Je leest:

Idols ouderwets

Idols ouderwets

Auteur: | 10 mei 2006

Televisieamusement wordt regelmatig voorgesteld als het toonbeeld van moreel verval. Bij programma’s als Big Brother, Idols en het misdaadprogramma van Peter R. de Vries denken critici aan de vervlakking en Amerikanisering van onze cultuur. Volgens Stijn Reijnders, die deze week promoveert op zijn onderzoek naar televisieamusemement, is er niet veel nieuws onder de zon en valt het allemaal wel mee met dat morele verval.

Neem nu de Amerikaanse Jerry Springer, dat is wel het laagste van het laagste, zeggen Nederlandse critici. Maar, stelt Reijnders, Jerry Springer is helemaal niet zo typisch Amerikaans en zeker niet alleen van deze tijd. Kijk maar eens naar het poppenspel met Jan Klaassen en Katrijn. ‘De overeenkomsten met de gasten uit Jerry Springer zijn sprekend: Jan Klaassen is een aan de drank verslingerde ’jongen van de straat’ die zich regelmatig met andere vrouwen inlaat, dit tot grote ergernis van zijn vrouw Katrijn. De hardhandige scheld- en vechtpartijen die hier uit voortvloeien vormen de rode draad van deze populaire vermaaksvorm, met afsluitend vaak een korte moraal’, schrijft Reijnders.

Peter R. de Vries

Reijnders onderzocht drie populaire televisieprogramma’s: Ter Land ter Zee en in de Lucht, Peter R. de Vries. Misdaadverslaggever en het enorm populaire talentenjachtprogramma Idols. Hij vergeleek deze televisieprogramma’s met de volkscultuur. Bij volkscultuur gaat het dan niet alleen om de cultuur van boeren en vissers van voor de industriële samenleving. Nee, volkscultuur is van alle tijden en Reijnders bestudeerde daarom ook de moderne volkscultuur.

De Nederlandse amusementsprogramma’s blijken, net als Jerry Springer, helemaal niet zo nieuw te zijn. Ze borduren voort op tradities uit de volkscultuur. Peter R. de Vries. Misdaadverslaggever bijvoorbeeld, lijkt verdacht veel op de negentiende-eeuwse marktzanger, die zijn publiek onderhield met gruwelijke verhalen over waargebeurde misdrijven. Er waren in de negentiende eeuw wel kranten, maar die waren erg duur en daardoor alleen voor de elite beschikbaar. Het gewone volk luisterde naar de marktzanger om te weten te komen wat er in het land gebeurd was. Populair waren vooral de moordliederen waarbij, zoals ook bij Peter R. de Vries, spannende moordzaken voorop staan. Natuurlijk heeft Peter R. de Vries daar eigentijdse dingen aan toegevoegd, maar ze ‘tapten uit hetzelfde vat’.

Ook Idols kent haar voorganger. De Landjuwelen uit de zeventiende eeuw bijvoorbeeld waren groots opgezette feesten waar verschillende wedstrijden gehouden werden waaronder ook feestelijke zangwedstrijden. Reijnders laat niet alleen zien dat amusementsprogramma’s van nu nauw aansluiten op historische vormen van volksvermaak. Hij ontdekte ook dat amusementsprogramma’s de moderne volkscultuur beïnvloeden. Sinds de enorme populariteit van Idols organiseren clubs, scholen en carnavalsverenigingen allemaal hun eigen Idols feestjes. Volgens Reijnders vervullen Idols en de Idols feestjes beiden dezelfde rituele rol als zangconcoursen uit het verleden: ze zorgen voor groepsbinding door de sociale orde en sociale harmonie te benadrukken. Tijdens de auditie wordt sociale orde aangebracht tussen winnaars en verliezers en tijdens de finale wordt vooral de sociale harmonie benadrukt.

Amusementsprogramma’s van toen en van nu spelen allemaal in op onze behoefte aan spanning en voyeurisme. Of dit betekent dat hier sprake is van een oerbehoefte durft Reijnders niet te zeggen. ‘De behoeften zijn hetzelfde, maar of het een oerbehoefte is, kun je beter aan een bioloog vragen’, zei hij gisteren in het radioprogramma Hoe?Zo!

Kritiek

De televisie zelf wordt al tijdens haar allereerste uur kritisch bekeken. Filosofen als Adorno en Horkheimer stellen dat de televisie een oppervlakkige massacultuur propageert die zowel de hoge cultuur als de volkscultuur bedreigt. Televisieamusement krijgt het nog het zwaarst te verduren. Critici hebben het bijvoorbeeld over endemollisering om aan te geven dat de Nederlandse televisie overspoeld wordt met goedkoop en oppervlakkig amusement dat zorgt voor het verval van waarden in onze samenleving. Volgens Reijnders reageert de burgerlijke elite zo angstig omdat ze minder grip heeft gekregen op de manier waarop mensen zich vermaken. Reijnders wilde met zijn onderzoek nu eens niet direct met een beschuldigende vinger naar het televisieamusement wijzen maar het serieus en met een open houding onderzoeken.

Stijn Reijnders promoveert vrijdag 12 mei 2006. Zijn proefschrift heet: Holland op de Helling. Televisieamusement, volkscultuur en ritueel vermaak.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.