Je leest:

In de ban van het Pirahã

In de ban van het Pirahã

In 2004 beweerde de Amerikaanse taalgeleerde Noam Chomsky dat recursie dé definiërende eigenschap is van het menselijk taalvermogen. Maar volgens Dan Everett gaat dit niet op voor het Pirahã, een taal die gesproken wordt in het Amazonegebied. Gevolg: een elektronische oorlog op internet.

Alle talen lijken op elkaar, behalve het Pirahã. Een groep van ongeveer 350 jagers-verzamelaars in het Amazonegebied gebruikt mogelijk een grammatica die fundamenteel verschilt van die van alle andere menselijke talen. Het artikel over het Pirahã dat de Amerikaanse taalkundige Dan Everett in 2005 in Current Anthropology publiceerde, zorgde aanvankelijk vooral voor tumult onder antropologen. Vorige maand brak er ook onder Everetts taalkundige collega’s een elektronische oorlog uit op internet.

Controversieel

Aanleiding tot deze controverse zijn Everetts beweringen dat het Pirahã geen woorden heeft als alles en iedereen, geen kleurennamen of telwoorden, alleen uit andere talen geleende persoonlijk voornaamwoorden kent en geen manier heeft om voltooide tijd uit te drukken. Maar het controversieelst is zijn stelling dat het Pirahã niet recursief is. Recursie is de eigenschap van menselijke taal die het mogelijk maakt om woordgroepen in te bedden in andere woordgroepen. Het lijdend voorwerp van de zin ‘jij beweert x’ kan ook weer een zin zijn: ‘Jij beweert dat het regent’. Dankzij deze eigenschap kennen menselijke talen geen langste zin: voor iedere kandidaat kun je altijd ‘Marie denkt dat Piet denkt dat’ plaatsen om een nog langere zin te maken.

De taalkundige Daniël (Dan) Everett (Illinois State University) deed een aantal controversiele uitspraken over de taal van de Pirahã-stam in Brazilië.

In 2004 beweerde de beroemde Amerikaanse taalgeleerde Noam Chomsky in een artikel in Science samen met de biologen Marc Hauser en Tecumseh Fitch dat recursie dé definiërende eigenschap is van het menselijk taalvermogen. Geen enkel dierlijk communicatiemiddel zou recursief zijn, terwijl in alle menselijke talen wel zinnen zouden kunnen worden ingebed. Behalve dus, mogelijk, in het Pirahã. “Ik wilde het eerst ook niet geloven,” zegt Everett. “Toen ik mijn werk vijfentwintig jaar geleden begon, ging ik ervan uit dat die taal inbedding zou moeten kennen. Maar ik moest uiteindelijk toegeven dat ze niet te vinden was.”

Radicaal anders

In zijn artikel in Current Anthropology trok Everett een radicale conclusie. Volgens hem toont de grammatica van het Pirahã aan dat Chomsy’s idee van een aangeboren taalvermogen onjuist is. Volgens dit idee leren alle kinderen de grammatica hun moedertaal volgens een vooropgezet schema en zijn alle talen variaties op een algemeen-menselijk thema. Het radicale anderszijn van het Pirahã zou aantonen dat deze hypothese niet klopt.

Talen worden volgens Everett diepgaander door de cultuur beïnvloed dan mogelijk is onder Chomsky’s hypothese. Alle bijzondere eigenschappen van het Pirahã volgen uit het feit dat de sprekers in het Amazonegebied sterk in het hier en nu leven en alleen rechtstreeks over gebeurtenissen praten. Doordat abstracties zich niet in het hier en nu bevinden, kunnen de Pirahã niet praten over getallen of kleuren of generalisaties maken die gelden voor ‘alles’ en ‘iedereen’. Ook recursie impliceert altijd onrechtstreeksheid: ‘jij beweert dat het regent’ is geen bewering over een zelf ervaren gebeurtenis.

Exotisch

Vorige maand publiceerden de Chomskyaanse taalkundigen Andrew Nevins, David Pesetsky en Cilene Rodrigues een fel artikel op het internetarchief LingBuzz. Omdat Everett de enige is die over het Pirahã gepubliceerd heeft, vergeleken Nevins, Pesetsky en Rodrigues onder andere zijn proefschrift uit 1986 met zijn recente beweringen. Hun conclusie: in het eerdere werk worden wel degelijk kleurtermen en telwoorden genoemd en worden sommige zinnen vertaald met recursieve equivalenten in het Portugees of het Engels.

“We ontdekten dat het Pirahã helemaal niet zo bijzonder is”, zegt Andrew Nevins, een voormalig student van Chomsky die tegenwoordig aan Harvard doceert. “Het lijkt in zinsbouw juist heel veel op allerlei andere talen, zoals het Duits of het Russisch. Niemand zal beweren dat Duitsers en Russen alleen maar in het hier en nu leven, dus de culturele verklaring houdt geen stand.” Nevins verwijt Everett, de enige westerse onderzoeker die de taal vloeiend spreekt, verder dat hij het Pirahã in zijn laatste publicaties expres extra exotisch heeft gemaakt: woorden die vroeger met iedereen vertaald werden, worden nu weergegeven als hij-groot.

Tegenstanders beweren dat Everett het Pirahã exotischer voor doet komen dan het in werkelijkheid is.

Boekenwijsheid

“Nevins, Pesetsky en Rodrigues zoeken een alternatieve verklaring voor mijn gegevens”, zegt Everett, die inmiddels ook op het internet gereageerd heeft. “Dat is een wetenschappelijke reactie. Het is alleen jammer dat mijn oudere werk hun enige bron is. Ze hebben zelf geen veldwerk gedaan. Zo ben ik in discussie met mijn eigen proefschrift. Dat is een aardig werkstuk van een sympathieke jongen – maar ik weet het beter dan hij.” De vroegere vertaling van een aantal woorden als iedereen doet volgens hem geen recht aan de structuur van de taal.

Aan het debat ligt diepere conflicten ten grondslag over onze visie op de mens: in hoeverre worden we zo sterk door onze cultuur bepaald dat praten over universalia zinloos is? Over en weer beschuldigen de onderzoekers elkaar van onvoldoende respect voor de Pirahã. Een ander belangrijk verschil van mening gaat over de juiste methode voor taalkundig onderzoek. Everett verwijt zijn collega’s dat ze hun kennis uitsluitend uit boeken halen. “Als Nevins naar het Amazonegebied wil komen, wil ik voor hem vertalen.”

“Hij vindt dat je geen taal mag bestuderen als je nog nooit in het gebied bent geweest”, antwoordt Nevins, “maar hij doet uitspraken over de bijzonderheid van deze taal waaruit blijkt dat hij slecht op de hoogte is van hoe andere talen in elkaar zitten. Hij wil dat iedereen nu onderzoek gaat doen naar de Pirahã, maar dat is bijzonder lastig omdat die mensen eentalig zijn. En dat terwijl er nog zoveel andere Amazonetalen zijn die veel makkelijker onderzocht kunnen worden maar die iedereen links laat liggen.”

Dit artikel verscheen op 2 juni 2007 in NRC Handelsblad.

Dit artikel is een publicatie van Marc van Oostendorp.
© Marc van Oostendorp, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde Kennislink 10 jaar geleden

Discussier mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE