Je leest:

Islamdebat onnodig heftig

Islamdebat onnodig heftig

Auteur: | 17 november 2012

De tegenstellingen tussen moslims en andere Nederlanders zijn de afgelopen jaren dusdanig uitvergroot dat Nederland wel tot op het bot verdeeld leek. Dat had echt anders gekund, stelt onderzoekspsycholoog Hans Crebas: de Nederlandse regering had veel duidelijker moeten communiceren.

Met de aanslagen in New York, Madrid en Londen en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh kwam het afgelopen decennium de dreiging van terreur ook in Nederland steeds dichter bij huis. Tegelijkertijd braken heftige debatten over immigratie, integratie en islam uit waarin vooral tweespalt en tegenstellingen voor het voetlicht traden. Volgens onderzoekspsycholoog Hans Crebas is er daarentegen onvoldoende aandacht geweest voor de talrijke inspanningen van overheden, burgers en maatschappelijke instellingen die ervoor zorgden dat Nederland een relatief vreedzaam land bleef. Hij analyseerde voor zijn promotie aan de Universiteit van Tilburg het Nederlandse regeringsbeleid van 2001 tot 2010 en stelt dat Nederland juist goed scoort op punten die de binnenlandse stabiliteit, vrede en veiligheid weergeven. Volgens hem had de minister-president die boodschap veel duidelijker moeten overbrengen.

De bouw van moskeeën in Nederland is een onderwerp waarover de discussie steeds weer oplaait.

Polarisatie

De afgelopen jaren komt uit diverse opiniepeilingen en wetenschappelijk onderzoek, door Crebas op een rijtje gezet, een tweedeling in de Nederlandse samenleving naar voren. Veel Nederlanders denken negatief over moslims en andersom staan veel moslims wantrouwend tegenover andere Nederlanders. Deze polarisatie rondom moslims begon al voor de aanslagen in New York van 2001. Ook in 1998 zagen veel mensen in Nederland moslims niet zo zitten.

Tussen 1998 en 2006 gaf ongeveer de helft van de autochtone Nederlanders blijk van een ‘totale afwijzing’ van moslims. Dat aandeel daalde in 2008 en 2009 tot 41 procent. De polarisatie tussen moslims en niet-moslims lijkt dan ook enigszins af te zwakken, concludeert Crebas.

Toch lijkt een algehele verbroedering ver te zoeken als vier op de tien autochtone Nederlanders moslims nog altijd totaal afwijst. Volgens Crebas ligt dat ook aan de manier waarop vragen worden gesteld. “De vraagstelling in onderzoek is vaak heel generaliserend. Als je mensen zou vragen ‘Heeft u bezwaar tegen gematigde moslims?’, ja dan zijn we natuurlijk hartstikke vóór gematigde moslims. Omgekeerd is iedereen natuurlijk helemaal tégen geradicaliseerde moslims, maar dat onderscheid moet je wel maken.”

Initiatief om het imago van de Islam in Nederland te verbeteren.
Stichting Islam tegen Geweld

Daarbij zijn de spanningen tussen groepen mensen in de Nederlandse samenleving veel minder hoog opgelopen dan in andere landen, zo benadrukt Crebas. Grootschalige rassenrellen, zoals in Frankrijk in 2005, kwamen in Nederland niet voor. Volgens Crebas is dat te danken aan de vele initiatieven die overheden, maatschappelijke instellingen en individuele burgers ontplooiden om de onderlinge samenhang tussen Nederlanders te vergroten.

Gebrek aan centrale woordvoerder

Crebas ontwikkelde een manier om te toetsen hoe Nederland ervoor staat wat betreft de binnenlandse vrede en veiligheid. Hij combineerde hiervoor criteria vastgelegd door de Verenigde Naties met praktijkvoorbeelden van vredesoperaties en terrorismebestrijding. Het beleid van de Nederlandse regering komt in zijn analyse goed uit de verf. Nederland scoort, ook in vergelijking met andere landen, goed op waarden zoals de democratische rechtsstaat, gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen en sociaal-economische ontwikkeling.

De overheid heeft haar beleidsvisie voor binnenlandse vrede en veiligheid duidelijk op papier staan en voert die ook met succes uit, zo stelt Crebas vast. Het probleem is volgens hem dat de regering geen centrale woordvoerder heeft die een verbindend succesverhaal kan uitdragen.

De koningin spreekt het Nederlandse volk jaarlijks, op Prinsjesdag en met Kerstmis, toe. Maar toch is haar rol als centrale woordvoerder beperkt. De ministers zijn politiek verantwoordelijk voor haar uitspraken. De koningin kan dan ook niet even voor de camera springen en ingaan op de actuele politieke ontwikkelingen.

“We hebben in ons land geen traditie in het staatsbestel waarin de premier de leiding neemt als woordvoerder”, legt Crebas uit. De Nederlandse minister-president is wel voorzitter van de ministerraad, maar staat niet boven de andere ministers in de communicatie over het regeringsbeleid. “Als er iets uit te leggen valt, zie je dan al die ministers die over elkaar heen vliegen, waardoor de hectiek in het debat maar voortduurt.” In de debatten over immigratie, integratie en islam konden zo politici als Geert Wilders de boventoon voeren en werden de tegenstellingen tussen groepen Nederlanders uitvergroot.

Toch stelt Crebas in zijn proefschrift dat het doel van overheidsinspanningen níet het voorkomen of helemaal uitbannen van polarisatie zou moeten zijn. Voor het goed functioneren van de rechtsstaat is het namelijk belangrijk dat ook onaangename meningsverschillen ongehinderd tot uiting kunnen komen. Ongezouten kritiek en botte argumenten zijn dus op zichzelf niet problematisch, maar juist de regering – met de minister-president voorop – zou duidelijker het verbindende verhaal moeten vertellen over wat het samenleven van diverse groepen mensen in Nederland betekent.

Hans Crebas studeerde researchpsychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij promoveerde aan de Universiteit van Tilburg op het onderwerp ‘Peacekeeping in Holland 2001-2010. De inrichting van het Nederlandse beleid in het licht van de polarisatie rondom moslims’ met steun van de Promotiekamer (Stichting Vorming Multicultureel Kader). Crebas was onder meer 17 jaar regionaal coördinator van VluchtelingenWerk Nederland.

Lees meer op Kennislink over het islamdebat:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/integratiedebat/islamdebat/index.atom?m=of", “max”=>"5", “detail”=>"minder"}

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 november 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.