Je leest:

Iridium en platina uit de ruimte

Iridium en platina uit de ruimte

Auteur: | 3 februari 2005

Een boring in het ijs van Groenland heeft interessante resultaten opgeleverd met betrekking tot de verspreiding van iridium en platina uit de ruimte. Een internationaal onderzoeksteam berekende een wereldwijde ‘neerslag van rook van ruimtegruis’ van zo’n 14 miljoen kilo per jaar.De onderzoekers zien de hoeveelheid neergeslagen ruimtegruis als een soort ‘kosmisch constante’, hoewel voor de laatste ijstijd in het Wechselien afwijkende resulaten werden verkregen.

Meteorieten bevatten vaak hogere concentraties metalen (inclusief edelmetalen) dan aardse gesteenten. Dat leidt onder meer tot de mogelijkheid om de grens tussen Krijt en Tertiair in het veld op te sporen via een laagje met een verhoogde iridiumconcentratie. Dat laagje, dat bijna wereldwijd is terug te vinden, is te danken aan de inslag van een grote meteoriet (diameter waarschijnlijk zo’n 10 km), die waarschijnlijk (vrijwel) geheel verdampte, waarna de zo ontstane ‘rook’, bestaande uit zeer fijne deeltjes (aërosol) zich via de hoge atmosfeer verspreide om geleidelijk weer op aarde terug te vallen.

Verschillen tussen Holoceen en laatste ijstijd (Weichselien; verticale grijze balk): iridiumconcentratie (bovenste diagram) en platinaconcentratie (onder). Beeld: Carlo Brabante, Institute for the Dynamics of Environmental Processes-CNR, Università di Venezia, Venetië (Italië)

Een dergelijke grote inslag mag dan een zeldzaamheid zijn, maar de aarde staat wel bloot aan een voortdurend bombardement van grotere en kleinere stukjes ruimtegruis. Die verbranden in de atmosfeer, en de ‘rook’ wordt daar verspreid op hoogten van meer dan 70 km en komt later weer op aarde terecht. Hoe dat gebeurt, en om hoeveel edelmetalen het gaat, is niet precies bekend, maar een boring in het ijs van Groenland heeft enkele interessante resultaten opgeleverd.

De onderzochte boorkern maakt deel uit van de 3028,8 m diepe ijstraject dat in centraal Groenland (bij Summit) wordt geboord in het kader van het European Greenland Ice Project (GRIP). Van deze kern werden 22 stukjes, die elk tijdens 2-10 jaar werden gevormd, onderzocht voor de periode tussen 750 en 11550 jaar geleden; deze 22 ‘sneetjes’ omvatten dus vrijwel het hele Holoceen. Daarnaast werden 13 plakjes onderzocht die elk 10-100 jaar representeren, en die stammen uit de periode van 13.000-128.000 jaar geleden, en die dus de hele laatste ijstijd (Weichselien) bestrijken.

Eén van de onderzochte ijskernen (doorsnede 10 cm) tijdens het afzagen. Beeld: Carlo Brabante, Institute for the Dynamics of Environmental Processes-CNR, Università di Venezia, Venetië (Italië)

Van deze ijsmonsters is onderzocht hoeveel iridium en platina ze bevatten. De uitkomst van dit onderzoek is verrassend. In de eerste plaats blijkt dat er gedurende het Holoceen een constante toevoer was van ‘rook’ van verbrand ruimtegruis. Gezien het constante karakter hiervan mag worden verwacht dat dit een ‘kosmische constante’ is. Voor het kleine deel van het laatste interglaciaal waarvan ijs voor onderzoek beschikbaar was (het Eemien), blijkt het ook inderdaad om zo’n zelfde hoeveelheid te gaan. Voor het Weichselien gaat dat echter niet op: daarvoor worden omstreeks driemaal hogere waarden gevonden, die bovendien zeer sterk fluctueren.

De onderzoekers hebben dat verschil goed kunnen verklaren. Het iridium en platina zijn namelijk niet in hun totaliteit direct afkomstig van verbrand kosmisch materiaal, maar ook van ingewaaid aards stof. Daarom hebben de onderzoekers dat stof geïsoleerd en daarvan de hoeveelheid iridium en platina bepaald, om de gevonden waarden vervolgens van de totaal aanwezige hoeveelheid af te trekken. Uit die analyse blijkt dat gedurende het Holoceen ongeveer 2% van het iridium en zo’n 7% van het platina in het ijs afkomstig zijn van aardse bronnen. Het overgrote deel moet dus afkomstig zijn uit de ruimte; dat blijkt ook uit de constante verhouding Ir:Pt = 0,49 (± 0,20), die overeenkomt met de verhouding die in chondrieten voorkomt. Voor het Weichselien, met de hogere en sterk fluctuerende waarden van Pt en Ir, is deze verhouding sterk wisselend, w

Referentie

Gabrielli, P., Barbante, C., Plane, J.M., Varga, A., Hong, S., Cozi, G., Gaspari, V., Planchon, F.A.M., Cairns, W., Ferrari, Chr., Crutzen, P., Cescon, P. & Boutron, C.F., 2004. Meteoric smoke fallout over the Holocene epoch revealed by iridium and platinum in Greenland ice. Nature 432, p. 1011-1014.

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 februari 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.