Je leest:

‘Ik ben die Marokkaan niet!’

‘Ik ben die Marokkaan niet!’

Identiteitsvorming onder Marokkaans-Nederlandse hbo-studenten

Auteur: | 27 februari 2012

Polen, Marokkanen, Turken en andere allochtonen zijn steeds opnieuw in het nieuws vanwege hun (vermeende gebrek aan) integratie in Nederland. In plaats van vóór en over hen te spreken, onderzocht Machteld de Jong hoe Marokkaans-Nederlandse hbo-studenten zelf over hun identiteit denken.

Via haar werk als hbo-docent kwam Machteld de Jong in contact met de Marokkaans-Nederlandse studenten die zij uitgebreid interviewde voor haar promotieonderzoek aan de VU. De studenten willen in de Nederlandse samenleving, op school én thuis geaccepteerd worden en benadrukken daarom steeds andere aspecten van hun identiteit. Maar ze zijn ervan overtuigd de loyaliteitsconflicten die zo ontstaan uiteindelijk te kunnen ontstijgen, met name door het behalen van hun hbo-diploma.

De wereld als basketbalveld

De Jong wil laten zien dat identiteit geen vaststaand gegeven is, maar vorm krijgt in relatie tot de omgeving waarin mensen zich bevinden. Zij gebruikt hiervoor het begrip ‘veld’ van de Franse socioloog Pierre Bourdieu.

Wiki Commons

Bourdieu vergelijkt de dagelijkse interactie tussen mensen met een basketbalwedstrijd. Om in het veld van belang te zijn, hebben spelers het juiste kapitaal nodig. Zo moeten ze de spelregels kennen, maar ook geld of connecties kunnen hun uitgangspositie verbeteren.

Iedereen in een samenleving beweegt zich in verschillende velden met elk haar eigen regels, machtsverhoudingen en benodigd kapitaal. In de identiteitsvorming van Marokkaans-Nederlandse hbo-studenten zijn volgens de Jong drie velden van belang: De minderhedenpolitiek, het onderwijs en de etnische gemeenschap.

De minderhedenpolitiek

Het veld van de minderhedenpolitiek in Nederland draait vooral om het integratiedebat. De afgelopen decennia zijn de precieze betekenis van integratie en benamingen voor migranten steeds aangepast, legt de Jong uit, maar steeds zijn migranten voorgesteld als afwijkende ‘probleemcategorie’.

In zijn column voor Altijd Wat gaat Jan Kuitenbrouwer in tegen de verhullende werking van het woord allochtoon. Net als de Jong, zou ook hij de hbo-studenten uit haar onderzoek aanduiden als ‘Marokkaanse Nederlanders’ of ‘tweede generatie migranten’.

De Marokkaans-Nederlandse studenten zien nauwelijks mogelijkheden actieve spelers in het integratiedebat te zijn, omdat zij daarvoor niet de middelen, zoals toegang tot de media, hebben. Ze proberen vooral afstand te nemen van de negatieve wijze waarop vóór en óver hen gesproken wordt.

Buitenshuis doen de studenten daarom bewust zo ‘gewoon’ mogelijk: ze pogen zo min mogelijk aandacht te vestigen op hun ‘afwijkende’ Marokkaanse identiteit.

Ook Hbo-student Zaim let er op dat hij negatieve stereotypen niet bevestigt. Bijvoorbeeld op zijn werk: “Toen ik laatst haast had en snel een kopie wilde maken, haperde het kopieerapparaat. Ik had zin om te schreeuwen en te schelden, maar deed het niet. Je denkt dan toch dat iedereen gaat denken: “zie je wel, echt zo’n Marokkaan.”

Het hoger onderwijs

Ook in het onderwijsveld lopen de studenten tegen negatieve beelden aan. Docenten wekken bijvoorbeeld de indruk dat zij van Marokkaanse leerlingen minder hoge studieresultaten verwachten.

“Ik had het gevoel dat ik me aan het begin van mijn studieperiode extra moest bewijzen,” stelt hbo-student Chadi, “dat ik niet een van ‘die Marokkaanse gasten’ was die toch snel zouden afhaken.”

De Hogeschool Inholland is een van de locaties van waaruit de Jong haar onderzoek startte.
sandrosamigos, Flickr

Ook op school proberen de studenten zich zo min mogelijk te identificeren met hun Marokkaanse achtergrond. Maar anders dan in het integratiedebat voelen zij zich in het onderwijsveld wel actieve spelers. Zij zetten in op het behalen van het hbo-diploma als sleutel tot succes.

De etnische gemeenschap

De verschillende velden roepen tegenstrijdige belangen op. Welslagen in studie en werk vergroot de kans er écht bij te horen in de velden van de minderhedenpolitiek en het onderwijs. Maar in het veld van de etnische gemeenschap leidt succes niet direct tot acceptatie.

Marokkaanse ouders, familie, vrienden en buren waarderen succes net zo goed, maar zien niet graag dat kinderen van hen vervreemden door teveel te verwesteren. Individueel succes kan het bij de groep horen hier juist in de weg staan.

Terwijl de hbo-studenten zich buitenshuis zo min mogelijk als ‘Marokkanen’ willen profileren, staat thuis hun etnische en religieuze achtergrond dus voorop.

De studenten balanceren zo voortdurend tussen verschillende loyaliteiten en staan voor keuzes als ‘met een familielid naar de dokter of een tentamen afleggen’ of ‘het hbo afronden dan wel jong trouwen’.

Machteld de Jong

Een nieuwe toekomst

Terwijl veel studenten een grote loyaliteit naar hun familie toe voelen, zijn de meesten niet van plan de tradities en keuzes van hun ouders simpelweg te herhalen.

Daarbij beroepen veel studenten zich op de eis van inspanning en zelfontwikkeling die de Koran aan zowel mannen als vrouwen stelt. Zo beargumenteren zij dat de belangen van religie en onderwijs in elkaars verlengde liggen.

Het vormgeven van een Marokkaans-Nederlandse identiteit die bijval vindt in alle drie de velden is moeilijk.

Maar, stelt Machteld de Jong, Marokkaanse-Nederlandse hbo-studenten zijn vol vertrouwen en hebben “de overtuiging (of hoop) dat wanneer ze eenmaal hun hbo diploma hebben behaald zij ook daadwerkelijk geaccepteerd zullen worden als Marokkaan, moslim en Nederlander”.

Bron:

  • Machteld de Jong, Ik ben die Marokkaan niet! Onderzoek naar identiteitsvorming van Marokkaans-Nederlandse hbo-studenten (Amsterdam 2012).

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 februari 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.