Je leest:

Internationaal biodiversiteitsbeleid

Internationaal biodiversiteitsbeleid

Auteur: | 4 december 2012

Internationale regelgeving en verdragen hebben de laatste decennia steeds meer invloed gekregen op het natuurbeleid van individuele landen.

Dat begon al in 1971 met het in Iran gesloten Ramsar-Verdrag inzake watergebieden die van internationale betekenis zijn, in het bijzonder als woongebied voor watervogels.

Ook andere internationale verdragen zijn cruciaal, zoals het Verdrag van Bonn inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (1979), het verdrag van Bern inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa (1979) en vooral het Verdrag Biologische Diversiteit (1992). Hoewel geen enkel van deze verdragen juridisch afdwingbaar is, hebben ze de druk op individuele landen vergroot om te reageren op het verlies van biodiversiteit van de laatste tientallen jaren.

De laatste jaren krijgen ecosysteemdiensten en het (economisch) waarderen van zulke systeemdiensten een steeds belangrijker plaats in de discussies en het beleid rond het behoud van biodiversiteit. Daarbij is TEEB (The Economics of Ecosystems and Biodiversity) een belangrijk internationaal initiatief dat tracht natuur en biodiversiteit te valideren, waarde te geven.

Dit project vestigt de aandacht op de globale economische winst die voortvloeit uit biodiversiteit (zoals gratis aanleveren van tal van diensten, waaronder waterzuivering, filteren van vervuilende deeltjes uit de lucht, productie van zuurstof en opslag van CO2), op de groeiende kosten van het verlies van biodiversiteit en op de noodzaak de wetenschappelijke, economische en politieke expertise samen te brengen om tot praktische oplossingen te komen opdat het verlies van biodiversiteit stopt.

Hoewel er heel wat kennis is over de mechanismen die aan de basis liggen van het biodiversiteitverlies, blijft het bijzonder moeilijk om het effect hiervan op langere termijn in kaart te brengen. Omwille van het succes dat het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) heeft gekend bij het wetenschappelijk onderbouwen van het klimaatvraagstuk, is er een toenemende vraag om een vergelijkbaar mechanisme op te zetten voor de biodiversiteit.

Na vele jaren van internationale onderhandelingen werd op 21 april 2012 in Panama City door 90 landen het IPBES (Intergovernmental Platform on Biodiversity and Ecosystem Services) opgericht. Dit platform moet op termijn dezelfde rol gaan spelen voor de problematiek van biodiversiteit als de rol die het IPCC speelt voor het klimaatvraagstuk.

Erosie is een belangrijke oorzaak van het verdwijnen van biodiversiteit.
Stichting BWM

Het Europese biodiversiteitsbeleid

Hoewel internationale verdragen de problematiek van de verdwijnende biodiversiteit in de kijker plaatsten, was het toch wachten op Europese regelgeving om het beschermen en handhaven van natuurgebieden en bedreigde soorten een echt juridisch kader te geven. Europese regels zijn namelijk bindend, en de belangrijkste Europese richtlijnen zijn vervat in de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). In tegenstelling tot andere internationale verdragen heeft het niet naleven van deze Europese richtlijnen juridische en financiële gevolgen voor de lidstaten. Beide richtlijnen dienen ook in elke lidstaat omgezet te worden in nationale wetgeving.

De basis van beide richtlijnen is een lijst van soorten, die is vastgesteld door de Europese Commissie – onder meer op grond van de lijsten van de verdragen van Bern en Bonn. Voor deze soorten draagt Europa een belangrijke verantwoordelijkheid ten aanzien van hun voortbestaan. Om deze soorten maximaal te beschermen moeten ook de leefgebieden van deze soorten voldoende worden beschermd. Daarom stelde de Europese Commissie ook een lijst op van verschillende habitats die binnen de Europese context beschermd moeten worden. De Europese lidstaten worden verplicht voor de genoemde soorten en ecosystemen die op hun grondgebied voorkomen gebieden aan te duiden die nodig zijn om ze maximaal te beschermen. Deze gebieden worden Speciale Beschermingszones genoemd (SBZ).

Alle Speciale Beschermingszones samen vormen een Europees ecologisch netwerk van beschermde natuurgebieden: het ‘Natura 2000’-netwerk. Binnen dat netwerk dienen de vastgelegde habitattypen en soorten op een duurzame manier in stand te worden gehouden. Liefst in harmonie met de traditionele vormen van landgebruik die vaak ten grondslag liggen aan hun aanwezigheid. Op deze wijze moet iedere Europese lidstaat zijn verantwoordelijkheid nemen bij het beschermen van streekeigen soorten en ecosystemen. Tegelijkertijd ontstaat over de landsgrenzen heen een aaneengeschakeld netwerk van beschermde gebieden, dat betere garanties moet bieden voor het voorbestaan van tal van soorten.

