Je leest:

Hulp bij zelfdoding voorkomt zelfdoding

Hulp bij zelfdoding voorkomt zelfdoding

Auteur: | 9 augustus 2006

Preventie van zelfdoding schiet in Nederland tekort, vindt klinisch psycholoog Ad Kerkhof. Jaarlijks slaan 1500 mensen de hand aan zichzelf – gedeeltelijk omdat de geestelijke gezondheidszorg ze niet op tijd bereikt. Kerkhof pleit voor betere onderkenning, goede behandeling en een nationaal actieplan.

Er overlijden meer Nederlanders aan zelfdoding dan er slachtoffers vallen in het verkeer of door AIDS: elk jaar maken 1500 mensen een eind aan hun leven. Daarnaast vinden er jaarlijks zo’n dertigduizend pogingen tot zelfdoding plaats. Een veelvoorkomende houding ten opzichte van suïcideplegers is: ‘wie dood wil, houd je toch niet tegen’. Daarin schuilt een denkfout, vindt hoogleraar klinische psychologie Ad Kerkhof: “Dat standpunt snijdt alleen hout als het besluit tot zelfdoding een goed doordacht en rationeel is. In 99 procent van de zelfdodingen is dat niet zo en is de suïcidaliteit een symptoom van een emotionele stoornis. De gezondheidszorg is er om ziekten en symptomen aan te pakken en zulke stoornissen maken daar deel van uit, of de samenleving dat nu leuk vindt of niet.” Kerkhof doet al jaren onderzoek naar zelfdoding en spant zich in voor preventie. Hij kreeg er onlangs een prijs voor van de Yvonne van der Ven Stichting.

Een kwart van de Nederlanders overweegt ooit in zijn leven suïcide. Meestal is die periode kort en voorbijgaand. Wanneer de gedachten over zelfdoding aanhouden, zijn ze vaak een symptoom van een onderliggende psychische stoornis. Zo gaat het in zestig procent van de gevallen van zelfdoding om mensen met levenslange aandoeningen zoals een schizofrene of borderline persoonlijkheidsstoornis of depressie, die continue zelfdodingsdrang met zich mee kunnen brengen. Dertig procent stapt uit het leven tijdens een periode van suïcidaliteit voortkomend uit een emotionele stoornis die ook relatief klachtenvrije periodes kent. Een klein aandeel (zeven procent) krijgt de impuls om het leven te beëindigen door een zogeheten major life event, een eenmalige emotioneel zeer belastende levenservaring, zoals een scheiding, verlies van een dierbare of ontslag. Twee procent van de suïcides komt voor de omgeving als een donderslag bij heldere hemel, maar blijkt achteraf meestal te verklaren vanuit een extreem perfectionistische of dwangmatige persoonlijkheid, die in combinatie met impulsiviteit een risico voor suïcidaliteit vormt. Hooguit één procent is een balanced suicide: een rationeel afgewogen en doordachte zelfdoding van meestal oudere mensen die ‘klaar zijn’ met leven.

In 60% van de gevallen van zelfdoding gaat het om mensen met ongeneesbare psychische aandoeningen als schizofrenie of borderline. Deze aandoeningen zijn vaak goed te behandelen – hoewel niet te genezen – met psychotherapie.

Preventie

Psychische aandoeningen, ook de niet geneesbare, zijn doorgaans goed te behandelen met psychotherapie, al dan niet in combinatie met medicijnen. Kerkhof: “Het lijden wordt daarmee beperkt en patiënten leren hun handicap een plaats te geven.” Probleem bij psychische stoornissen is dat ze vaak te laat of helemaal niet onderkend worden; afglijden naar een suïcidale crisis ligt dan op de loer. De helft van de Nederlanders die pogen zichzelf om te brengen, is op dat moment niet onder behandeling. Aangezien de meeste gevallen van suïcides voortkomen uit een emotionele stoornis, had onderkenning en behandeling vele zelfdodingen dus kunnen voorkomen.

Dat de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) deze kans op preventie mist, komt deels omdat mensen niet te koop lopen met hun geworstel. Ze schamen zich voor hun gevoelens. De GGZ richt zich voornamelijk op de gevallen die al tot de risicogroep behoren: degenen die hoog scoren op depressie, impulsiviteit of wanhoop. Een preventieprogramma om te voorkomen dat iemand die risicofactoren ontwikkelt en in een emotioneel zware periode overhelt naar een zware depressie bijvoorbeeld, is er niet. Kerkhof vindt dat onbegrijpelijk. “In Engeland en Scandinavië zijn nationale actieplannen opgezet, samen met scholen, politie, justitie, de media en de spoorwegen. Onderzoek heeft laten zien dat zo’n maatschappijbrede aanpak werkt. Maar in Nederland is zelfmoord taboe of vindt men preventie betutteling. Zonder politiek draagvlak blijft initiatief voor zo’n programma in de kast.”

Een alternatief voor ‘de nooduitgang’

Preventie kan in potentie veel betekenen voor degenen die al met gedachten van zelfdoding rondlopen en heeft een ontwapenend eenvoudige principe: openlijk, zonder vooroordelen met hen praten over de gevoelens van wanhoop. Waarom hebt u die en waarom denkt u dat de situatie uitzichtloos is? Het doorbreekt het denkpatroon van de suïcidale cliënt en biedt een mogelijkheid om alternatieven aan te reiken. Kerkhof: “In mijn loopbaan heb ik op een zeldzaam geval na geen cliënten ontmoet die behandeling afwezen: de meesten waren alleen tijdelijk niet in staat in te zien dat er nog iets anders bestond dan die nooduitgang – de dood.”

De meeste mensen die suïcidaal zijn wijzen behandeling niet af; ze waren alleen tijdelijk niet in staat in te zien dat er nog iets anders bestond dan die nooduitgang – de dood. Dit rigide denkbeeld – dat de bestaande situatie uitzichtloos is – is kenmerkend voor suïcidaliteit.

Kenmerkend voor suïcidaliteit is een zeer rigide denkbeeld, dat leidt tot de overtuiging dat de bestaande situatie uitzichtloos is. Logisch nadenken is vaak niet mogelijk door beklemmende gevoelens van wanhoop en een extreme vorm van piekeren, die de denker steeds laat uitkomen op de conclusie dat het nooit meer goed zal komen. Zelfdoding is dan ook voor suïcidale mensen geen oplossing, maar de allerlaatste manier om aan dat geworstel, die gedachten en het eigen zelfbewustzijn te kunnen ontsnappen. Kerkhof: “Een man die ooit bij me aanklopte voor hulp bij zelfdoding had die wens omdat hij na een scheiding zijn dochter nooit meer mocht zien. Zijn vrouw verhinderde elke vorm van contact. Hij was depressief geraakt omdat daarmee zijn belangrijkste leefreden onbereikbaar werd. De man sprak rationeel en overtuigd dat er geen enkele andere manier was om zijn lijden te verlichten dan zelfdoding. Toen ik vroeg of hij al bij de rechter was geweest voor een bezoekregeling, viel hij bijna van zijn stoel, het was niet eens in hem opgekomen. Het enige wat er tot dat moment alsmaar door hem heen ging was: ‘ik zal nooit meer mijn dochter zien’.”

Hulp bij zelfdoding

Serieus ingaan op een verzoek van hulp bij zelfdoding is op zich niet strijdig met het ideaal van suïcidepreventie. Kerkhof: “Een diepgaande discussie over alle voors en tegens van zelfdoding met de patiënt maakt het mogelijk de irrationele elementen te bespreken.” Dikwijls eindigt zo’n verzoek niet met de dood, maar met het accepteren van hulp bij leven. Kerkhof erkent dat soms – “in zeldzame gevallen, laat dat heel duidelijk zijn” – behandeling geen baat heeft. Voor hen, vindt de klinisch psycholoog, moet hulp bij zelfdoding beschikbaar zijn in de vorm van een door een arts verstrekte dodelijke medicatie. “Een paar keer per jaar komt dat voor. Het is niet meer dan humaan om daarvoor noodmaatregelen te treffen. Het voorkomt bovendien dat gewelddadige methoden uit wanhoop worden toegepast, met gruwelijke gevolgen voor onschuldige omstanders.”

De mogelijkheid bestaat, maar wordt maar zelden toegepast. De Wet Toetsing Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding erkent dat mensen niet alleen om fysieke redenen om euthanasie vragen, maar dat ook psychisch lijden een geldige reden kan zijn. Deze wet biedt artsen de mogelijkheid zonder strafvervolging stervensmedicatie voor te schrijven, mits aan de voorwaarden wordt voldaan én melding plaatsvindt.

Ook bij ondraaglijk psychisch lijden mag een arts hulp bij zelfdoding bieden. Voorwaarde is wel dat een psychiater de wilsbekwaamheid van de patiënt vaststelt.

Esther Pans, promovenda rechtsgeleerdheid en specialist op het gebied van euthanasie en hulp bij zelfdoding, vertelt welke voorwaarden dat zijn. Het verzoek moet vrijwillig en weloverwogen zijn, er moet sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden en reële alternatieven om het lijden te verlichten moeten ontbreken. Een tweede onafhankelijke arts moet de aanvrager persoonlijk spreken en een eigen oordeel vellen en de levensbeëindiging moet op medisch verantwoorde wijze gebeuren. Speciaal voor psychisch lijden geldt een aanvullende voorwaarde, reciteert Pans uit de wet: “Een psychiater moet de wilsbekwaamheid van de hulpzoekende vaststellen.”

De rol van de arts

Pans bevestigt de zeldzaamheid van het verschijnsel hulp bij zelfdoding. “Er is maar een handvol zaken geweest over een verzoek om hulp bij zelfdoding enkel op basis van psychisch lijden.” Als achteraf niet aan de voorwaarden blijkt te zijn voldaan, riskeren artsen drie jaar celstraf, maar meestal blijft het bij het stempel ‘schuldig zonder strafoplegging’. Artsen ervaren dat evengoed als een straf omdat ze voor de rechter moeten verschijnen en de media de zaak vaak breed uitmeet. Op het resulterende strafblad zitten ze ook niet te wachten. Pans: “Niet veel artsen zijn bereid dit risico te nemen, velen hebben trouwens ook morele bezwaren omdat het om fysiek gezonde, relatief jonge mensen gaat. Rechters passen daarnaast zogenaamde extra behoedzaamheid toe bij dergelijke zaken omdat het maatschappelijke draagvlak niet zo groot is.”

Zouden strakkere definities in de voorwaarden geen oplossing bieden? Wat is bijvoorbeeld ‘ondraaglijk psychisch lijden’ en wie bepaalt of alle mogelijke behandelingen niet helpen? Pans: “In de praktijk bepalen artsen dat, in samenspraak met de patiënt, maar ze kunnen niet voorspellen of ze van vervolging zullen worden ontslagen. Dat maakt ze afhoudend en dat moet ook, om drempelverlaging te voorkomen.” Voordeel heeft de relatief vage omschrijving volgens Pans ook: het voorkomt dat schrijnende gevallen buiten de wet zullen vallen. “Hoe zeldzaam zulke zaken ook zijn, ze verschillen vaak erg van elkaar. Een vage omschrijving voorkomt uitsluiting omdat je een bepaald geval niet voorzien had. Tegelijkertijd dwingt die vaagheid tot nauwkeurige individuele afweging – meer nog dan bij euthanasie – omdat uitzichtloos fysiek lijden nu eenmaal breder geaccepteerd en eenvoudiger toetsbaar is.”

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 augustus 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.