Je leest:

“Ik was me verslapen, weet je ?”

“Ik was me verslapen, weet je ?”

Bij toeval ontdekte taalkundige Jacomine Nortier een aantal jaar geleden een nieuwe variant van jongerentaal. Het Murks – een samentrekking van Marokkaans (Berbers en Arabisch) en Turks – wordt gesproken door autochtone Nederlandse tieners die de taal van hun allochtone leeftijdsgenoten imiteren. Niet om ze op de hak te nemen, maar omdat het stoer is.

“Ah tezz, ik vind echt niet leuk of zo.” Dit lijkt een typisch staaltje ‘straattaal’, het bekende, door jongeren gebruikte mengsel van Nederlands, Engels en enkele minderheidstalen. Maar het is iets anders. Over het Murks, een taalvariant die min of meer bij toeval werd ontdekt.

De volgende zinnen zijn opgetekend uit de mond van veertien- en vijftienjarige jongeren: - Gerije noemen we haar. Dat vinden we strakke naam. - Ik woon niet in huis (…), niet in huis, anders. - We waren in de zwembad en eh wij kwamen jongen tegen en hij zei ik speel bij Gijenoord. - Ja we gaan naar winkelcentrum wolla. - Geef ons die ding maar. - Ik eh morgen ik ga naar hamam, ik moet naar moskee. - Ah tezz, wat is dat, ik vind echt niet leuk of zo. - Echt strak joh, hee ha ha ha vet strak dat ik jou zie joh, geef me hand.

Iedereen zal denken dat dit gezegd is door allochtone jongeren, maar dat is opmerkelijk genoeg niet zo. Het zijn autochtone Nederlandse tieners die bewust de taal van allochtone leeftijdsgenoten spreken – niet om ze op de hak te nemen, maar omdat het stoer is. Wat is dat precies voor manier van praten, en hoe wordt die gebruikt en gewaardeerd?

Cassetterecorder

In Onze Taal van juni 1999 ging René Appel uitvoerig in op wat hij straattaal noemt: “Nederlands dat doorspekt is met (…) woorden uit andere talen, en nieuwe, zelfbedachte woorden”. Zijn onderzoek had betrekking op Amsterdam; ik wilde bekijken of er in Utrecht ook zoiets als straattaal bestond. Voordat ik op een Utrechtse school met een onderzoek begon, heb ik eerst een kleine voorstudie uitgevoerd. Ik legde de lijst met meest voorkomende straattaalwoorden uit het onderzoek van Appel voor aan een groepje autochtone Utrechtse jongeren:

doekoe – - – - – - – - – -‘geld’ loesoe – - – - – - – - – - ‘weg’ chick(ie) – - – - – - – - -‘meisje, lekker wijf’ osso – - – - – - – - – - – ‘huis’ afoe – - – - – - – - – - – ‘stukje, trekje van een sigaret’ faja – - – - – - – - – - – -‘erg, vies’ fitti – - – - – - – - – - – - ‘vechten, gevecht’ kill – - – - – - – - – - – - -‘jongen’ fatoe – - – - – - – - – - – ‘grapje’ scott(en) – - – - – - – - ‘vernederen, vernedering’ tata – - – - – - – - – - – -‘Nederlander’

Tot mijn verbazing bleek dat de jongeren die woorden niet eens herkenden, laat staan gebruikten. Ze vertelden me dat ze onderling wel een andere eigen manier van praten hadden: een taal die ik later ‘Murks’ ben gaan noemen; ik hoorde een Utrechts vriendinnengroepje die term ooit gebruiken. Het is een samentrekking van Marokkaans (Berbers en Arabisch) en Turks, de talen die de jongeren vooral bleken te imiteren. Ik werd nieuwsgierig en besloot het te gaan onderzoeken.

Aan een paar veertien- en vijftienjarige jongens uit het vwo die ik al heel lang ken, heb ik toen een cassetterecorder ter grootte van een walkman meegegeven met het verzoek er Murks op te zetten. Dat hebben ze keurig gedaan; telkens als ze met een paar vrienden, soms ook met meisjes erbij, bij elkaar kwamen, zetten ze het apparaat aan en op die manier kon ik heel wat materiaal verzamelen.