De Hertogin Hedwigepolder op de grens van Zeeuws- Vlaanderen en België, zou in het kader van een Belgisch- Nederlands verdrag onder water moeten worden gezet om eerder natuurverlies bij het uitdiepen van de Westerschelde te compenseren.
Stichting BWM

Instandhoudingsdoelstellingen

De aanduiding van een gebied als Speciale Beschermingszone is niet vrijblijvend. Voor elk aangeduid gebied moet gestreefd worden naar een ‘gunstige staat van instandhouding’, dit geldt voor zowel de aanwezige soorten als voor de habitats waarvoor het gebied werd aangeduid. Elk van de lidstaten moet wetenschappelijke criteria ontwikkelen om te bepalen wanneer die gunstige staat van elke soort of habitat is bereikt en welke maatregelen er nodig zijn om deze gunstige staat te bereiken. Voor elk gebied worden op basis hiervan ‘instandhoudingsdoelstellingen’ geformuleerd die gerealiseerd worden via ‘instandhoudingsmaatregelen’. Hierbij kan ook rekening worden gehouden met de economische, sociale en culturele aspecten van het gebied en eventueel met lokale bijzonderheden.

De instandhoudingsdoelstellingen dienden voor eind 2010 in nationale wetgeving te zijn vastgelegd. Om te vermijden dat in de toekomst schade wordt aangericht aan de Speciale Beschermingszones dienen activiteiten of plannen die een negatief effect kunnen hebben, onderworpen te worden aan een ‘passende beoordeling’. Mocht ecologische schade optreden, dan dienen de activiteiten of plannen bijgestuurd of geschrapt te worden. Alleen als een ‘groot openbaar belang’ kan worden aangetoond, zoals de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten, kunnen bepaalde activiteiten toch worden toegestaan. Maar dan moeten alternatieven ontbreken.

De voorwaarde is wel dat er compenserende maatregelen worden genomen. Hierbij dient elders een gebied ingericht te worden met het oog op de bescherming van dezelfde soorten en ecosystemen. De Hertogin Hedwigepolder, in het oostelijke puntje van Zeeuws-Vlaanderen, is een actueel, veelbesproken voorbeeld van zo’n compensatie. De polder moet door Nederland onder water worden gezet omdat de vaargeul in de Westerschelde is verbreed. Bij de baggerwerkzaamheden is een deel van de zandplaten ter weerszijden van de waterweg verdwenen. Omdat deze onderdeel zijn van Natura 2000, moet van de Europese Commissie de natuur die verloren is gegaan worden gecompenseerd.

Het sluftergebied Het Zwin in West-Vlaanderen is een natuurgebied in het kader van Natura 2000.
Stichting BWM

Controle op naleving

Ook wordt van de lidstaten verwacht dat zij actief hun bevolking informeren over het belang van de aangeduide zones. Hoewel het niet verplicht is, wordt sterk aanbevolen om ‘ecologische corridors’ tussen Speciale Beschermingszones uit te bouwen, zodat soorten gemakkelijk kunnen migreren en genetisch materiaal kan worden uitgewisseld.

Uiteraard wil de Europese Commissie lidstaten ook kunnen controleren op de vooruitgang en de naleving van hun Natura 2000-verplichtingen. Daartoe dient elke lidstaat iedere 6 jaar (Habitatrichtlijn) of om de 3 jaar (Vogelrichtlijn) een verslag te maken voor de Europese Commissie. Om dit verslag te voorzien van de nodige informatie dient elke lidstaat een monitoringprogramma voor de Natura 2000-gebieden op te stellen en uit te voeren. Het realiseren van de Natura 2000-doelstellingen in elk van de lidstaten vraagt uiteraard ook een serieuze financiële inspanning van de lidstaten. Maar ook de Europese Commissie draagt haar steentje bij. Speciaal voor de ondersteuning van Natura 2000 richtte de Europese Unie het LIFEsubsidieprogramma op.

Natura 2000 in Vlaanderen

Het duurde in Vlaanderen tot 1988, 9 jaar na de uitvaardiging van de Vogelrichtlijn, vooraleer de speciale beschermingszones werden afgebakend. Momenteel zijn er in het kader van de Vogelrichtlijn 24 speciale beschermingsgebieden aangeduid, ter grootte van in totaal 98.240 hectare, oftewel 7,3 procent van Vlaanderen. In 1996, 4 jaar na de inwerkingtreding van de Habitatrichtlijn, wees Vlaanderen een eerste reeks Speciale beschermingszones aan. In 1999 werd België door de Europese Commissie echter in gebreke gesteld, omdat niet alle nodige gebieden ook daadwerkelijk werden aangemeld.

Op 24 mei 2001 keurde de Vlaamse Regering een nieuwe vervolledigde lijst goed met daarop 38 gebieden met een gezamenlijke oppervlakte van 101.900 hectare, dat wil zeggen 7,5 procent van Vlaanderen. De afbakening gebeurde ten behoeve van 44 habitattypen en 22 soorten. De Habitatrichtlijngebieden en de Vogelrichtlijngebieden overlappen elkaar gedeeltelijk waardoor de totale oppervlakte van het Natura 2000-netwerk in Vlaanderen 163.500 hectare groot is (12 procent van Vlaanderen).

Momenteel wordt in Vlaanderen werk gemaakt van het vastleggen van de instandhoudingsdoelstellingen. De voorziene deadline hiervoor (eind 2010) is intussen reeds flink overschreden. Dit is gedeeltelijk te wijten aan de ruime consultatie die rond elk van de speciale Beschermingsgebieden wordt gehouden. Bij deze consultatie worden telkens de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld betrokken: industrie, landbouw, midden- en kleinbedrijven, jacht, private grondeigenaars, natuurverenigingen en boseigenaars.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 december 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.