Je leest:

Ik zie, ik zie, wie jij niet bent

Ik zie, ik zie, wie jij niet bent

Auteur: | 29 maart 2007

Het idee dat het uiterlijk iets zegt over het innerlijk is niet nieuw. In de 18e eeuw dacht men aan de vorm van de schedel talenten en eigenschappen te kunnen afleiden. In de 19e eeuw deden wetenschappers onderzoek naar de gelaatstrekken van criminelen, in de hoop een set kenmerken te ontdekken waaraan misdadigers herkend konden worden. Is het Zweedse onderzoek waarin onlangs een verband werd aangetoond tussen iriskenmerken en persoonlijkheid net zoiets, of het begin van het bewijs dat het innerlijk en het uiterlijk toch onlosmakelijk zijn verbonden?

Je ogen vertellen meer over wie je bent dan je zou denken. Uit Zweeds onderzoek bleek namelijk dat persoonlijkheid en bepaalde kenmerken van je iris – het gekleurde deel van je oog – samenhangen. Dat is nogal wat, als je bedenkt wat de praktische implicaties daarvan kunnen zijn. Sollicitatiebrief? Niet meer bijgevoegde zonder foto van je iris, anders hoef je niet eens op gesprek te komen. Op zoek naar liefde in je leven? Irismatching is snel, betrouwbaar én voordelig!

Natuurlijk is dit nu nog toekomstmuziek. Maar het idee dat je aan de hand van uiterlijke kenmerken iets kan zeggen over iemands innerlijk, is allesbehalve nieuw. In de 18e en 19e eeuw was het zelfs ‘hot’ om hier onderzoek naar te doen. Daarom duiken we eerst de geschiedenis in, voor we naar de toekomst kijken.

Toon mij uw schedel en ik zeg u wie u bent

In de 18e eeuw legde de Duitse geneeskundige Franz Joseph Gall de basis voor de frenologie. Frenologie laat zich het beste omschrijven als ‘schedelkunde’. Gall dacht dat karakter, maar ook talent, werd bepaald door de groei van bepaalde hersendelen. Deze groei zou aan de buitenkant zichtbaar zijn in de vorm van de schedel. Is iemand bijvoorbeeld erg goed in wiskunde, dan zou een goed ontwikkelt wiskundedeel aan de schedel te zien zijn. De term daarvoor gebruiken we vandaag de dag nog als we zeggen dat iemand een wiskundeknobbel heeft.

Een overzicht van de verschillende talenten en eigenschappen, zoals die zich volgens frenologen op de schedel bevonden.

Ondertussen weten we veel meer van hersenanatomie dan in de 18e eeuw. Die kennis heeft de frenologische theorie van Gall totaal ontkracht. Maar voordat het zover was, heeft Gall zijn sporen nagelaten in de geschiedenis. Zo was de frenologie een inspiratiebron voor Cesare Lombroso, een 19e eeuwse Italiaanse hoogleraar in de geestesziekten en criminoloog. Lombroso dacht dat criminelen te kunnen herkennen aan hun gezicht. Zo zouden misdadigers brede kaken, diepliggende ogen en aaneengesloten wenkbrauwen hebben, en ook een haviksneus, vlezige lippen of hoge jukbeenderen waren aanwijzingen dat iemand het verkeerde pad zou kiezen.

Geen hoofd voor criminaliteit

Onder kritiek stelde Lombroso zijn theorieën enkele malen bij. Meende hij in het begin nog te kunnen zeggen dat mooie mensen een beter karakter hebben en minder misdadig zijn dan lelijke, aan het eind van zijn carrière kwam hij tot de conclusie dat criminaliteit voortkomt uit individuele biologische en sociale factoren.

Vier criminelen, schuldig aan diefstal zonder geweldpleging, gefotografeerd door Galton in zijn zoektocht naar criminele gelaatstrekken.

Ook Sir Francis Galton moest na intensief onderzoek vaststellen dat je criminelen niet aan hun uiterlijk kunt herkennen. Galton, vooral bekend als een van de grondleggers van de hedendaagse statistiek en eugenetica, had net als Lombroso een interesse in het lezen van gelaatstrekken. Galton nam foto’s van allerlei mensen. Hij hoopte zo bepaalde ‘typen’ mensen te kunnen onderscheiden op basis van hun uiterlijk. Dat zou bijvoorbeeld de medische diagnostiek kunnen helpen, en zo zouden criminelen makkelijker te herkennen zijn. Galton moest echter toegeven dat in de praktijk zulke typen helemaal niet bestonden, en dat uiterlijk niet zoveel zegt over iemand karakter of eigenschappen.

Het oog als spiegel voor de ziel

Toch lijken onderzoekers het idee dat uiterlijk en innerlijk verband houden met elkaar maar moeilijk te kunnen loslaten. Zo ook de Zweedse onderzoeker Mats Larsson, die onderzocht of de kenmerken van de iris iets zeggen over je persoonlijkheid. Larsson en zijn collega’s vroegen zich af of karaktereigenschappen als impulsiviteit of gevoeligheid het gevolg zijn van genetische aanleg. Om dit uit te pluizen wilde Larsson kijken naar genen die de aanleg van de frontale hersenkwab beïnvloeden: men neemt aan dat hier onze persoonlijkheid ‘zetelt’. Deze zelfde genen zijn ook verantwoordelijk voor het aanleggen van de iris. Is er dus een verband tussen de iris en persoonlijkheid, redeneerde Larsson, dan zijn die genen vast de onderliggende oorzaak.

Afbeelding 1: om de pupil heen zijn typerende kringeltjes te zien. Mensen met veel van deze kringeltjes zouden impulsief en neurotisch zijn.

Afbeelding 2: tussen de lijntjes die naar de pupil toelopen zijn leegtes (crypten) te zien. Heeft iemand veel crypten, dan is hij of zij vaker hartelijk en betrouwbaar.

Om dit te onderzoeken, bestudeerden de Zweedse wetenschappers foto’s van 428 paar irissen. Zij keken daarbij naar enkele typische iriskenmerken: kringeltjes om de pupil heen (zie afbeelding 1) en zogenaamde ‘crypten’: leegtes tussen de lijntjes die naar de pupil toelopen, vaak te herkennen als donkere vlekjes (zie afbeelding 2). Wat bleek? Mensen met veel crypten hadden vaker karaktereigenschappen die we positief vinden. Ze waren hartelijk, gevoelig, betrouwbaar en hadden een groot gevoel voor mededogen. Maar iemand met veel kringeltjes om de iris werden minder positieve eigenschappen toegedicht, zoals impulsiviteit, neurotisch gedrag en de neiging om aan begeertes toe te geven.

Er lijkt dus een verband te zijn tussen je iris en je persoonlijkheid. Het zou dus zomaar kunnen dat je karakter inderdaad door genen beïnvloed wordt. De tijd zal leren of Larsson een nieuwe Gall of Lombroso is, of dat deze historische onderzoekers slechts voorvoeld hebben wat de Zweden wellicht voor het eerst hebben bewezen: dat het innerlijk met het uiterlijk onlosmakelijk verbonden is, en andersom.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.