Je leest:

Inbraak bij de buren? Wees op je hoede!

Inbraak bij de buren? Wees op je hoede!

Auteur: | 14 juni 2007

Kort na een woninginbraak is de kans op herhaling groot. Maar niet alleen de gedupeerde bewoners moeten na een inbraak op hun hoede zijn. Ook buren en andere omwonenden dienen extra op hun tellen te passen, want ook zij lopen tijdelijk een verhoogd risico om slachtoffer te worden. Dit blijkt uit onderzoek van criminoloog Bernasco dat deze week is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Criminologie.

Inbrekers keren vaak terug naar een woning waar ze recentelijk succes hadden. Maar heel kieskeurig zijn ze daarbij niet, want ook de buren van de vorige slachtoffers lopen risico op onverwacht en ongewenst bezoek. Bezoek dat zelden lang op zich laat wachten.

Na een eerste inbraak weten inbrekers hoe ze makkelijk binnen en weer weg kunnen komen, en weten ze wat er te halen valt.

Kans op herhaling groot

Als er onlangs bij je is ingebroken, dan zou hetzelfde je binnenkort wel eens opnieuw kunnen overkomen, want kort na een inbraak is de kans op herhaling groot. Na een aantal weken neemt het risico weer af. Om uiteenlopende redenen wordt gedacht dat herhaalde inbraken vaak gepleegd worden door degenen die ook voor de eerste inbraak verantwoordelijk waren.

Een van die redenen is het tijdsverloop tussen de opeenvolgende inbraken: de herhaling volgt vaak kort, binnen enkele weken, op de eerste inbraak. Dat is vanuit het gezichtspunt van de inbrekers begrijpelijk. Na een eerste inbraak weten ze hoe ze makkelijk binnen en weer weg kunnen komen, en weten ze wat er te halen valt. Veel slachtoffers vervangen gestolen spullen vrij snel, en dat is voor inbrekers helemaal mooi: ook zij hebben immers het liefst een gloednieuw exemplaar van een laptop of mobieltje. Of het inderdaad om dezelfde daders gaat, weten we vaak niet. Het zou ook kunnen gaan om andere daders die getipt zijn door de vorige daders, of om andere daders die geen enkele relatie hebben met de vorige daders. We weten dit vaak niet, omdat de pakkans van inbrekers erg klein is (minder dan 1 op 10).

Uit recent onderzoek blijkt dat je niet alleen op je hoede moet zijn als er bij jou zelf is ingebroken, maar ook als inbrekers onlangs bij de buren hun slag hebben geslagen.

Besmettelijk

Uit recent onderzoek blijkt dat je niet alleen op je hoede moet zijn als er bij jou zelf is ingebroken, maar ook als inbrekers onlangs bij de buren hun slag hebben geslagen, of ergens anders in de buurt. Woninginbraak lijkt wel besmettelijk te zijn. Of het dezelfde daders zijn die voor ‘besmettelijke’ inbraken verantwoordelijk zijn weten we vaak net zomin als bij de herhaalde inbraken in dezelfde woning. Het is goed mogelijk dat de inbraken bij de buren in feite ‘verplaatste herhalingen’ zijn. Dat is het geval als een inbreker terugkeert bij een woning waar hij eerder heeft ingebroken, maar merkt dat een herhaling er om de een of andere reden niet in zit. Mogelijk zijn de bewoners nu thuis, of hebben ze genoeg maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. De inbreker kan dan proberen om ergens anders een geschikt doelwit te vinden, en andere woningen in de buurt zijn dan geschikte alternatieve kandidaten.

Tot voor kort was deze besmettelijkheid van woninginbraak alleen in Engeland (Liverpool) en in Australië (Brisbane) aangetoond. Daar bleek dat het risico van woninginbraak aanzienlijk hoger is als er in de afgelopen twee maanden binnen 400 meter van je woning is ingebroken.

Als bewoners genoeg maatregelen hebben genomen om herhaling te voorkomen, kan de inbreker op zoek gaan naar een goed alternatief – bijvoorbeeld de buurman.

Inbraak onderzocht als ziekte

Recent onderzoek, uitgevoerd door Wim Bernasco van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), laat zien dat inbraak ook in Nederland besmettelijk is. De onderzoekers onderzochten alle bij de politie bekend geworden inbraken in de acht jaren tussen 1996-2003 in de steden Den Haag (30.000 inbraken) , Delft (5500) en Zoetermeer (4000). Van deze inbraken was door de politie vastgelegd waar en wanneer zij plaatsvonden. Om vast te stellen of inbraken kort na en in de omgeving van een voorafgaande inbraak plaatsvinden, werd een techniek gebruikt die epidemiologen gebruiken bij de bestudering van uitbraken van besmettelijke aandoeningen. Met die techniek wordt uitgerekend hoe vaak het voorkomt dat twee inbraken zowel dichtbij elkaar als kort na elkaar plaatsvinden, en wordt vervolgens nagegaan of dat (erg) veel vaker is dan op grond van toeval verwacht zou moeten worden. Dat bleek zowel in Den Haag, in Delft als in Zoetermeer het geval te zijn.

Wie precies waar en wanneer inbreekt, is lastig te achterhalen. De pakkans van inbrekers is namelijk erg klein (minder dan 1 op 10).

Meerdere vliegen in één klap

Het buitenlandse onderzoek stelde besmetting vast binnen periodes van 2 maanden en binnen afstanden van 400 meter tussen opeenvolgende inbraken. In aanvulling hierop is in het Nederlandse onderzoek speciale aandacht besteed aan nog kortere tijdsintervallen en nog kleinere afstanden tussen inbraken (dagen en tientallen meters). Tussen opeenvolgende inbraken blijkt vaak een opmerkelijk korte duur en kleine afstand te liggen. Regelmatig worden binnen een dag of een nacht meerdere inbraken op korte afstand van elkaar gepleegd. Soms is zelfs letterlijk de buurman het volgende slachtoffer. Het lijkt er op dat sommige daders wanneer zij op inbrekerspad zijn het niet bij één (poging tot) inbraak laten, maar onmiddellijk daarna in de directe omgeving nog een of meerdere inbraken plegen.

Het goede nieuws is dat het verhoogde risico na verloop van tijd wegebt.

Extra op je hoede

Dat ‘eendagsseries’ regelmatig voorkomen is vanuit het oogpunt van preventie vervelend. Het betekent namelijk in de praktijk dat op het moment dat een inbraak bij de politie gemeld wordt, er al vervolginbraken in andere woningen gepleegd zijn. Die inbraken kunnen dan dus niet meer voorkómen worden. Als de inbraken elkaar minder snel opvolgen, wat ook vaak gebeurt, kan dat wel. De politie kan dan buren en andere buurtbewoners waarschuwen om extra op hun hoede te zijn, en tijdens de surveillance extra aandacht schenken aan de getroffen woning en de directe omgeving. Het goede nieuws is dat het verhoogde risico na verloop van tijd wegebt.

Over dit onderzoek is meer te lezen in het artikel ‘Is woninginbraak besmettelijk?’ in het Tijdschrift voor Criminologie (jaargang 49, nummer 2). De auteur, Wim Bernasco, is als criminoloog en senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Hij doet onder andere onderzoek naar de mobiliteit en spreiding van criminaliteit.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink/NSCR.
© Kennislink/NSCR, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 juni 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.