Je leest:

Internetspeuren voor beginners

Internetspeuren voor beginners

Auteur: | 28 juni 2007
Op de basisschool moet je soms werkstukken maken of spreekbeurten houden. Vroeger ging je dan naar de bibliotheek om rijen boeken af te struinen voor de benodigde informatie. Tegenwoordig surf je op internet. Maar hoe kun je gemakkelijk vinden wat je zoekt en bepaal je of het betrouwbare informatie is? Els Kuiper ontwikkelde twee methoden om basisschoolkinderen dit te leren.

Internet is niet meer weg te denken uit het leven van kinderen. Ze msn’en, surfen, downloaden muziek en spelen spelletjes. Ook in het basisonderwijs wordt internet veel gebruikt, bijvoorbeeld voor werkstukken en spreekbeurten. Vooral in de bovenbouw plukken kinderen liever informatie van het net dan dat ze een stoffige schoolbieb induiken. Op internet is tenslotte van alles te vinden. Maar hoe vind je in die kluwen van websites terug wat je zoekt? En hoe betrouwbaar is je gevonden informatie dan eigenlijk?

Bomen en bos

Promovendus Els Kuiper van de Vrije Universiteit bekeek deze vragen eens van dichtbij. Ze onderzocht hoe leerlingen in het basisonderwijs kunnen leren om kritisch met internetinformatie om te gaan. Kinderen zijn namelijk vooral gewend om thuis met de computer te werken. Maar in je vrije tijd wat rondsurfen is niet hetzelfde als gericht op zoek gaan naar antwoorden voor schoolwerkstukken. Dit levert dan ook problemen op. Kinderen hebben moeite om relevante informatie te vinden en deze kritisch te bekijken. Er staat veel zin, maar ook veel onzin op het net, omdat iedereen zonder controle maar wat neer kan typen. Je moet dus goed weten welke bronnen betrouwbaar zijn en welke niet. Dit is iets dat je thuis vaak niet leert.

Zoeken op het net heeft wel iets weg van een boek kiezen in de bieb. Als je niet weet wat je zoekt of de boeken staan niet op alfabet kun je hopeloos verdwalen

Zoeklessen

En dus ontwikkelde Kuiper twee programma’s om kinderen kritischer te leren omgaan met internet. Het ene programma heeft de vorm van een lessenserie, terwijl het andere programma meer spelenderwijs vaardigheden aanleert via een eigen onderzoek. Met beide lesvormen leer je goed zoeken, lezen en internetinformatie beoordelen. Ze zijn al gebruikt op vier basisscholen in groep 7 en de resultaten zijn positief. Kinderen leren daadwerkelijk kritischer met internet om te gaan. De leerlingen die een eigen onderzoek deden, kregen bovendien inzicht waarom ze zo kritisch moeten zijn. Zij hebben zelf kunnen ervaren hoeveel tegenstrijdige informatie er ronddwaalt in bits en bytes.

Jong geleerd…

Jammergenoeg, lijken beide programma’s te kortdurend om leerlingen te leren flexibel en geduldig met deze kennis en vaardigheden om te gaan. In nieuwe situaties vervallen ze vaak in oude gewoonten. Kuiper pleit dan ook voor een cursus internetgebruik door de schooljaren heen. Naast onderwerpen als taal, rekenen en geschiedenis moeten er ook aparte lessen komen, waarin leerlingen leren steeds kritischer met het net om te gaan. En wel het liefst op een manier die nauw aansluit bij het computergebruik in de vrije tijd. De lesmethoden van nu zijn nog vooral gericht op gedrukte informatie. Maar in een tijd dat er al complete boeken op het net te lezen zijn, is dit langzamerhand achterhaald.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 juni 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.