Je leest:

In het hoofd van Pinokkio

In het hoofd van Pinokkio

Auteur: | 25 februari 2005

De betrouwbare leugendetector moet nog uitgevonden worden. Wellicht kan hersenactiviteit de jokkebrok ontmaskeren.

Een dag na de Tsunami vonden reddingswerkers in Sri Lanka een baby. Ze brachten het jongetje naar het lokale ziekenhuis, hij was de 81-ste patiënt van de dag. Vorige maand maakten acht ouderparen op emotionele wijze aanspraak op “baby 81”. Wie van hen sprak de waarheid?

Een DNA-test wees uiteindelijk de juiste ouders aan, maar de Bijbelse koning Salomon zou er een eigen tactiek voor hebben. Twee vrouwen uit het oude testament beweren beide de moeder van een baby te zijn. Ze wenden zich tot Salomon. De koning geeft uiteindelijk opdracht het kind in tweeën te hakken zodat ieder de helft krijgt. Een van de vrouwen smeekt dat het kind gespaard blijft, ook al zou het dan naar de andere vrouw gaan. Op dat moment herkent Salomon de ware moeder en geeft haar de baby terug.

Hoe ontmasker je een leugenaar? Waarin verschilt een bedrieger van iemand die de waarheid spreekt? Als er een verschil is, kun je dat meten?

De klassieke leugendetector uit 1920 – de polygraaf, met de schrijvende pen op een strook grafiekpapier – gaat ervan uit dat liegen niemand emotioneel onberoerd laat. Dat uit zich fysiologisch in een hogere hartslag, bloeddruk, ademhalingsfrequentie en zweetproductie. Betrouwbaar is de polygraaf niet. Bij een onschuldige zenuwpees bijvoorbeeld zal het zweet uitbreken als de politieagent op norse toon vraagt waar de hij gisteravond was. Een koelbloedige terrorist zal daarentegen glashard kunnen liegen zonder dat zijn hartslag omhoog gaat.

Tot 1998 werd de polygraaf nog ingezet in Amerikaanse strafzaken. De klassieke leugendetector doet nog wel dienst bij de screening van nieuw personeel voor veiligheidsdiensten in Israël, de VS en Japan.

Wellicht kan hersenactiviteit de jokkebrok ontmaskeren. Er bestaan hersengolven voor de ‘blijk van herkenning’. Driehonderd milliseconden na het herkennen van een stimulus – een foto van de Nachtwacht bijvoorbeeld – produceert het brein elektrische golven. Deze potentiaal, P300, is niet te onderdrukken. Met gevoelige sensoren op het hoofd, een EEG-scan, is de P300-piek waar te nemen.

De Amerikaanse Psycholoog Lawrence Farwell baseerde zijn leugendetector op P300. Zijn idee is dat verdachten die op de plek van de misdaad zijn geweest, foto’s daarvan zullen herkennen. Personen krijgen drie typen stimuli. Algemene stimuli herkent iedereen, zoals het vrijheidsbeeld. Specifieke beelden, die een onschuldige verdachte niet maar de dader wel herkent: de cockpit van een Boeing 767 of het detail van een vuurwapen. En irrelevant stimuli, die niemand zal herkennen.

Solide is de P300-test helaas niet. Wie toevallig een documentaire gezien heeft over vuurwapens, kan een blijk van herkenning geven bij het zien van de foto van het moordwapen. Natuurlijk gaat de P300 methode uit van meerdere stimuli, maar het is lastig daaraan te rekenen. Hoe groot is bijvoorbeeld de kans op een vals-positief resultaat wanneer iemand vijf van de vijf typische stimuli herkent?

Een defensie-instituut in South Carolina deed de test bij een groep studenten. Zij moesten zich inbeelden dat hun professor ze bij iedere stimulus in het gezicht sloeg. In deze stresssituatie produceerde tweederde van de studenten echter een P300-piek na stimuli die irrelevant waren. Dan is de polygraaf betrouwbaarder.

Onderzoek aan leugendetectie speelt zich voornamelijk af in de VS, zeker sinds elf september. Zo is er de studie van psychiater Daniel Langleben in Pennsylvania naar het zichtbaar maken van een leugengebiedje in het brein. Hij gaf proefpersonen in een MRI-scanner een envelop met twintig dollar en de speelkaart klaveren vijf. Op een computerscherm verscheen een reeks speelkaarten met de vraag of ze een van deze kaarten in bezit hebben. Als ze zouden ontkennen welke kaart ze hadden, mochten ze het geld houden. Wat bleek: twee hersengebiedjes lichten meer op wanneer ze logen over de vijf, maar niet als ze terecht ontkenden.

Langleben benadrukte dat fMRI voorlopig nog een studiegereedschap is en geen leugendetector, verder onderzoek bij grotere groepen is nodig. Maar dat was al weer drie jaar geleden. Sindsdien hebben we niets meer van Langleben gehoord. Voorlopig is geen enkele leugendetector zo betrouwbaar als Salomons oordeel.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 februari 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.