Op tafel niets anders dan doosjes met gel en poeder, flesjes met parfum, poeders en andere troep om op het gezicht te smeren en zo stof op dreck te werpen. Als er al een boekje ligt, is het een liefdesboekje, met daarin een of ander liefdesverhaal of andere zotte verhalen. Er is meestal geen een religieus boek, noch bijbel, noch testament te vinden in zo’n kamer.” (vrij vertaald naar Simon Simonides, 1658).

Roken en zuipen

Net zo min als tegenwoordig trekt de jeugd uit de zeventiende eeuw zich niet veel aan van het gemopper. Ze vermaken zich goed met kaartspelen, drinken, dansen en zingen. Er wordt stevig gedronken door jong en oud. Het water is niet veilig om te drinken en dus zijn kinderen op jonge leeftijd al aan het bier. Dat is tenminste verhit geweest. Het alcoholpromillage van bier ligt in de zeventiende eeuw wel lager dan het tegenwoordig is. Jongeren in de Gouden Eeuw drinken volop bier, wijn, maar ook sterke drank. Vooral studenten kunnen er wat van. Er zijn allerlei drankliedjes en drankspelletjes waarbij het er om gaat zoveel mogelijk te drinken.

Adriaen brouwer peasants of moerdyck 1630
Adriaen Brouwer, zelf ook van de nieuwe generatie, schilderde dit modieuze gebruik rond 1630.
Wikicommons

Het drinken gaat vaak samen met roken, destijds het nieuwste van het nieuwste en dus hip onder jongeren. Tabak is dan net met de ontdekkingsreizen meegekomen uit de Nieuwe Wereld en de rijkere jongeren die rond 1600 zijn geboren, zijn de eersten die gaan roken.

Eerst gebeurt dat nog experimenteel onder medicijnstudenten in Leiden, waar in de botanische tuin van de universiteit tabak wordt gekweekt. Tabak is dan een stuk sterker dan tegenwoordig, dus het moet ook benevelend zijn geweest. Op sommige schilderijen en prenten waarop rokers staan, zien de gebruikers er dan ook behoorlijk stoned uit.

Natuurlijk wordt er in de zeventiende eeuw ook over het roken gemopperd. Niet omdat het zo ongezond is, maar vooral omdat het een verspilling is en niet past bij een vroom en goed leven. Predikant Samuel Ampzing uit Haarlem schrijft het volgende spottende versje:

“Roken is mijn passie, bier drinken mijn leven; Maar ik zou eerder mijn pijp dan mijn pul opgeven; ik ben een stinkend kreng, ik ben een dronken slet; Ik rook te graag, en hou nog meer van bier.” (vrij vertaald naar Samuel Ampzing, 1633).

Zeg het met een lied

In de Gouden Eeuw wordt erg veel gezongen. Er zijn liedjes voor alle gelegenheden, vaak handig samengebonden in een liedboekje. Een van de liedboekjes die bewaard worden in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam is expres zo klein gedrukt dat je oma het niet kan lezen en geen aanstoot kan nemen aan de soms schunnige teksten.

Dirck hals   music making company on a terrace ca 1625
Een musicerend gezelschap door Dirck Hals, circa 1620-1625.
Frans Halsmuseum

Een bekende liedjesmaker uit die tijd was Jan Jansz. Starter. Hij geeft in 1621 het liedboek Friesche Lust-hof uit, met daarin vooral liefdesliedjes, drinkliederen, lofliedjes over roken en een paar ‘gelegenheidsliederen’, zoals bruiloftsliederen. Voor de televisieserie De Gouden Eeuw maakte liedjesschrijver Tim Knol een bewerking van een 17e eeuws lied. Kijk voor het resultaat en de making of van het lied Koude Vrouw op de website van de serie, onder aflevering 7 Moderne Manieren.

Een liedje schrijven is in de vroegmoderne tijd – net als nu – een goede manier om iemand te versieren. Want ook daten is natuurlijk onderdeel van de jongerencultuur. In de Gouden Eeuw zoek je meestal iemand om mee te trouwen uit hetzelfde milieu en als het even kan van hetzelfde geloof en dezelfde leeftijd. De vrijheid om te trouwen met wie je wilde is relatief groot, maar wordt kleiner naarmate de sociale klasse hoger is. In de hogere lagen van de samenleving wordt het huwelijk namelijk vooral gezien als een sleutelmanier om families aan elkaar te binden, want in de Gouden Eeuw geldt: ‘van je familie moet je het hebben’.

