Je leest:

In het spoor van de voorouders

In het spoor van de voorouders

Auteur: | 21 december 2006

Steeds meer Afro-Amerikanen brengen in de zoektocht naar hun roots een bezoek aan Ghana. In het kader van haar afstudeeronderzoek onderzocht Pleun van Arensbergen hoe Afro-Amerikanen hun verblijf in Ghana ervaren. Het is een mooie ervaring, maar niet zonder problemen en pijnlijke confrontaties.

“Het is overweldigend! Ik voel de pijn van mijn voorouders hier zo sterk”, zegt een Afro-Amerikaanse vrouw, terwijl ze huilend de mannenkerker uitstapt. De jongen die ons rondleidt door het slavenfort, wijst naar de zee: “daar lagen de schepen waarin honderden Afrikanen veranderden van mensen in slaven”.

De entree van het slavenfort Cape Coast Castle. Tegenwoordig voor velen een belangrijk pelgrimsoord en voor anderen een toeristische trekpleister. In ieder geval een belangrijke historische plek, die je zeker niet mag missen wanneer je in Ghana bent. Foto: Pleun van Arensbergen

Uit het onderzoek blijkt dat de reis die de Afro-Amerikanen maken naar het vermeende land van hun voorouders als een pelgrimage beschouwd kan worden. Ze zijn niet alleen op zoek naar hun roots, ze willen hun roots zo goed mogelijk ervaren en in de voetsporen van hun voorouders treden. Ze ervaren hun komst naar Ghana als een thuiskomst en ze zien de Ghanezen als hun familie. Andersom is dit niet altijd zo: veel Ghanezen zien de Afro-Amerikanen als vreemden en buitenlanders. Volgens de Afro-Amerikanen komt dit doordat de Ghanezen te weinig van hun geschiedenis afweten. Ze vinden het dan ook belangrijk om anderen te vertellen wat er in het verleden allemaal gebeurd is, zodat iedereen weet wie zij zijn en om te voorkomen dat zoiets gruwelijks als de slavenhandel, ooit weer gebeurt.

De vraag “waarom” ze naar Ghana zijn gekomen is voor veel Afro-Amerikanen een irrelevante vraag. “Waarom gaat een Chinees naar China en een Duitser naar Duitsland? Precies, omdat dat hun thuis is!” Ze beschouwen Ghana als hun moederland, aangezien hun voorouders die als slaven naar Amerika zijn verscheept, hier geboren zijn. Of ze daadwerkelijk in Ghana geboren zijn of in een ander Afrikaans land, weten de meesten van hen niet. Deze exacte kennis speelt ook geen belangrijke rol, het gaat erom dat ze in Afrika zijn. Daarnaast is de kans groot dat hun voorouders in een van de slavenforten aan de Ghanese kust gezeten hebben, aangezien ook de slaven uit omringende landen vanuit Ghana verscheept werden. Ghana droeg in die tijd dan ook de naam Slavenkust.

De ingang van de mannenkerker, waar de slaven wekenlang dicht op elkaar gepakt opgesloten zaten. De kerkers waren slecht geventileerd, waardoor het er zeer warm, donker en nat was. Er waren geen sanitaire voorzieningen en ze kregen nauwelijks iets te eten. Veel slaven stierven tijdens hun opsluiting in deze kerkers. Foto: Pleun van Arensbergen

Pelgrims en repatrianten

Afro-Amerikanen bezoeken Ghana op verschillende manieren. Sommige nemen deel aan een georganiseerde groepsreis, andere gaan op eigen houtje in het gezelschap van een of meerdere familieleden. De een heeft tien dagen de tijd, de ander blijft de rest van zijn of haar leven. Deze laatste groep wordt ook wel de “repatrianten” genoemd. Deze Afro-Amerikanen hebben hun leven in Amerika vaarwel gezegd en zijn naar Ghana gekomen om er de rest van hun leven te blijven wonen. Wat terugkeerders met elkaar gemeen hebben, is dat ze hun reis beschouwen als ‘thuiskomen’ en dat ze op zoek zijn naar hun roots, naar hun geschiedenis en naar contact met hun voorouders. Tijdens hun verblijf in Ghana herdenken ze hun voorouders, brengen ze offers en proberen ze hun pijnlijke geschiedenis een plek te geven. Op basis van deze aspecten kan hun reis beschouwd worden als een pelgrimage.

