Je leest:

In het zonnetje

In het zonnetje

Auteur: | 22 februari 2002

Aan tradities geen gebrek in Leiden: er mogen BaMa-structuren geïmporteerd worden en vakgroepen afgeschaft, maar het theater op 8 februari in de Pieterskerk is een blijvertje. Als om in het lustrumjaar van het LUMC de verbondenheid met de universiteit nog eens te onderstrepen, hield prof. dr. Bert Jan Vermeer de diesrede. Over de gevaren van zonnen.

“Zou u op dit moment niet liever in de zon op een terras willen zitten?” plaagde prof. dr. Bert Jan Vermeer zijn gehoor, dat zojuist door de regen naar de Pieterskerk was gekomen om zijn rede te horen. Elk jaar op 8 februari vult de kerk zich met hoogleraren in toga en baret, hun dames, misschien ook wel heren tegenwoordig, vertegenwoordigers van studenten in driedelig grijs en mantelpakje, en een schare van belangstellenden.

Favoriete onderwerp

Op het programma staat altijd muziek en meestal een eredoctor. Maar eerst, zodra het Io Vivat verklonken is, mag een hoogleraar iets over zijn favoriete onderwerp vertellen. Dit jaar was het de decaan Geneeskunde, tevens hoogleraar Huidziekten en Geslachtsziekten. Vermeers rede droeg de titel ‘De zonovergoten huid’. Dat te veel zonlicht slecht is voor de huid en huidkanker kan veroorzaken is zo langzamerhand wel bekend. Maar hoe ligt de relatie tussen oorzaak en gevolg precies? Daar hebben onderzoeksgroepen in Leiden maar ook in Rotterdam en Utrecht veel onderzoek naar gedaan.

Vermeer legde uit welke biologische effecten van zonlicht, en in het bijzonder ultraviolet licht (UV), een schadelijke werking kunnen hebben. Zoals bekend van opschriften op zonnebrandmiddelen zijn er twee soorten UV-straling, A en B. Van deze twee is UVB de schadelijkste. Dat geldt vooral voor het effect op het DNA: UVB kan een mutatie veroorzaken van de genen in de celkern, met huidkanker als gevolg. De mens is uitgerust met een herstelsysteem, dat de schade beperkt. Dat gebeurt onder meer doordat een dun laagje gemuteerde cellen op de huid een barrière vormt tegen verdere straling.

Afweersysteem

Daarnaast heeft zonlicht invloed op het menselijk afweersysteem: mensen die na het zonnen vaak een koortslip krijgen, weten dat uit ervaring. Dit gebeurt volgens Vermeer waarschijnlijk om ontstekingsreacties tegen de zonbeschenen huid te voorkomen. Patiënten die afweeronderdrukkende medicijnen gebruiken, bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie, zijn waarschijnlijk extra gevoelig voor de afweeronderdrukkende werking van zonlicht. Velen van hen ontwikkelen enkele jaren na de transplantatie wratachtige tumoren en andere vormen van huidkanker.

Er is nog een manier waarop zonlicht de huid kan schaden. Van zonnen word je bruin, of, als je pech hebt, rood. Het zonlicht activeert de pigmentvormende cellen in de huid. Het zwarte pigment, waarvan mensen met een donkere huid veel hebben, is een belangrijke beschermingsfactor tegen de schadelijke werking van zonlicht. Rood pigment daarentegen kan door de werking van het zonlicht juist veel kwaad doen. De vorm van huidkanker die zo ontstaat, melanoom, is gevaarlijker dan andere typen. Wie een rossig huidtype heeft of een moedervlek waarin relatief veel rood pigment aanwezig is, heeft dus een grotere kans hierop.

Melanoom is een van de belangrijkste doodsoorzaken ten gevolge van kanker bij personen van dertig tot vijftig jaar. Evenals in andere welvarende landen is het aantal blanke patiënten met deze ziekte enorm toegenomen. De verklaring ligt vermoedelijk in het veranderde recreatiegedrag van volwassenen en kinderen. Wie in zijn jeugd veel aan zonlicht is blootgesteld of vaak is verbrand, loopt duidelijk meer risico. De laatste jaren is dat vermoeden door middel van dierproeven bevestigd.

Erfelijke aanleg

Mensen met een lichte huid hebben meer kans op huidkanker, maar dat is niet het hele verhaal. Er speelt ook andere erfelijke aanleg mee. Het gaat om bepaalde varianten van een eiwit, dat als receptor op de pigmentvormende cel fungeert. Zulke varianten komen ook voor bij donkere huidtypes. Tenslotte is er nog een groep patiënten die een sterk verhoogde kans op melanoom heeft, bekend als de FAMMM. Een in verband hiermee ontdekte mutatie is de factor P16 Leiden.

Vermeer plaatste aan het eind van zijn verhaal de onderzoeksresultaten op zijn vakgebied in een breder verband. Zonlicht is een dominante factor bij het ontstaan van huidkanker en voorlichting over verstandig zonnen is dus geboden. In Australië hebben voorlichtingscampagnes veel succes gehad. Hier heeft het Koningin Wilhelmina Fonds al heel wat werk verricht maar er is nog winst te behalen op het snijvlak van geneeskunde, psychologie en pedagogie.

Ook aan zonnebrandcrèmes valt nog veel te verbeteren. Er zijn al middelen in de handel die beschermen tegen zowel UVB als het ook niet onschadelijke UVA. Recente experimenten wijzen uit dat het toevoegen van DNA-herstelenzymen aan zonnebrandcrèmes gunstige effecten zou kunnen hebben. Op die manier verandert een cosmetisch product langzaam in een geneesmiddel. In de Verenigde Staten zijn al zonnebrandcrèmes als geneesmiddel geregistreerd.

Ramen open

Ten slotte schetste de orator hoe de verschillende wetenschapsgebieden in elkaar grijpen als het om een probleem als huidkanker gaat. De vakgebieden Farmacologie, Geneeskunde en Sociale Wetenschappen leveren allemaal hun bijdrage en de 19de-eeuwse indeling van de universiteit in faculteiten kan daarbij wel eens een belemmering zijn. Vooral, benadrukte Vermeer, nu de wetenschap in de stroomversnelling van genomics is gekomen. Maar – een positief woord tot slot – de Leidse universiteit heeft de ramen open gezet. De samenwerking tussen de universiteit, het LUMC, de VU, het VU Medisch Centrum en TNO Preventie en Gezondheid rond genomics is daar het resultaat van. En zo bleek in deze zeer traditionele omgeving een 21ste-eeuws verhaal toch heel goed op z’n plaats.

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 februari 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.