Je leest:

Is Nederland vol?

Is Nederland vol?

Auteur: | 10 augustus 2006

Maandagochtend in de file, op een julidag aan het strand of manoeuvrerend door een winkelstraat op zaterdagmiddag weet je het heel zeker: in Nederland zijn te veel mensen! En Europa tikt ons op de vingers vanwege te veel luchtvervuiling. Is Nederland echt zo vol?

Na wat stadstaten zoals Singapore en landen als Bangladesh staat Nederland met 484 mensen per vierkante kilometer op de twaalfde plaats met haar bevolkingsdichtheid. Ter vergelijk: België staat met 338 mensen op de zestiende plaats en Canada hangt met 3 ergens onderaan. Zo nu en dan wijst Europa ons terecht, bijvoorbeeld als er weer eens te veel stikstofoxiden in onze lucht zitten. Zijn we met te veel mensen? Is het een verademing dat de groei van het aantal Nederlanders afkalft en straks misschien verandert in een afname? Misschien is dat uiteindelijk de enige oplossing van het fileprobleem en de luchtvervuiling. Aan de andere kant: stap in Amsterdam in de trein en na tien minuten is het rustig en groen rond het spoor. Bovendien kiezen de meeste mensen er zelf voor om in een stad te gaan wonen.

Veel snelweg. Nederland heeft met 57,5 kilometer per 1000 km² de grootste ‘snelwegdichtheid’ van de Europese Unie. België komt op de tweede plaats met 55,1 km autosnelweg per 1000 km². In totaal heeft Nederland 2360 kilometer snelweg en België 1682 kilometer.

Jeroen van den Bergh is zowel hoogleraar Milieu-economie aan de economiefaculteit als hoogleraar Water, natuur en ruimte bij het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU. De volheid van Nederland vindt hij een interessant thema. “Vol kan betekenen dat de ruimte schaars is, zodat woningbouw en infrastructuur in het nauw komen. Het kan ook een te hoge milieudruk betekenen of dat er sociale conflicten ontstaan.”

Eerst de schaarste aan ruimte. Die is er onder andere voor de natuur: “Nederland heeft praktisch geen grote gebieden waar geen weg of rail doorheen loopt”, zegt Van den Bergh. “Daardoor wordt de natuur steeds doorkruist. Het plan dat we daarop hebben bedacht, de ecologische hoofdstructuur die natuurgebieden moest verbinden, is gestrand doordat het opkopen van grond voor natuur door de stijgende grondprijzen veel te duur werd.” Nederland is te vol geworden (of de grond te schaars) om ongehavende natuur economisch haalbaar te laten zijn.

Lukraak subsidiëren

Nederland heeft niet veel natuur, maar wel naar verhouding de meeste snelwegen van de hele EU. Toch passen we er niet allemaal op, gezien de files. Dat zou niet hoeven, denkt Ruimtelijk econoom prof. dr. Erik Verhoef: “Naarmate het voller wordt in een land, wordt goed prijsbeleid belangrijker. Dat is duidelijk zichtbaar bij het wegtransport, waar steeds meer files optreden. Als we prijzen zouden gebruiken om schaarste tot uitdrukking te brengen, komen vraag en aanbod in evenwicht.”

Files: de oplossing is al jaren helder

Voor economen is het al jaren duidelijk: files lossen op met een goed prijsbeleid oftewel rekeningrijden gedifferentieerd naar tijd en plaats. Op drukke wegen zouden we via een chip een bedrag moeten betalen, afhankelijk van het tijdstip dat we eroverheen rijden. In het openbaar vervoer zou het ook ideaal zijn. Alle andere pogingen, van meer wegen aanleggen tot verlengde invoegstroken, flexibele wegstroken en schermen tegen kijkfiles die minister Peijs in april aankondigde, zijn lapmiddeltjes.

Hoogleraar Ruimtelijke economie Erik Verhoef raadt ook buiten dit kader al aan om prijzen te gebruiken om schaarste tot uitdrukking te brengen. Door bij schaarste de drempel (de prijs) te verhogen, komen vraag en aanbod in evenwicht met elkaar.

Deze kennis dringt niet door tot de politieke agenda. Hoewel ook de Commissie Nouwen de politiek meer dan een jaar geleden expliciet adviseerde kilometerheffing gedifferentieerd naar tijd en plaats in te voeren, gebeurt dat voorlopig niet. Het Kabinet puzzelt toch weer met de welbekende, ouderwetse ‘oplossing’: meer snelweg. De A6 en de A9 worden misschien met elkaar verbonden. Verhoef weet nu al dat de eventuele extra weg niet gaat helpen tegen fileleed: “Op korte termijn zal het misschien wel helpen, maar automobilisten passen hun gedrag razendsnel aan. Dus zullen de ontstane gaten op de weg meteen worden opgevuld, omdat de vraag naar wegcapaciteit zo groot is.” __________________________________________________________________

Goed prijsbeleid is volgens Verhoef essentieel voor alle schaarse dingen, en in een druk land zijn dat er veel. Hij geeft een voorbeeld van hoe het niet moet: “Langs snelwegen zie je steeds meer bedrijventerreinen uit de grond schieten. Gemeenten subsidiëren die terreinen, om werkgelegenheid te stimuleren en inwoners te trekken. Intussen staat er veel kantoorruimte leeg, omdat er geen vraag naar is.” Lukraak subsidie geven is niet goed, stelt Verhoef, zeker wanneer een samenleving voller wordt. Dat verstoort het natuurlijke economische proces dat wanneer het vol wordt, de prijzen van schaarse dingen stijgen en zo de vraag weer reguleren.