Daten

Maar hoe kom je aan de man/vrouw? Het antwoord is: vrijen. ‘Vrijen’ is in de zeventiende eeuw de algemene term voor omgang vóór het huwelijk. Daten dus. Er zijn boekjes in de omloop met tips voor die vrijage, vaak bewerkingen van het werk van de Romeinse dichter Ovidius. Die schreef rond het begin van de jaartelling een handboek voor ‘het liefhebben’ en dat wordt in de zeventiende-eeuwse Nederlandse bewerking een regelrechte bestseller. Een van die bewerkingen is van Johan van Heemskerck en heet Minnekunst (Amsterdam 1622). Een andere is van de hand van Jacob Westerbaan (Den Haag 1665) en heet Avondschool voor vrijers.

Deze zelfhulpboeken-avant-la-lettre staan vol tips voor de vrijgezel. Waar ontmoet je bijvoorbeeld andere leuke vrijgezellen? Op het platteland zijn kermissen en jaarmarkten geschikte ontmoetingsplekken voor de jeugd. Voor steden geldt: ga op zondag de straat op. Zowel Van Heemskerck als Westerbaan stippelt in het boek een hele route uit waarop je goed andere jongeren kan tegenkomen. Kerk en schouwburg zijn ook geschikte ontmoetingsplaatsen. Als je iemand leuks hebt gezien, moet je volgens Van Heemskerck proberen een praatje aan te knopen:

‘Soeckt met een aerdigheyd hier aende praet te raecken: Kout (kout = praat) soo wat heen in ’t eerst, en van gemeene saecken.’

Het initiatief moet van de man uitgaan, vervolgt Van Heemskerck: ‘Het is aan de vrijers om de eerste stap te zetten; het meisje doet genoeg als ze hem antwoord geeft, hem toestaat te praten en beleefd blijft. Bid dat je haar krijgt, maar het zijn maar gebeden: onderneem ook actie, dan zul je zien dat je beet krijgt,’ (vrij vertaald uit Minne-kunst van Van Heemskerck).

Een meisje of jongen leren kennen op een bruiloft of feest is ook mogelijk, maar als algemene tip geldt dan dat je je alcoholinname een beetje in toom moet houden, anders weet je niet waar je mee thuis komt. Er staan ook tips in voor hoe de man voor de dag moet komen. Wees verzorgd, zorg voor een frisse adem, wees galant en neem cadeautjes mee. Het helpt om wat emotie te tonen, je mag gerust smeken, bidden, bedriegen en veinzen. Een verdere tip: als de tranen niet vanzelf komen, kun je met de hand de ogen vochtig maken. Ook kan het geen kwaad om een beetje jaloezie op te wekken.

De schrijvers van de vrijageboeken waarschuwen ook dat je niet te laat moet beginnen met daten, want voor je het weet ben je een ouwe vrijster:

‘Als ghy, eer dat ghy ’t weet, geworden een oud wijf, sult op een eensaem bed zijn sonder tijd-verdryf; sult legghen ongetroost, sult legghen ongebeden met wan-lust in ’t gemoet, met krevel in de leden’. (Van Heemskerck, p96-98)

Lees meer over losbandige jeugd in de Gouden Eeuw

  • Roberts, B.B., Sex and Drugs before Rock ‘n’ Roll. Youth Culture and Masculinity during Holland’s Golden Age (2012)
  • Veldhorst, Natascha, Zingend door het leven. Het Nederlandse liedboek in de Gouden Eeuw (2009)
  • Boheemen, P. van (red), Kent, en versint eer datje mint. Vrijen en trouwen 1500-1800 (1989)
  • Kijk ook eens op de website van de NTR televisieserie De Gouden Eeuw.
Making of koude vrouw bij gouden eeuw afl 7
NTR

Hier vind je nog meer info over de nieuwe rijken van de Gouden Eeuw, jongerencultuur, muziek en mode. Ook zie je er Tim Knol, die een bewerking maakte van een lied uit de 17e eeuw. De uitzending over jongerencultuur wordt uitgezonden op dinsdag 22 januari 2013, om 20.25u op Nederland 2.

Bronnen

  • Samuel Ampzing, Spigel ofte Toneel der IJdelheyd ende Ongebondenheyd onser Eeuw (1633).
  • Predikant Den Heussen, Den christelijcken jongeling (Vlieland 1644)
  • Johan van Heemskerck, Minne-kunst, minne-baet, minne-dichten, mengel-dichten (Amsterdam 1622). Ook online te lezen.
  • Jacob Westerbaan, Avond-school voor vryers en vrysters om in de minne-kunst geoeffent en onderwezen te werden nae de voornaemste lessen en leeringen van Ovidius, getrocken uyt syne drie boecken De arte amandi ende op onse tyden en zeden gepast / door Jacob Westerbaen (Den Haag 1665). Ook online te bekijken.
Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 januari 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.