Je leest:

‘Iedereen slachtoffer Leidens Ontzet’

‘Iedereen slachtoffer Leidens Ontzet’

Het verleden herschrijven na het beleg van Leiden (1573-1574)

Auteur: | 30 september 2016

In Leiden lijkt de herinnering aan de Tachtigjarige Oorlog levendiger dan waar dan ook. Jaarlijks viert de stad het Leids ontzet op 3 oktober 1574. De stad begon meteen dat jaar met die traditie. De kern van het feest was en is verbroedering tussen alle Leidenaren. Dit terwijl Leiden voor en tijdens het beleg diep verdeeld was tussen voor- en tegenstanders van de Opstand. Hoe hebben de burgers die verdeeldheid overwonnen?

In 1946 bepleitte Winston Churchill een ‘act of oblivion’, een afspraak om het oorlogsverleden te vergeten. Nadat Duitsland was ontwapend en de schuldigen waren gestraft, moest men het verleden de rug toekeren om tot blijvende vrede te komen. Zijn voorstel past niet in de huidige tijd van waarheidscommissies, waarbij een uitgebreide bespreking van het verleden moet helpen bij de verwerking, maar het stond in een lange traditie waarin vergeten standaardbeleid was. In laatmiddeleeuws en vroegmodern Europa was zo’n afspraak na burgeroorlogen eerder regel dan uitzondering.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) komen we die bijvoorbeeld tegen in de Pacificatie van Gent van 1576. Toen spraken de opstandige gewesten Holland en Zeeland met de andere Nederlandse gewesten af dat alle vergrijpen en misdaden ‘ges[h]ciet ter zaken van den troublen tusschen den ingesetenen van de provincien (…) zullen vergeven, vergeten ende gehouden zijn als niet gesc[h]iet’.

Leiden ontzet 1574 kaart
Beleg van het opstandige Leiden tegen hun Spaanse koning Philips I tijdens de Tachtigjarige Oorlog (Opstand 1568-1648). Plattegrond met Spaanse linies rond de stad in 1574 (door Franz Hogenberg).

Diezelfde frasen vinden we terug in de verdragen waarmee de hertog van Parma in de jaren 1580 de overgave van de opstandige steden in Vlaanderen en Brabant bezegelde. Ook in de Vrede van Münster van 1648 werd afgesproken dat het verleden zou worden vergeten. Wat was de zin van dergelijke bepalingen?

In de eerste plaats ging het om een algemene amnestie. In de Nederlandse Opstand hield dat in dat zowel de rebellen als hun tegenstanders van verdere vervolging waren gevrijwaard. Niemand zou meer ter verantwoording worden geroepen voor de misdaden en schendingen van het oorlogsrecht die er sinds 1566 aan beide zijden waren gepleegd, niet alleen door de soldaten, maar ook door burgers onderling.

In de tweede plaats hielp het om een streep te zetten onder oeverloze discussies en rechtszaken over de bezittingen die in de loop van de oorlog van eigenaar waren gewisseld. Maar de vergeetclausules gingen verder. Ze riepen ook op om het verleden te vergeten, en te behandelen alsof het niet had bestaan.

Collectorsitem

Historici vragen zich al een poosje af wat vroegmoderne beleidsmakers daar nu precies mee beoogden. Hoe wilden ze afdwingen dat zo’n afspraak ook werd nagekomen? En hoeveel kwam er van dat vergeten terecht? Als we kijken naar de uitbundige herdenkingscultuur die al in de zeventiende-eeuwse Republiek rond de Opstand ontstond, lijkt de vergeetafspraak uit de Pacificatie op het eerste gezicht geen enkel effect te hebben gehad. Leiden, bijvoorbeeld, besloot na het ontzet van de stad in 1574 onmiddellijk om dit jaarlijks te herdenken, met een kerkdienst, een schuttersparade en algauw ook met een jaarmarkt.

Noodmunt beleg leiden 1574
Noodmunt gemaakt in januari 1574 tijdens het Beleg van Leiden: twintig stuiverstuk. Gemaakt van samengeperste bladen van misboeken. Voorzijde: klimmende leeuw naar links, het zwaard heffend in de rechtervoorpoot en een schild waarop twee sleutels (wapen van de stad Leiden) in de linkervoorpoot met omschrift ‘PUGNO PRO PATRIA 1574’ (Ik strijd voor het vaderland).

