Je leest:

Ingrijpen in het criminele brein

Ingrijpen in het criminele brein

Auteur: | 12 december 2009

Hersenonderzoekers willen neurobiologische inzichten gebruiken om crimineel gedrag te voorkomen en te behandelen. Critici houden hun hart vast: ‘We weten nog lang niet voor wie behandeling zinvol is.’

‘Over vijf jaar gaan we neurobiologisch interveniëren. We gaan mensen met crimineel gedrag in de hersenscanner leggen en kijken hoe ze reageren op het activeren van de orbitofrontale cortex en de amygdala.’ Jan Buitelaar, hoogleraar Psychiatrie aan het UMC St Radboud in Nijmegen, is een van de inleiders op het symposium ‘Het misdadige brein’, dat de KNAW en de Vereniging van Wetenschapsjournalisten Nederland woensdag 2 december in Amsterdam hielden naar aanleiding van de start van het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie.

Volgens Buitelaar zijn door hersenmetingen bijvoorbeeld psychopaten te herkennen. ‘Een psychopaat leeft plat, met een relatief inactieve amygdala en orbitofrontale cortex. Het lichaam en brein signaleren stressvolle omstandigheden niet. Dat is al veelvuldig aangetoond.’ Een mogelijk behandeling is volgens Buitelaar psychopaten angstiger te maken, door hun hersenen selectief te kietelen met grote magneten of te behandelen met EEG Neurofeedback. Daarbij krijgt de betrokkene zijn eigen hersenactiviteit direct te zien, waarna hij deze kan conditioneren naar een gewenst patroon.

Buitelaar is daarnaast enthousiast over toepassingen van oxytocine. De diep in de hersenen gelegen amygdala of amandelkern koppelt informatie van zintuigen aan emoties. Buitelaar: ‘Bij psychopaten functioneert dat niet goed.’ Het ‘knuffelhormoon’ oxytocine, dat vooral een rol speelt in de hechting tussen moeder en kind, kan volgens Buitelaar helpen in het stimuleren van sociale binding, sociaal gedrag en het ontwikkelen van meer empathie. Hij erkent het bestaan van morele dilemma’s maar vindt het verantwoord ‘nu een paar tandjes hoger te schakelen’. Buitelaar: ‘Het gaat om mensen die je nu tbs geeft, terwijl ze eigenlijk wel te genezen zijn.’

Ook de in Leiden en Cardiff werkzame neurobiologe Stephanie van Goozen en de Maastrichtse forensisch psychologe Corine de Ruiter pleiten voor interventies rond het kinder- en adolescente brein. Volgens Van Goozen zijn er sterke aanwijzingen dat emotionele problemen – zoals het niet herkennen van emoties, het hebben van een kort lontje en het niet vertonen van spijt – al ontstaan tijdens de vroege hersenontwikkeling. Verwaarlozing tijdens de eerste drie jaar zijn vaak zeer voorspellend voor antisociaal gedrag op latere leeftijd. Van Goozen benadrukt daarom het belang van het identificeren van risicogroepen en het tijdig inzetten op oudertrainingen.

Hokjes

De Ruiter constateert dat crimineel gedrag een piek vertoont tussen 14 en 23 jaar. ‘Daarna blijft er een harde kern over van 7 procent, die vervolgens 52 procent van alle misdrijven pleegt.’ Ook zij ziet meer heil in oudertrainingen en ambulante behandeling dan bijvoorbeeld het opsluiten in jeugdinrichtingen. Vooral voor kinderen met zogeheten koude agressie, die niet in staat zijn angst en verdriet bij hun slachtoffers af te lezen. ‘Ze kijken niet naar de ogen en zijn nauwelijks gevoelig voor straf’, stelt De Ruiter. Beloning van gewenst gedrag en het toepassen van oxytocine, waardoor de kinderen wel meer naar ogen gaan kijken, bieden dan meer kans op succes. De Ruiter wil graag uitzoeken of op groepsniveau verzamelde neurobiologische kenmerken bruikbaar zijn om tests te ontwikkelen voor diagnostiek van gewelddadig gedrag.

De bioloog en gedragswetenschapper Otto Adang, verbonden aan de Politieacademie in Apeldoorn en gasthoogleraar in Liverpool, toont zich zeer kritisch. ‘Anti-sociaal gedrag staat nooit op zichzelf’, meent hij. Hij waarschuwt ervoor mensen te categoriseren. ‘Qua gedrag is er altijd sprake van een continuüm. Als je mensen in hokjes gaat stoppen, dan dreigt het gevaar dat je gaat denken dat die categorieën ook echt bestaan.’ Ook vraagt hij zich af wat we met zulke informatie gaan doen.

‘Tatoeëren we dan bij iemand een C op zijn voorhoofd?’ Er mag dan wel een verband zijn tussen neurobiologische factoren en gewelddadig gedrag, maar dat hoeft niet per se causaal te zijn. ‘Op groepsniveau kunnen we aardig voorspellen wie crimineel gaan worden, maar op individueel niveau niet’, aldus Adang.

Ook de Groninger criminoloog Willem de Haan vindt dat het causaliteitsbegrip zo wel heel erg wordt opgerekt. ‘We zijn er nog lang niet aan toe om evidence based interventies aan te bieden. Er bestaat het risico dat je onder dwang iets voorschrijft aan de 25 procent die toch wel goed zou terechtkomen.’

Taboe

Rond criminaliteit gelden blijkbaar andere maatstaven dan bij psychische en medische problemen, merkt forensisch psychologe De Ruiter op: ‘Veel maatregelen uit het strafrecht zijn niet getest, ze werken niet, maar zijn blijkbaar wel oké. Als wij gedragsinterventies willen doen, waar wel een rationale voor is, staat iedereen op zijn achterste benen.’

Even lijkt alsnog de schim op te duiken van Wouter Buikhuisen, de Leidse criminoloog wiens onderzoek naar de biologische achtergronden van criminaliteit dertig jaar geleden werd gefrustreerd door negatieve publiciteit. De affaire zorgde voor een jarenlang taboe op dit soort onderzoek, maar de bordjes lijken nu definitief verhangen. De Groninger gedragsfysioloog Sietse de Boer, die zelf al jaren in de relatieve luwte experimenteel onderzoek doet aan agressief gedrag bij ratten, is blij dat er nu ruimte komt voor experimentele toetsing rond gewelddadig gedrag bij mensen. Zijn eigen onderzoek naar met name de rol van serotonine – ‘dirigent van het hersenorkest dat betrokken is bij agressie’– toont echter wel aan dat het niet simpel is vondsten te vertalen in een behandeling. ‘Toediening van serotonine bij agressieve dieren werkt goed, maar behandel je de verkeerde individuen dan kun je ook juist agressie uitlokken’, aldus De Boer.

Intussen zijn vrijwel alle experts het eens dat de huidige – maatschappelijk zeer geaccepteerde – aanpak van zwaar straffen en opsluiten niet werkt. Frans Leeuw, directeur van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie, vat het als volgt samen: ‘We hebben nu een op homeopathie gebaseerd beleid.’

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/vrije-wil/index.atom?m=of", “max”=>"10", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 december 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.