Belangrijke plekken voor de pelgrims zijn dan ook de slavenforten aan de kust. Op deze plekken zijn de angsten en de gebeden van de voorouders zeer sterk geweest. Dit is volgens veel pelgrims ook de reden dat ze de aanwezigheid van hun voorouders juist hier in de forten zo sterk voelen. Een repatriant vertelt me hoe ze bij haar eerste bezoek aan de slavenkerkers, overmand werd door verdriet. “Ik viel op mijn knieën en begon steeds harder te huilen. In de verte hoorde ik gehuil en angstig geschreeuw. Ineens was de kerker gevuld met vrouwen, sommige naakt, sommige met baby’s, sommige ziek en liggend in het vuil op de grond, angst vulde hun gezichten.” Hoe pijnlijk een bezoek aan een slavenfort voor de pelgrims ook is, ze zouden het niet willen missen. De meeste van hen hebben er al jaren van gedroomd om ooit op deze plek te staan. “Ik heb mijn hele leven gewacht om terug te keren naar het thuis van mijn voorouders. Ze hebben me geroepen sinds ik een kind was”, vertelt Heather, een Afro-Amerikaanse pelgrim.

Veel pelgrims zijn niet enkel op zoek naar hun roots, maar ze willen hun roots ervaren. Ze willen in de voetsporen van hun voorouders treden. Ze willen lopen waar hun voorouders gelopen hebben, zien wat hun voorouders gezien hebben en horen wat hun voorouders gehoord hebben. Heather luistert vanaf de binnenplaats van het fort naar het geluid van de golven die breken op het strand en vraagt zich af of haar voorouders dit ook zo gehoord hebben. “Het maakt me verdrietig wanneer ik denk dat dit strand met dit fort, waar ik nu ben, het laatste is wat zij van Afrika gezien hebben.” Haar man Michael vult haar aan, door te zeggen dat het hier nu juist om gaat. Hij heeft al veel gelezen over zijn geschiedenis en zijn voorouders, dus de kennis heeft hij al. Hij is nu naar Ghana gekomen om dit alles met eigen ogen te zien en om het te ervaren.

De binnenplaats van Cape Coast Castle. Hier mochten de slaven af en toe luchten, nadat ze dagen in de donkere natte kerkers opgesloten hadden gezeten. Dit was tegelijkertijd de plek waar de slaven werden geïnspecteerd en geveild. Foto: Pleun van Arensbergen

Hey Obruni!

Ghana is voor veel Afro-Amerikanen een droomland, met name wanneer ze het vergelijken met Amerika. Repatriant Lady vertelt me: “In Amerika zijn we arm en hebben we onze moeilijkheden. We hebben er helemaal niks: geen vertegenwoordiging in de regering, geen werk, geen fatsoenlijk onderdak. We lijden nog steeds onder slavernij. Ze behandelen ons hard en gevoelloos. Hier in Ghana is het vredig en veilig. Je kunt hier altijd probleemloos rondlopen, dag en nacht, zonder lastig gevallen te worden. Hier voel ik me gewoon goed, hier kan ik tenminste ademen.” De onvrede over het leven in Amerika blijkt een belangrijke rol te spelen in de beslissing om te repatriëren. Door alle problemen voelen ze zich niet thuis in Amerika en komen ze naar Ghana waar ze zich wel thuis zeggen te voelen. Ze zien duidelijke overeenkomsten tussen zichzelf en de Ghanezen en beschouwen hen dan ook als familie. Omgekeerd is dat vaak niet zo. Op straat worden ze vaak door Ghanezen begroet met “Hey Obruni, how are you?”. Obruni betekent ‘buitenlander’ of ‘blanke’. Buitenlandse toeristen worden continu met deze term aangesproken. Ghanezen zeggen Afro-Amerikanen meteen te herkennen: ze lopen veel sneller, kleden zich anders en zijn opvliegender en agressiever in conflictsituaties. Volgens de Ghanese gids Stephen zijn ze zo geworden omdat ze in “Obruni-land” hebben gewoond. Repatriant Nana Okofo Ababio betreurt het dat hij Obruni wordt genoemd door zijn “broers en zussen”. Hij beseft zelf wel dat hij veranderd is en dat hij misschien wat vervreemd is van zijn Ghanese landgenoten. Maar dit is volgens hem het logische gevolg van een 500 jaar durend verblijf in een vreemd land. Hij kaatst de bal terug door te zeggen dat de continentale Afrikanen ook veranderd zijn. Dit hoeft volgens hem geen probleem te zijn, “We moeten goed met elkaar praten en elkaar weer opnieuw leren kennen”.

