Je leest:

In de Voetsporen van de Profeet

In de Voetsporen van de Profeet

Auteur: | 13 december 2005

Bij Jihad denken we al snel aan geweld en terroristische aanslagen. Islamitisch fundamentalisme hoeft echter helemaal niet gewelddadig te zijn. Jihad betekent voor velen ook de persoonlijke inspanning een goede moslim te zijn. Marloes Janson laat dit zien aan de hand van het verhaal van Lamin, een jongen die zich tot de Tabligh Jama’at in Gambia bekeerde.

Ik herinner mij dat ik in 1996, toen ik voor de eerste keer antropologisch onderzoek in Gambia deed, erg verbaasd was toen ik op de veranda van de dorpsmoskee een aantal felgekleurde koepeltentjes zag staan. Bij navraag bleek dat de tenten waren neergezet door ‘blanke’ predikers. In eerste instantie ging ik er van uit dat het hier één of andere Europese of Noord-Amerikaanse hulpactie betrof. Later kwam ik erachter dat ook Arabieren, Pakistani en Indiërs worden aangeduid met ‘blanken’ omdat zij een veel lichtere huidskleur hebben dan de Gambiaanse bevolking.

Een paar dagen later waren de tenten verdwenen en ik vergat het hele voorval totdat ik mijn veldwerknotities overlas. Tijdens een vervolgonderzoek zag ik een vrouw op de markt die van boven tot onder in een zwarte sluier was gehuld. Omdat ik nooit eerder een vrouw op deze manier gekleed was tegengekomen in Gambia, vroeg ik mijn reisgenoot nieuwsgierig of zij een Gambiaanse was en tot welke beweging zij behoorde. Hij haalde zijn schouders op en antwoordde dat zij “gewoon een ninja” was.

‘Ninja’ is een bijnaam voor de gesluierde Gambiaanse vrouwen die geheel in het zwart gekleed zijn. Steeds meer Gambiaanse vrouwen dragen tegenwoordig een sluier. Bron: Marloes Janson

Omdat de reis verder ging, had ik geen tijd om dieper op deze dubieuze opmerking in te gaan. Nadat ik meer inzicht had verworven in de opleving van de islam in Gambia, was ik in staat om deze twee gebeurtenissen, die te maken hebben met de opkomst van de Tabligh Jama’at, met elkaar in verband te brengen.

De Tabligh Jama’at

De Tabligh Jama’at is een islamitische missionarisbeweging die ontstaan is in India in het begin van de vorige eeuw en die een striktere naleving van de religie beoogt. De oprichter, Mawlana Ilyas, geloofde dat moslims waren afgedwaald van het rechte pad. Vandaar dat hij benadrukte dat zij moesten terugkeren tot een zuivere islam, zodat God hen zou belonen in deze wereld en het hiernamaals. Zijn methode bestond uit het bewust maken van moslims van hun religieuze verplichtingen. Daartoe stuurde hij predikers de straat op om Gods woorden te verspreiden. Wat interessant is, is dat deze ‘zendelingen’ niet gericht waren op het bekeren van niet-moslims tot de islam, maar dat hun missie bestond uit het maken van moslims tot betere gelovigen.

Antropologisch veldwerk: het “kantoor” van de onderzoekster. Bron: Marloes Janson

In de loop der jaren is de Jama’at uitgegroeid tot de grootste islamitische beweging ter wereld. Zij is actief in meer dan 150 landen over de hele wereld, van Gambia tot Nederland. De Jama’ats jaarlijkse conferentie in Pakistan is uitgegroeid tot de belangrijkste bijeenkomst in de moslim wereld na de pelgrimstocht naar Mekka. Ondanks de enorme invloed van deze beweging op het leven van miljoenen moslims is er relatief weinig over bekend. Vooral informatie over de Jama’at in Afrika ontbreekt. Vandaar dat mijn onderzoek zich richt op de Tabligh Jama’at in Gambia, dat gezien wordt als het centrum van de beweging in West-Afrika.

Kaart Gambia. bron: Mee Beran

Gambia is het kleinste land in Afrika; het beslaat slechts een derde van het oppervlak van Nederland. Ondanks de geringe afmetingen is het geen onbelangrijk land. De Gambia Rivier is één van Afrika’s best bevaarbare waterwegen en als gevolg daarvan, hadden handelaren gemakkelijk toegang tot het binnenland. Handel is zeer belangrijk geweest in termen van de verspreiding van islamitische ideeën en het aantrekken van grote aantallen mensen tot de islam.