Ook de actuele discussie over het vrijgeven van de huren is in dat licht interessant. Verhoef: “Je kunt je afvragen of je op de meest gewilde locaties van Nederland sociale huurwoningen beschikbaar wilt stellen. Als ik projectontwikkelaar was, zou ik in de Amsterdamse Pijp heel wat duurdere huizen willen bouwen dan er nu staan. Daar zitten absoluut haken en ogen aan, maar het automatisme waarmee we nu sociale woningbouw toepassen, is het heroverwegen waard.”

Stads voordeel

Als er maar een goed prijsbeleid is om vraag en aanbod in evenwicht te houden, bieden hoge bevolkingsdichtheden volgens Verhoef juist mogelijkheden. “Openbaar vervoer bijvoorbeeld, werkt alleen goed bij een hoge frequentie en wat economen ‘dikke vervoersstromen’ noemen. Als er veel mensen mee reizen, kunnen er meer treinen of metro’s rijden en dan is het ook niet zo erg als er eentje uitvalt.” Geen wonder dat de NS blijven kwakkelen in de gebieden buiten de Randstad.

Bij economen staan voordelen van grote concentraties mensen bekend als agglomeratievoordelen. Verhoef noemt er nog een paar: “Je kunt tegemoet komen aan de variëteit in de vraag. Alleen in de stad kun je uit tientallen restaurants kiezen. En als je er werkloos raakt, vind je gemakkelijker een andere baan dan wanneer je in een dunbevolkt gebied woont. Bedrijven vestigen zich op hun beurt in de steden, omdat het daar gemakkelijker is voor hen om precies die medewerkers te vinden die ze zoeken. Als ze geen voordelen zouden bieden, zouden er geen steden zijn.”

Naast ruimtegebrek dat slim beleid vraagt, is milieudruk een aspect van volheid. Volgens de Europese milieunormen hangt er te veel fijnstof boven de Randstad: dat lijkt toch wel op ongezonde overbevolking te wijzen. Die redenering klopt toch niet helemaal, want schone technologie kan uitkomst bieden. Als alle dieselauto’s roetfilters zouden hebben, zou de Randstad veel minder last hebben van luchtvervuiling. Dit principe gaat vaker op. Dr. Michiel van Drunen van het Instituut voor Milieuvraagstukken: “De milieudruk van een menselijke activiteit hangt af van hoeveel mensen eraan deelnemen, hoeveel ze dat per persoon doen en welke technologie ze erbij gebruiken.” Volheid blijkt daarmee erg relatief, het is immers afhankelijk van wat mensen doen en hoe ze dat doen.

Jouw ruimte

Als je het verkeerde ding doet, ontstaat al gauw een idee dat we met te veel zijn. Let bijvoorbeeld eens op milieuvervuiling. Nederland is te vies, vindt Europa. Maar dat komt niet alleen door zestien miljoen consumerende mensen. Van den Bergh: “Nederland is nogal verzuurd en er komt veel ammoniak vrij. Dat komt echter niet door onze consumptie, maar door onze productie.” Bijvoorbeeld in de landbouwsector: er zijn in Nederland zo’n tachtig miljoen kippen, elf miljoen varkens en vier miljoen koeien, die vooral voor de export bestemd zijn maar in ons land een enorme milieudruk opleveren. Voor onze enorme transportsector geldt hetzelfde. “Maar in die productiesectoren is flink geïnvesteerd”, voegt Van den Bergh toe, “dus die gooi je niet zomaar overboord.”

Minder kinderen krijgen?

Regeringen worden zenuwachtig als bevolkingskrimp dreigt, vanwege de pensioenen en overheidsfinanciën. In Duitsland smeekt de regering haar onderdanen inmiddels bijna om kinderen te krijgen.

Veel demografen, economen en beleidsadviseurs vinden dat niet nodig. We zouden juist blij moeten zijn dat de bevolkingsgroei eindelijk afkalft en wellicht verdwijnt. Na elke geboortegolf ontstaat een bubbel, zoals de babyboomers die nu vormen. Daarin moet je niet ingrijpen, die ebt vanzelf weg. Bovendien helpen de kinderen die we nu krijgen niet tegen de pensioenproblemen van de huidige grijze golf: het duurt nog lang voordat zij belasting en andere premies gaan betalen.