De ketens die de slaven droegen om hun nek, handen en voeten. Hoewel slavernij eeuwenlang bestaan heeft, kan de Transatlantische slavenhandel gezien worden als een unieke gebeurtenis in de menselijke geschiedenis. Deze handel bestond op zeer grote schaal, was zeer goed georganiseerd en had zeer vernietigende gevolgen. Hij startte in Europa, van waaruit geweren en andere goederen naar de kust van West-Afrika werden verscheept. Hier werden de goederen geruild tegen slaven, goud en ivoor, waarna het schip de Atlantische Oceaan overstak naar Amerika en de Caribische eilanden. Deze oversteek, waarbij de geketende slaven zich in erbarmelijke omstandigheden bevonden, duurde minimaal vijf weken. Het was niet uitzonderlijk wanneer de helft van de slaven de reis niet overleefde. Vanuit Amerika keerde het schip tenslotte terug naar Europa met rum, tabak en katoen. Deze handel heeft gedurende 400 jaar plaatsgevonden, tot het begin van de 19e eeuw. Er wordt geschat dat er in deze jaren tussen de twaalf en twintig miljoen Afrikanen verscheept zijn. Foto: Pleun van Arensbergen

Geschiedenis van slavernij

Ghanezen weten volgens de Afro-Amerikaanse pelgrims en repatrianten te weinig af van hun pijnlijke geschiedenis. Op school krijgen ze nauwelijks onderwijs over de Afrikaanse geschiedenis en over de slavenhandel. “Ze hebben geen oog voor het leed dat wij geleden hebben en de strijd die we in Amerika geleverd hebben om enige rechten te verkrijgen! Hierdoor weten ze helemaal niet wie wij eigenlijk zijn”, aldus repatriant Lady. Dit gebrek aan kennis leidt er volgens haar toe dat Ghanezen vaak niet begrijpen waarom Afro-Amerikanen naar Ghana komen. Veel Ghanezen zien Amerika juist als een droomland, waar alles mogelijk is en waar veel geld te verdienen is. Ze zouden er alles voor over hebben om naar Amerika te gaan, maar het ontbreekt hen aan middelen om deze droom te realiseren. Het is voor hen moeilijk te begrijpen waarom Afro-Amerikanen het rijke Amerika verruilen voor het arme Ghana. Dit onbegrip is voor Afro-Amerikanen een belangrijke reden om hun verhaal over de slavenhandel en de strijd in Amerika te blijven vertellen. Lady vertelt me: “Het verhaal moet verteld worden, anders gaat het verloren. Het is erg belangrijk het verhaal levend te houden, het te herinneren en het te kennen. Dit zorgt ervoor dat je onthoudt wie je bent en het voorkomt dat zoiets gruwelijks ooit weer gebeurt.”

Kanonnen op het slavenfort in Cape Coast om zich te kunnen verdedigen tegen aanvallen vanaf de zee. Foto: Pleun van Arensbergen

Ondanks deze moeilijkheden waar Afro-Amerikanen in Ghana mee te maken hebben, zijn ze blij om eindelijk thuis te zijn en zijn ze hoopvol over de toekomst. Nana Okofo Ababio:

‘Dit is nu eenmaal de realiteit, wat er gebeurd is in de omgang tussen mensen. Ik ben hier niet om ruzie te maken, maar om de wereld bewust te maken van de schade die hier is aangericht. Ik, als afstammeling van de ontvoerde Afrikanen, die na honderden jaren is teruggekeerd naar huis, ik heb een verhaal te vertellen. Niet alleen aan de Amerikanen en Europeanen, maar ook aan mijn Afrikaanse broeders en zusters. Er is nog veel waarover gepraat moet worden. Maar in de tussentijd geniet ik ervan om thuis te zijn, anders gezegd: Returning home ain’t easy, but it sure is a blessing!’

Pleun van Arensbergen studeerde september 2006 af in de Culturele Antropologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 december 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.