De Pacificatie van Gent maakte daaraan geen einde. Integendeel, geschiedenisboeken, kerkramen, liederen en gedenkpenningen memoreerden het beleg. Er kwamen inscripties op publieke plaatsen en toneelstukken die jaarlijks werden opgevoerd. In het stadhuis hingen een wandtapijt en schilderijen met het beleg en ontzet als onderwerp. Het noodgeld dat tijdens het beleg was geslagen, was zo in trek als collectorsitem dat er al rond 1600 vervalsingen circuleerden. Leiden bleef dus juist enorm bezig met zijn oorlogsverleden.

Geweldsspiraal doorbreken

Maar als vergeten dus een wassen neus was, wat was dan de zin van het opnemen van vergeetclausules in vredesverdragen? Volgens een recent politicologisch inzicht ging het er daarbij niet zozeer om om het verleden uit te wissen, maar om het te deactiveren: niemand mag zich meer op gebeurtenissen uit dat verleden beroepen om er daden in het heden mee te rechtvaardigen. Levende, actieve herinnering wordt op die manier versneld ‘tot geschiedenis gemaakt’.

De vergeetclausules moesten vooral de geweldsspiraal doorbreken die kenmerkend is voor burgeroorlogen. De Tachtigjarige Oorlog begon als zo’n burgeroorlog. Willem van Oranje was voor sommige Nederlanders een held, maar voor andere een terrorist en een oorlogsmisdadiger. Het besluit van een aantal Hollandse steden in juli 1572 om de Prins te steunen, was volgens andere steden totaal onrechtmatig. In hun ogen had de ‘eerste vrije Statenvergadering’ niet meer legitimiteit dan we in 2015 toekennen aan de Volksrepubliek Donetsk.

Daarom kregen de geuzen lang niet altijd steun. Niet alleen moest Amsterdam niets van de Opstand hebben, ook op het platteland stuitten de rebellen vaak op tegenstand. Wat in de ogen van de een vaderlandslievend was, vond een ander juist verraad. Nederlanders van alle rangen en standen deden in oorlogsomstandigheden bovendien dingen die andere Nederlanders benadeelden of zelfs het leven kostten. En naarmate de oorlog duurde, waren er steeds meer rekeningen te vereffenen.

Leiden intens verdeeld

Neem Leiden. De stad had zich in 1572 tegen de zin van een deel van het stadsbestuur en de burgerij aangesloten bij de Opstand. Een aantal van die dissidente burgers, de zogenaamde glippers, ontvluchtte daarop de stad – zij bleven trouw aan de Habsburgse landsheer, koning Filips II. Hun huizen werden al snel in beslag genomen. De meeste werden toegewezen aan Leidenaren die eerder hadden moeten vluchten omdat ze werden gezocht door de Raad van Beroerten, de rechtbank die de hertog van Alva oprichtte om de schuldigen aan de Beeldenstorm van 1566 te berechten. Hun bezittingen in de stad waren destijds door deze ‘bloedraad’ in beslag genomen. Toen Leiden in 1572 de kant van de Prins van Oranje koos, konden deze ballingen naar huis, maar ze hadden daarmee hun bezit niet terug. Velen van hen trokken nu in de geconfisqueerde huizen van glippers.

Het nieuwe stadsbestuur deed ook weinig om de kerken te beschermen en katholieke priesters te vrijwaren van geuzengeweld. In 1573 besloot het de katholieke eredienst te verbieden; kerkelijke goederen werden in beslag genomen. Dit alles veroorzaakte opnieuw een exodus van vluchtelingen naar het nog koningsgezinde Amsterdam en andere steden waar katholieken hun geloof wél openlijk konden belijden. Leiden werd vervolgens tweemaal belegerd door koninklijke troepen. Tijdens het tweede beleg braken er enkele keren rellen uit tegen het stadsbestuur, dat de strijd ondanks de ontberingen niet wilde staken. Dat stadsbestuur was ondertussen trouwens ook zelf intens verdeeld.

Leidens ontzet door otto van veen 1574
Het uitdelen van haring en wittebrood door de Geuzen tijdens Leidens Ontzet, 3 oktober 1574. Door Otto van Veen (circa 1574-1629)

Tegen de tijd dat de stad werd ontzet, op 3 oktober 1574, was bijna de helft van alle Leidenaren gestorven. Een deel van de burgerij verbleef nog steeds buiten de stad, woedend over de onteigeningen en de gedwongen reformatie. Maar ook voor de overlevenden binnen de stad was er een erfenis van verlies, verdeeldheid en verbittering. Die was niet zomaar weg. Een gevluchte Leidse begijn die zich na het ontzet terug waagde, werd de kleren afgerukt en ze werd door de stad gevoerd, uitgejouwd als een verraadster en toen de stad uit gezet zonder dat ze haar familie en medezusters had mogen zien.