Het Centraal Planbureau heeft de gevolgen van de bevolkingsprognose tot 2100 doorgerekend. Wat blijkt? Als we alle overheidsuitgaven op peil houden (inclusief pensioenen) “zal de gemiddelde consumptiegroei per hoofd tussen 2006 en 2040 afnemen van 1,8 procent per jaar tot 1,6 procent per jaar.” Dat valt dus erg mee.

Daarbij: over de kosten van bejaarden, pensioenen en gezondheidszorg horen we veel; over de kosten voor de samenleving van kinderen veel minder. Maar onderwijs, kosten van begeleiding/onderzoek bij zwangerschap, kraamzorg, kunstmatige inseminatie, zuigelingenzorg en consultatiebureaus, kinderbijslag, crèches en vandalisme van jongeren zijn ook enorm duur. ( Met dank aan prof. dr. Joop Hartog, UvA) __________________________________________________________________

Het laatste aspect van volheid dat hier aan bod komt, zijn eventuele sociale conflicten die erdoor kunnen ontstaan. Volgens antropoloog dr. Freek Colombijn valt dat echter mee. “Mensen hebben strategieën om met drukte om te gaan. In liften en treinen zie je bijvoorbeeld dat mensen elkaar negeren en zo ver mogelijk uit elkaar gaan staan of zitten. Irritatie ontstaat pas als iemand in jouw ruimte komt. Als je in een lege trein zit en er komt iemand direct naast je zitten, is dat vervelend. Die persoon overtreedt een duidelijke gedragsregel. De beschikbare ruimte is eigenlijk geen punt; de verdeling van die ruimte is belangrijker.” Colombijn, die in Indonesië onder andere grote steden, milieu en geweld onderzoekt, merkt daarbij op dat de gewenste ruimteverdeling cultuurbepaald is: “In Indonesië vindt men een bus nooit vol, ook al zitten er veertien mensen in een busje voor zes personen.”

Schiet welzijn erbij in? Bij de vraag of Nederland niet te vol is, blijft de welvaartsbeleving in het midden. Fileleed is oplosbaar, maar er is meer, merken zowel Verhoef als Van den Bergh op. De trend is nu dat huizen en tuinen steeds kleiner worden. Zijn mensen zo het gelukkigst? Dezelfde vraag kun je stellen over het gebrek aan uitgestrekte natuurgebieden in Nederland. Wat betreft ruim wonen kun je nog kiezen voor een grote woning buiten de stad, maar Nederlanders die een sterke behoefte aan woeste natuur hebben, moeten emigreren. Voor hen is Nederland echt te vol.

We hebben dus niet per se last van de aanwezigheid van veel andere mensen, maar sommige vormen van criminaliteit komen in de stad wel vaker voor dan op het platteland. Volgens criminoloog drs. Guillaume Beijers wordt er per hoofd van de bevolking meer vernield en ingebroken in de stad, en is het er ook gewelddadiger. Dat komt door anonimiteit bij hogere bevolkingsdichtheden. Voor andere vormen van criminaliteit geldt dat niet: drugsmisbruik en fraude bijvoorbeeld. “Je loopt in de stad iets minder veilig over straat dan erbuiten”, vat hij samen, maar hij merkt op dat dat niet inherent aan steden is. “In de middeleeuwen was het andersom.”

Als je alles op een rijtje zet, kunnen we concluderen dat er heel veel mensen in Nederland passen, mits we slim met ruimte omgaan, schone technologie toepassen, schaarse dingen niet kunstmatig goedkoop houden en zorgen dat de criminaliteit binnen de perken blijft. Zolang dat niet allemaal lukt, is Nederland op sommige plekken en in sommige opzichten overvol. Dat levert ongezonde lucht en files op. Als we het wél goed zouden doen, is juist efficiënt om in grote steden bij elkaar te gaan wonen. Volheid hangt veel minder af van het aantal mensen dat je denkt.

Is de mens een plaag?

Geen enkel ander zoogdier van ons formaat was ooit zo talrijk als de mens. Dat lukt ons omdat we superflexibel zijn: we zijn de enige diersoort die zonder subsoorten te vormen in alle klimaatzones voorkomt. Dankzij onze technologie overstijgen we de wetten van de populatiedynamica. Die schrijven voor dat ziekte, ruimtegebrek, natuurlijke vijanden of voedselschaarste voorkomen dat een populatie ongebreideld groeit.

Jeroen van den Bergh onderzocht met collega Piet Rietveld 69 studies naar de grens van de wereldbevolking, met veel verschillende uitgangspunten zoals ruimte, energie en als we allemaal uitsluitend algen zouden gaan eten. De uitkomsten varieerden van minder dan een miljard (dan zouden we dus al met te veel zijn) tot meer dan duizend miljard mensen. Uit de meta-analyse kwam dat 7,7 miljard waarschijnlijk de top is: daarboven ontstaat gebrek aan zoet water, kunstmest en hout. (BioScience, maart 2004) __________________________________________________________________

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 augustus 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.