Afwijkingen

Hoe ziet dat Murks er nu precies uit? Een opvallend verschil met het Standaardnederlands is het uithalen aan het begin van een uiting. De jongeren beginnen vaak met een uitroep, zoals “Ah” of “Tezz” (‘shit’), waarbij de stem ongeveer een octaaf omhooggaat. In de rest van de uiting gaat de stem omhoog op plaatsen waar dat in het Nederlands niet voor de hand ligt, zoals in de drie volgende voorbeelden. (Een naar boven gericht pijltje (^) na een woord betekent dat de stem bij het uitspreken van dat woord omhoog is gegaan.)

Ah ^, wij ^ doen hier niks. Tezz ^, wat ^ is dat, ik ^ vind echt niet leuk of zo. Ah ^, wat ^ is d’r gebeurd?

Andere uitspraakkenmerken die regelmatig zijn terug te vinden in de opgenomen gesprekken:

- De s wordt vaak uitgesproken als [sj] ( schoen klinkt als [sjgoen]). - De g is veel scherper en harder dan in het Standaardnederlands, vooral aan het begin van een woord. - De r is vaak rollend (in ieder geval meer dan in het Standaardnederlands); lang niet alle sprekers van het Nederlands kunnen een rollende r produceren, maar wie het wel kan, doet het ook in het Murks. - De tje-klank als in weet je, die in het Standaardnederlands achter in de mond wordt gevormd, wordt in het Murks vaak vóór in de mond uitgesproken, met enigszins geronde lippen (als de beginklank in het Engelse chocolate). - De z is zeer stemhebbend en scherp. - De s is harder en scherper dan in het Standaardnederlands. - De ij/ ei wordt vaak [ai] – veel sterker nog dan in het zogenoemde Poldernederlands.

In de woordenschat van het Murks heb ik niet veel afwijkingen van het Standaardnederlands aangetroffen. Een enkel woord als het genoemde tezz of wolla (‘ik zweer het’) komt uit een minderheidstaal die in Nederland wordt gesproken, in dit geval uit het Arabisch, maar verder zijn er op dit gebied weinig afwijkingen van gewone Nederlandse jeugdtaal, waarin óók zinnen voorkomen als “Vet strak dat ik jou zie.”

Grammaticaal gezien zijn er wel afwijkingen mogelijk: de sprekers doen hun best om fouten te maken die leerders van het Nederlands ook maken of zouden kunnen maken, zoals het gebruik van de of die waar ze eigenlijk het of dat hadden moeten zeggen (“die ding”, “die meisje”). Ook worden lidwoorden soms helemaal weggelaten, zoals in “Geef me hand” en “Ik moet naar moskee.”

Imitatie

Het heeft een aantal aantrekkelijke kanten om Murks te praten. Net is al genoemd dat het stoer kan zijn. Maar het is ook leuk, het is een spel om anders dan anderen te praten. Wanneer heel de vriendenkring dezelfde, maar voor anderen onbekende taal spreekt, verhoogt dat het saamhorigheidsgevoel.

Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Van een Hongaarse collega hoorde ik dat jongeren in Boedapest expres met een Roma-accent praten als ze stoer willen overkomen (Roma is een zigeunertaal). Maar ook in Nederland komt het voor dat mensen iemand nadoen. Denk aan cabaretiers als Wim Sonneveld met zijn Frater Venantius en Tineke Schouten, die niet alleen Utrechts praat maar ook de Marokkaanse Fatima speelt. En een zekere snackfabrikant is beroemd geworden door het inzetten van de niet- Limburgse maar voor de gelegenheid wel Limburgs sprekende Cora. Door het nadoen van een bevolkingsgroep, of eigenlijk een prototype daarvan, benadruk je de verschillen met de eigen groep, waardoor er een saamhorigheidsgevoel kan ontstaan.

De Murks sprekende jongeren imiteren dus mensen die het Nederlands nog niet zo goed beheersen, maar welke nationaliteit hebben zij daarbij precies op het oog? De jongeren zelf konden dat niet exact aangeven. Ze hadden het meestal over Turken, maar vaak bleken ze die niet te kunnen onderscheiden van Marokkanen. Een van de jongeren die op mijn bandopnames staan, vertelt bijvoorbeeld verschillende keren over dezelfde gebeurtenis: hij en een vriend hadden een vastgelopen fietsketting, en werden geholpen door iemand die een mes bij zich had. Deze persoon vond hij stoer, en nu eens noemde hij hem een Turk, dan weer een Marokkaan:

- Maar toennet wel weer een leuke belevenis: toen hebben we hier aan zo’n echte Turk of Marokkaan, ik weet niet wat het was, daar hebben we zo’n mes van geleend, echt zo’n hele mooi mes ja. - Toen hebben we een mes geleend van zo’n echte Turk. - En toen was de ketting d’r afgegaan en toen hadden we van iemand een mes geleend, was zo een grote Marokkaan met zo’n grote mes.

