Je leest:

Integratie van taal- en vakonderwijs

Integratie van taal- en vakonderwijs

Auteur: | 28 november 2007

Promovenda Eline Raaphorst onderzocht onderwijsprogramma’s op het ROC van Amsterdam waarin tweede-taalonderwijs en vakonderwijs worden gecombineerd.

Sinds 1 januari 2007 is er in Nederland een nieuwe Wet Inburgering. In de wet staat dat mensen die naar Nederland komen en in Nederland wonen, de Nederlandse taal moeten leren. Volgens de nieuwe wet zijn niet alleen nieuwkomers, maar ook oudkomers verplicht een inburgeringsexamen af te leggen.

De ervaring leert dat het inburgeringsprogramma beter aanslaat wanneer het leren van de Nederlandse taal direct wordt toegepast in de praktijk. Dat betekent dat de verplichte taalcursus nu vaak wordt aangeboden in combinatie met een beroepsopleiding, een werkstage of vrijwilligerswerk. Eline Raaphorst van de UvA onderzocht onderwijsprogramma’s op het ROC van Amsterdam waarin tweede-taalonderwijs en vakonderwijs worden gecombineerd. In haar proefschrift doet ze aanbevelingen ter verbetering van het onderwijs.

Hoog slagingspercentage

De vragen die Raaphorst in haar proefschrift wilde beantwoorden waren de volgende: Hoe werkt de integratie van taal- en vakonderwijs? Wat zijn de meetbare resultaten (slagingspercentage, aantal afgestudeerden met een betaalde baan)? Vinden de deelnemers dat zij voldoende zijn voorbereid op de arbeidsmarkt? Om deze vragen te beantwoorden sprak Raaphorst met docenten en cursisten van het ROC en deed zij aan lesobservatie.

Het duale leertraject leverde goede resultaten op. Het ROC Amsterdam had in 2004 een slagingspercentage van MBO-afgestudeerden dat een stuk hoger lag dan het landelijk gemiddelde. De cursisten bleken zeer tevreden met wat zij geleerd hadden. Iets minder tevreden waren zij over hun beheersing van het Nederlands. Die kan altijd beter. Raaphorst pleit in haar proefschrift daarom voor nog meer aandacht voor en onderzoek naar tweede-taalonderwijs in Nederland.

Aanbevelingen

ROC’s in Nederland werken nauw samen met ITTA, het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen. Dit expertisecentrum voor Nederlands als tweede taal is onderdeel van de Universiteit van Amsterdam. Hoewel ITTA de ROC’s zo goed mogelijk adviseert bij het tweede-taalonderwijs, ontbreekt het vooralsnog aan duidelijke richtlijnen voor docenten. Raaphorst noemt in haar proefschrift daarom een aantal aanbevelingen die ook volgens de geïnterviewde docenten effectief blijken in de praktijk. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op empirisch onderzoek dat is uitgevoerd in Canada en de Verenigde Staten:

-de lesinhoud moet gebaseerd zijn op het beroep van de opleiding -het taalonderwijs moet vakinhoud toegankelijker maken -de lesstof moet concreet en praktisch toepasbaar zijn -de lesstof moet prikkelen tot het activeren van kennis en ervaringen -de ontwikkeling van de woordenschat moet een belangrijk lesonderdeel zijn -de lesstof moet stimuleren tot actief taalgebruik door veel interactie en feedback -de cursisten moeten geprikkeld worden om na te denken over de lesstof

Het proefschrift van Eline Raaphorst verschijnt als handelseditie bij uitgeverij Malmberg, onder de titel Nederlands leren voor opleiding en werk (ISBN-nummer 9789034553706)

De foto’s in dit artikel zijn afkomstig van de website van het ROC van Amsterdam.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.