In vergelijking met andere West-Afrikaanse landen, had Gambia lange tijd het hoogste percentage moslims. Gedurende de afgelopen vijftien jaar kreeg Gambia te maken met een enorme islamitische opleving. Dit is zichtbaar in de explosie van het aantal moskeeën en islamitische scholen, die gesponsord worden door internationale en nationale moslim bewegingen. Tevens dragen steeds meer Gambiaanse vrouwen een sluier. Dit proces van de opleving van de islam viel samen met de machtsovername door President Jammeh, die de religie gebruikte om zijn leiderschap te legitimeren. Vandaag de dag is meer dan 90% van de Gambiaanse bevolking moslim.

Het kenmerk van de Jama’at in Gambia is dat vooral jongeren van rond de twintig zich aangetrokken voelen tot haar ideologie. Dit kan verklaard worden door de enorme economische crisis in het land en de grote sociale gevolgen daarvan. Vele jongeren kunnen hun opleiding niet afmaken omdat hun ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. Degenen die wel hun school afmaken, kunnen dikwijls geen baan vinden vanwege de grote werkloosheid.

Traditionele koranschool. Bron: Marloes Janson

Om toch zin te geven aan hun leven, treden veel jonge mannen en vrouwen toe tot de Tabligh Jama’at. Ook al levert het hen financieel niets op, zij geloven dat zij voor hun missionarisactiviteiten beloond zullen worden door God. Omdat de Jama’at haar leden niet registreert, is het moeilijk om iets te zeggen over het aantal jongeren binnen de beweging. Dat het om een groot aantal gaat, laat de uitspraak van een islamitische geleerde zien die tijdens een interview beweerde dat binnen een aantal jaren deze jongeren de touwtjes in handen zullen krijgen in Gambia.

Lamins verhaal

De 27-jarige Lamin is zeer actief binnen de Tabligh Jama’at in Gambia. Voordat hij zich drie jaar geleden bekeerde tot de Jama’at, bracht hij zijn tijd door met het luisteren naar muziek en het bezoeken van disco’s. Toen hij zich bekeerde, stopte hij hier abrupt mee. Verder hield hij op met roken en knipte hij zijn rastaharen af. Ook al is Lamin al zijn hele leven moslim, toch sprak hij over ‘bekering’ toen hij mij vertelde over zijn toetreding tot de Tabligh Jama’at. Toen ik hem vroeg waarom hij zijn leven zo radicaal veranderde, antwoordde hij:

“Mijn vriend en ik woonden een doopfeest bij in de stad. Tijdens de ceremonie werden wij uitgenodigd door mensen van de Jama’at om met hen te komen bidden in de moskee. Een vroegere vriend, die ik had leren kennen als een erg opstandige jongen, sprak in de moskee over ons doel op aarde. Ik was erg onder de indruk van zijn verandering in gedrag en ik besloot dat ik net als hem wilde worden. Na die preek in de moskee veranderde ik mijn leven. Ik reisde drie dagen mee met de aanhangers van de Jama’at om meer te weten te komen over de islam. Al na een dag bemerkte ik een verandering: ik was niet langer op wereldse zaken gericht. Voordat ik met de groep op reis ging, bad en vastte ik wel, maar ik wist niet veel over de islam. Ik beschouwde mijn religie als een recht en niet als een gunst van God. Na mijn reis probeerde ik net zo te leven als de Profeet Mohammed. Nu leef ik, zelfs als ik slaap, de Profetische tradities na. Ik aanbid God 24 uur per dag.”

Lamins huwelijk is ook een aanwijzing voor zijn nieuwe levensstijl. Hij gaat niet langer met meisjes uit, maar is een verantwoordelijke echtgenoot en vader geworden. Verder veranderde hij zijn kledingstijl. Hij draagt geen spijkerbroeken meer, maar kleedt zich net als de Profeet Mohammed. Dat wil zeggen dat hij een kaftan draagt, een tulband en dat hij zijn baard laat groeien. Lamin vroeg mij om een lotion uit Nederland voor hem mee te brengen zodat zijn baard sneller zou groeien. In plaats van het luisteren naar reggae muziek, leest Lamin nu religieuze boeken over het leven van de Profeet en zijn metgezellen. Naast het lezen van religieuze boeken brengt hij veel tijd door in de moskee van de Jama’at waar hij zijn vrienden ontmoet om met hen over het geloof te praten.