Waarschijnlijk wordt het Murks het meest beïnvloed door Marokkaanse talen. In de omgeving van de jongeren leven nauwelijks (zichtbaar) Turkse jongeren, terwijl Marokkaanse jongeren overduidelijk aanwezig zijn in Utrecht. En in het Murks zijn ook duidelijk invloeden vanuit de Marokkaanse talen herkenbaar. Dat geldt in ieder geval voor de intonatie en (andere) uitspraakkenmerken, zoals de stemhebbende z en de harde g.

Bron afbeelding: Hein de Kort

“Hun vinden dat natuurlijk niet leuk”

Degenen die Murks gebruiken, zijn zich ervan bewust dat de geïmiteerde allochtone jongeren er misschien niet zo mee ingenomen zijn. Het bewijs hiervoor vond ik op het cassettebandje van Murks sprekende jongeren die in een snackbar zaten. Het viel op dat ze midden in een gesprek ineens overgingen op ‘gewoon’ Nederlands. Bij navraag bleek dat er op dat moment een groepje Marokkaanse jongens de snackbar binnenkwam. Een dertienjarige jongen die zelf geen Murks spreekt, merkte het volgende op:

Soms merk je dat wel dat ze gewoon in een groepje zitten te praten en dan komen er toevallig een paar Marokkaanse jongens langs of zo en dan gaan ze ineens heel beschaafd Nederlands praten.

Aan scholieren die van het bestaan van Murks op de hoogte waren, maar het zelf niet gebruikten, is gevraagd wat ze van het Murks vonden. In het algemeen waren de reacties vrij negatief. Illustratief is het volgende citaat:

Hun kunnen ook niet zo heel erg goed Nederlands praten, die Marokkaanse jongeren. En als jij dan voor de lol hun taal gaat nadoen, hoe hun Nederlands praten, dan vinden hun dat natuurlijk niet leuk. Dat begrijp ik wel.

Er is nóg een groep die het Murks niet toejuicht: mensen die vrezen dat het Nederlands van jongeren onder het Murks te lijden heeft. Ik denk dat zij zich niet ongerust hoeven te maken. Hoewel ik natuurlijk niet meer dan een paar Murks sprekende jongeren heb ontmoet en op basis daarvan geen harde uitspraken kan doen, heb ik sterk de indruk dat jongeren die Murks gebruiken allemaal uitstekend in staat zijn om Standaardnederlands te spreken. Afhankelijk van de situatie praten ze Murks of Standaardnederlands. Zolang ze die keuzemogelijkheid hebben, is er geen reden om aan te nemen dat hun Nederlands in gevaar komt.

Murks en straattaal

Ik heb in een latere fase van mijn onderzoek in Utrecht ook groepen straattaalsprekers gevonden die qua samenstelling wel overeenkwamen met de jongeren die Appel heeft beschreven: jongeren uit verschillende etnische groepen. Met hen, maar ook met andere jongeren, heb ik heel wat gesprekken gevoerd over het gebruik van Murks en straattaal. Hoewel beide ontstaan zijn onder invloed van het taalgebruik van groepen allochtone jongeren, zijn er veel verschillen. Murks wordt strikt binnen de eigen, Nederlandse groep gehouden, straattaal wordt juist wel door jongeren met verschillende etnische achtergronden gebruikt. Straattaal wordt niet als beledigend of stigmatiserend gezien. Murks wel – zowel door de Murkssprekers zelf als door de geïmiteerden en andere buitenstaanders.

De sprekers van Murks zeggen zo te praten omdat het onder andere leuk en grappig is. Ook straattaalsprekers hebben dit argument genoemd maar ook “omdat we nou eenmaal zo zijn; dat is onze manier van praten”. In beide gevallen maakt het taalgebruik deel uit van de identiteit van de groep.

Is Murks nu iets om blij mee te zijn? Het is om in maatschappelijk gangbare termen te spreken niet bepaald integratiebevorderend. Is het onschuldig? Misschien wel. Misschien is het net zo onschuldig als het imiteren van een frater. Juist omdat dat na-apen zo gebruikelijk is, is het eigenlijk vreemd dat de talige kanten ervan nog nooit zijn onderzocht.

Dit artikel is eerder verschenen in Onze Taal.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE