Je leest:

Hyperactief sterrenstelsel waargenomen in het vroege heelal

Hyperactief sterrenstelsel waargenomen in het vroege heelal

Een internationaal team van astronomen uit de VS en Leiden heeft voor de eerste keer de snelheid kunnen meten van sterren in een sterrenstelsel op een afstand van 11 miljard lichtjaar. De sterren blijken met ongeveer 1,5 miljoen km per uur bijna tweemaal zo snel door de ruimte te bewegen als de zon in ons melkwegstelsel. De metingen zijn nodig om te begrijpen hoe compacte sterrenstelsels in het vroege heelal zich kunnen ontwikkelen tot de melkwegstelsels zoals we die tegenwoordig kennen. De resultaten werden in Nature gepubliceerd.

Een gecombineerde zoektocht met de Hubble Ruimtetelescoop en de 8-meter Gemini-telescoop in Chili leverde een opmerkelijk resultaat. Sterrenkundigen van de Sterrewacht Leiden en de Universiteit van Yale ontdekten een klein, maar zwaar sterrenstelsel, met de naam 1255-0, aan de rand van het heelal. Het licht van dit sterrenstelsel heeft er 11 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken en dus kunnen de astronomen terugkijken naar de tijd dat het heelal net een paar miljard jaar oud was. “Op zich is het niet vreemd om een dergelijk klein stelsel te vinden”, zegt Prof. Van Dokkum (Yale). “Die zien we ook bij ons in de buurt. Het bijzondere is dat de sterren in dit stelsel met grote snelheden blijken rond te vliegen, en dat verwacht je niet voor dergelijke kleine sterrenstelsels.”

In dit plaatje zie je het formaat van een hyperactief sterrenstelsel, vergeleken met de afmetingen van onze Melkweg.
Princeton University/Universiteit Leiden

De wetenschappers gebruikten de Hubbletelescoop om te bewijzen dat het inderdaad een compact sterrenstelsel betreft. Met de 8-meterspiegel van de Gemini-telescoop was het vervolgens mogelijk om de snelheid te bepalen waarmee sterren in 1255-0 bewegen. “Het principe van de meetmethode is vrijwel identiek aan een snelheidscontrole met een lasergun”, vervolgt Dr. Mariska Kriek (Princeton). “Alleen moesten wij 29 uur aan een stuk meten om voldoende signaal te krijgen.”

Het is onduidelijk hoe dergelijke compacte sterrenstelsels ontstaan en ook hoe ze op een gegeven moment uit het zicht verdwijnen. “Het zou kunnen”, zegt Prof. Franx (Leiden), “Dat deze compacte stelsels het uitgangspunt vormen voor de kern van grotere sterrenstelsels. Door een soort kosmisch kannibalisme groeien de stelsels uit tot de sterrenstelsels zoals we die tegenwoordig kennen.” Om dit te onderzoeken willen de sterrenkundigen nog verder in de tijd gaan terugkijken met de recentelijk op de Hubble geïnstalleerde Wide Field Camera 3. “We gaan ervan uit, dat de voorouders van het stelsel dat we nu hebben onderzocht, ronduit spectaculaire eigenschappen hebben”, aldus van Dokkum. “We verwachten dat in een relatief korte tijd gigantische hoeveelheden nieuwe sterren zijn gevormd, evenals een massief zwart gat.”

Bron:

  • A high stellar velocity dispersion for a compact massive galaxy at z = 2.2, Pieter G. van Dokkum, Mariska Kriek en Marijn Franx, Nature, augustus 2009

Zie verder:

Dit artikel is een publicatie van Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA).
© Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 augustus 2009
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.