De moskee van de Tabligh Jama’at in Serrekunda, het handelscentrum van Gambia. Bron: Marloes Janson

Elke maand gaat Lamin een aantal dagen op reis, vaak samen met zijn vrouw, om andere moslims aan te sporen hun religieuze verplichtingen strikter op te volgen. Op grond van deze frequente zendingsreizen, worden de aanhangers van de Tabligh Jama’at vaak vergeleken met Jehova’s getuigen. Lamin legde mij uit:

“We moeten ons opofferen en onze vertrouwde omgeving verlaten om andere mensen over ons geloof te vertellen. De Profeet vertelde ons dat zelfs als wij slechts één letter in de koran kennen, het onze plicht is om onze kennis, hoe beperkt dan ook, met anderen te delen en hen te herinneren aan hun religieuze verplichtingen. Als wij dit vergeten, zal chaos optreden. De wereld zal dan gaan lijken op het Westen.”

Volgens Lamin was het niet moeilijk om zijn leven drastisch om te gooien, maar de omstandigheden waaronder hij zijn geloof beoefent zijn niet zo makkelijk. Vanwege financiële redenen woont hij met zijn gezin nog steeds bij zijn ouders, maar zijn familieleden hebben heel andere ideeën over het geloof dan hij en lange tijd accepteerden zij zijn denkbeelden niet. Zijn ideaal is daarom om met zijn vrouw en kind naar het platteland te verhuizen waar zij een rustig leven kunnen leiden, ver weg van de familie. Hij zou als boer in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Zijn vrouw hoeft dan niet langer boodschappen te doen op de markt waar zij in contact komt met onbekende mannen.

Jongeren uiten hun frustratie met de huidige economische situatie in Gambia middels muurschilderingen. Bron: Marloes Janson

Ondanks de vergaande sociale gevolgen, was Lamin van mening dat zijn bekering tot de Tabligh Jama’at noodzakelijk was om een goede moslim te worden. Het afknippen van zijn dreadlocks, die zijn ‘zondige’ leven symboliseerden, viel samen met een proces waarbij hij zich bewust werd van zijn geloof. Hij beschouwde zijn identiteit als moslim niet langer als aangeboren maar als iets dat hij moest bewijzen door in de voetsporen van de Profeet Mohammed te treden.

Jihad zonder wapens

De levensverhalen van Gambiaanse jongeren zoals Lamin geven inzicht te in hun motieven om toe te treden tot een fundamentalistische beweging en de consequenties die dat voor hen en hun familie heeft. Op deze manier probeer ik het negatieve beeld dat in de Westerse media wordt geschetst van fundamentalistische bewegingen als terroristische netwerken te ontkrachten. De jongeren die ik heb geïnterviewd houden er radicale ideeën op na in zoverre dat zij, ondanks de moderne wereld waarin zij leven, de levenswijze van Profeet Mohammed navolgen. Zij kleden zich bijvoorbeeld zoals de Profeet, reizen meestal te voet en proberen hun uitgaven te beperken. Dit maakt hen echter nog niet tot terroristen. De jihad die zij voor ogen hebben is niet een strijd die gevoerd wordt met wapens maar een innerlijke strijd waarbij zij hun leven steeds meer in dienst van hun religie stellen.

Over de auteur Van 2003 tot 2005 was Dr. Marloes Janson als post-doc verbonden aan het ISIM, International Institute for the Study of Islam in the Modern World, in Leiden. In 2006 begint zij een nieuw onderzoek naar jongeren binnen de Tabligh Jama’at in Gambia en Senegal aan het ZMO, Zentrum Moderner Orient, in Berlijn.

Literatuur: Janson, Marloes. 2005. ‘Roaming about for God’s Sake: The Upsurge of the Tablīgh Jamā’at in The Gambia’ in Journal of Religion in Africa 35 (4): 450-481.

Dit artikel is een publicatie van International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM).
© International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 december 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.