Je leest:

Internationale communicatie via tussentalen

Internationale communicatie via tussentalen

Auteur: | 10 januari 2007

Niet-moedertaalsprekers van het Engels spreken meestal met een accent dat hun afkomst verraadt. Eigenlijk spreken ze een tussentaal: Engels met sterke invloeden van de moedertaal. De mate waarin sprekers van verschillende vormen van het Engels elkaar onderling verstaan en begrijpen, wordt voornamelijk bepaald door de afstand tussen de moedertaal van de sprekers en het Engels.

Sprekers van het Engels die van huis uit een andere moedertaal hebben, ontwikkelen een tussentaal. De verschillende tussentalen worden soms aangeduid met een wat laatdunkende term, zoals Dunglish, Chinglish of Spanglish, respectievelijk Engels met Nederlandse, Chinese of Spaanse invloed.

De mate waarin de sprekers van deze verschillende vormen van het Engels elkaar onderling verstaan en begrijpen, is afhankelijk van allerlei factoren. Natuurlijk is de mate van vaardigheid van de individuele sprekers belangrijk, maar vooral speelt ook de afstand tussen de moedertaal van de sprekers en het Engels een grote rol. De Chinese docente Engels Hongyan Wang, verbonden aan het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL), heeft de onderlinge verstaanbaarheid van sprekers van Dunglish en Chinglish onderzocht. Woensdag 10 januari hoopt ze hierop te promoveren.

Verstaanbaarheid

‘In mijn onderzoek wilde ik onder andere proberen te achterhalen welk element het belangrijkst is voor het verschaffen van onderlinge verstaanbaarheid: klinkers, medeklinkers of clusters van medeklinkers’, vertelt Wang. ‘In eerder onderzoek is wel naar klinkers gekeken, omdat die werden beschouwd als het meest bepalend voor de verstaanbaarheid. Maar in mijn onderzoek komt naar voren dat klinkers en medeklinkers elkaar beïnvloeden. Het kan dus niet aangetoond worden dat klinkers belangrijker zijn.’ Een ander resultaat van Wangs onderzoek is dat luisteraars belangrijker blijken te zijn voor de begrijpelijkheid dan sprekers: ‘Als een Nederlander naar China komt, is het effectiever om de Chinese luisteraars te leren Engels met Nederlands accent te verstaan, dan om hem te leren Engels met een Chinees accent te spreken, en vice versa.’

Klankvoorraad in de moedertaal

De manier waarop klanken worden uitgesproken en verstaan blijkt wel veel bepalender te zijn voor de onderlinge verstaanbaarheid dan de zinsbouw. Wang: ‘Een kromme, maar wel correct uitgesproken, zin, is beter te verstaan dan een grammaticaal correcte zin met de klanken verkeerd.’ Het verkeerd uitspreken en verstaan van de verschillende klanken heeft alles te maken met de klankvoorraad in de moedertaal van de betreffende spreker of luisteraar. Een bekend voorbeeld is het verschil tussen ‘r’ en ‘l’. Het Chinees maakt geen onderscheid tussen beide klanken en daardoor is het voor Chinezen dan ook heel moeilijk om dat onderscheid in andere talen te produceren of zelfs maar te horen. In het Chinees is ook, anders dan in het Nederlands, het onderscheid tussen stemloze en stemhebbende medeklinkers niet van belang, bijvoorbeeld: p, t, k tegenover b, d, g. Voor Nederlandse oren is er dan ook niet of nauwelijks onderscheid tussen die klanken in het Chinees of het door Chinezen gesproken Engels. Het Chinees onderscheidt echter die medeklinkers wel met of zonder aspiratie (het duidelijk hoorbaar aanblazen van de klank): p/b, t/d, k/g tegenover ph, th, kh. Voor Nederlanders is dat onderscheid weer niet van belang, het is hooguit herkenbaar als een kenmerk van de oostelijke dialecten of het Duits en het Engels.

Chinglish is geen Dunglish

In de grafieken is te zien hoe Chinezen, Nederlanders en Amerikanen de klinkers van het Engels uitspreken. Links staan klinkers die voor in de mond worden gearticuleerd, naar rechts staan klinkers die achter in de mond worden gevormd. Boven in de grafiek worden klinkers met een relatief gesloten mond gevormd en meer naar onder staan klinkers met een open mondstand. We kunnen dan een gemiddelde articulatie bepalen voor elk van de Engelse klinkers gesproken door Chinezen, Nederlanders en Amerikanen, en ook aangeven hoe de individuele sprekers verspreid zijn rond het gemiddelde. Die spreiding wordt aangegeven door de ellipsen die getrokken zijn rond de gemiddelden. Bij de Chinees-Engelse klinkers is goed te zien dat er minstens drie paren zijn die nauwelijks van elkaar verschillen: de klinkers in feet/fit, die in fool/full en die in bed/bad, terwijl die zes klinkers bij de Amerikanen niet overlappende gebieden innemen. Bij de Nederlandse sprekers is te zien dat die wel het onderscheid maken tussen feet en fit, en al vrij aardig ook tussen bed en bad maar helemaal niet tussen fool en full. Op grond van dit soort verschillen zou je dan voorspellen dat het Engels van Nederlanders beter te verstaan is dan dat van Chinezen. Wang: ‘Dit probleem doet zich niet alleen voor tussen sprekers van Engelse tussentalen met invloeden van verschillende moedertalen, maar op individueel niveau soms ook tussen sprekers van dezelfde moedertaal, zeker als ze verschillende dialecten spreken.’

Fonetische verschillen

Wang heeft drie groepen van moedertaalsprekers ieder in hun eigen land onderzocht: Nederlanders, Chinezen en Amerikanen uit Californië. De laatste als controlegroep. Ze koos voor sprekers van Amerikaans Engels, omdat dat de variant is die in China een rol speelt. Bovendien is het tegenwoordig ook de variant waarmee Nederlanders het meest in aanraking komen. Wang: ‘Niet geheel onverwacht blijkt dat Chinezen meer moeite hebben om zich verstaanbaar te maken voor Amerikanen dan Nederlanders.’ Daaraan zijn, naast de grotere fonetische verschillen tussen Chinees en Engels dan tussen Nederlands en Engels, andere taalkundige en ook culturele factoren debet.’

Tussentaalvoordeel

Bij gebruikers van tussentalen is er ook sprake van een betere onderlinge verstaanbaarheid, als die gebruikers maar dezelfde moedertaal hebben. ‘Amerikaanse moedertaalsprekers behalen bij de verstaanbaarheidtests in de regel de beste resultaten, maar niet altijd. In drie tests waren de Nederlandse luisteraars succesvoller dan de Amerikaanse controlegroep, maar alleen als de sprekers ook Nederlands waren’, zegt Wang. ‘Dit is een goed voorbeeld van wat we het ’absoluut tussentaalvoordeel’ kunnen noemen.

Hongyan Wang heeft intussen een functie bij de School of Foreign Languages aan de Shenzhen Universiteit in Zuid-China geaccepteerd. Voor haar promotie op woensdag 10 januari is ze speciaal overgekomen.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.