Het verleden overschrijven

Hoe moest het hier tot verzoening komen? Kon er hier echt worden vergeten? En waarom haalde de stad steeds herinneringen op aan het beleg? Als we er door de bril van de deactiveringsstrategie naar kijken, hebben de vergeetclausules in Leiden echter misschien toch wel gewerkt. De Pacificatie betekende dat de Leidse glippers terug konden komen. Zij kregen hun bezittingen terug, op voorwaarde dat zij een eed van gehoorzaamheid aflegden. 81 mannen en vrouwen deden dit. De vergeetpolitiek hield in dat noch zij, noch degenen die het beleg hadden doorstaan, elkaar nog mochten aanspreken op wat er was gebeurd.

We weten niet of de Leidenaren zich daaraan hielden. Het stadsbestuur kon dat niet controleren, en of buren roddelden of over hun vroegere geschillen ruziemaakten, is in de bestuurlijke archieven moeilijk terug te vinden. Uit modern psychologisch onderzoek is evenwel bekend dat herinneringen niet stabiel zijn; ze veranderen onder invloed van de tijd en door de beelden van het verleden die om ons heen worden uitgedragen.

Het lijkt erop dat de Leidenaren met succes de erfenis van verdeeldheid hebben gedeactiveerd door die te ‘overschrijven’ met een nieuwe versie van het verleden. We zien namelijk nauwelijks meer iets terug van de wrok, de verdeeldheid en de bitterheid in de herdenkingscultuur die zich na 1576 in Leiden ontwikkelde.

Self sacrifice of mayor van der werff painting by wappers %281829%29
Schilderij uit 1829, waarin de historische gebeurtenissen tijdens het Beleg van Leiden uit 1574 zijn herschreven: de mythe over burgemeester Pieter van der Werff die wanhopige en hongerige Leidenaren op straat zijn zwaard en lichaam aanbiedt. (Gustaaf Wappers)

Eendrachtig tegen Spanje

In deze stad werd juist een versie van het oorlogsverleden herdacht waarin Leidenaren nooit daders maar alleen slachtoffers waren. Geweld kwam in dit verhaal niet van medeburgers of van geuzen, maar uitsluitend van de ‘Spaanse’ vijand. De meeste doden waren gevallen door de besmettelijke ziekten die de stad tijdens het beleg hadden getroffen, maar in de herinnering symboliseerde nu vooral de honger het slachtofferschap van de Leidenaren.

Alle Leidenaren, jong en oud, rijk en arm, katholiek en protestant, deelden mee in dat slachtofferschap, dat weer een mooi contrast bood voor de ‘wonderbaarlijke spijziging’ met broden en vissen, ofwel de haring en het wittebrood die de geuzen na het ontzet hadden uitgedeeld. Dat diezelfde geuzen er in 1572 kerken hadden geplunderd, kloosterzusters hadden geterroriseerd, slag hadden geleverd met katholieken die wilden voorkomen dat zij het begijnhof in brand staken, twee lokale priesters in koelen bloede vermoord hadden en de Delftse priester Cornelius Musius na vreselijke martelingen hadden terechtgesteld, vertelde het verhaal niet meer.

Niet iedereen was het hiermee eens. In de katholieke herinnering bleef het lot van de martelaar Musius springlevend. In zijn memoires blikte het katholieke oorlogskind Frans van Dusseldorp in de zeventiende eeuw met bitterheid terug. Maar anderen grepen de nieuwe versie van het verhaal met beide handen aan. Pieter van Veen, zoon van een glipper, schonk de stad de kopie van een schilderij van de intocht van de geuzen dat zijn broer Otto had gemaakt. Het duidt erop dat ook een familie met een glipperachtergrond zich veilig voelde bij het herschreven verleden. In de collectieve, publieke herinnering zou de nieuwe versie dan ook domineren. En dat bleef zo. Ze wordt nog elk jaar uitgedragen op 3 oktober, de verjaardag van het ontzet.

Judith Pollmann is hoogleraar vroegmoderne Nederlandse geschiedenis aan het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden. Zij schreef dit artikel voor Geschiedenis Magazine (nummer 5, 2015).

Verder lezen

• Marianne Eekhout en Erika Kuijpers, Strijd om de herinnering. Verhalen over de Opstand, 1566-1700, inclusief webtentoonstelling • Anton van der Lem, De Opstand in de Nederlanden, 1568-1648. De Tachtigjarige oorlog in woord en beeld, Vantilt, 2014 • Jori Zijlmans, Leidens Ontzet. Vrijheidsstrijd & volksfeest, Primavera Pers, 2011

Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.