Huishoudrevolutie bespaart nauwelijks tijd

Er is veel veranderd in honderd jaar huishouden. Maar leveren al die huishoudelijke apparaten ons daadwerkelijk tijdwinst op? Science Center NEMO laat in haar nieuwe tentoonstelling zien dat die conclusie wat voorbarig is.

door

Small

“Ik heb tijd, want ik heb elektriciteit”. Zo luidde halverwege vorige eeuw de slogan van menig bedrijf dat huishoudelijke apparatuur verkocht. Niet zo gek, want de komst van onder andere de stofzuiger en de wasmachine bespaarde de huisvrouw bergen tijd. Tenminste, dat was de gedachte. De huisvrouw hoefde haar meubels niet meer naar buiten te dragen, geen matten meer te kloppen en niet meer te zeulen met liters kokend water voor de vuile was. Zo bleef er veel meer tijd over voor leuke dingen. Toch?

Vijftig jaar na dato blijkt dat de vork net iets anders in de steel zit. Uit onderzoek blijkt dat we dankzij technologie inderdaad minder tijd besteden aan huishouden dan vroeger. Maar die tijdsbesparing is gering.

Netjes of een treuzelaar

In 1955 hadden de meeste gezinnen nog geen stofzuiger, wasmachine en gasfornuis. Je kookte destijds bijvoorbeeld op een kolenkachel, gas was er immers pas in de jaren 60. In dat jaar deed de Nederlandse Huishoudraad voor het eerst een tijdsbestedings-onderzoek onder de Nederlandse huisvrouwen. Hieruit bleek dat de vrouw gemiddeld 62 uur per week kwijt was aan huishoudelijke taken. Dat is bijna negen uur per dag.

Medium

In 1984 publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een nieuwe studie naar de tijdsbesteding van de Nederlander. Op dat moment waren de huishoudelijke apparaten overal in Nederland helemaal ingeburgerd. Het huishouden zou geen dagtaak meer moeten zijn.

Niet dus. De Nederlandse huisvrouw was in 1984 nog steeds 51 uur per week kwijt aan het huishouden, ruim zeven uur per dag. Een tijdsbesparing van elf uur per week is meegenomen, maar revolutionair is het niet. Het wordt nog ernstiger als je kijkt naar de bron van die tijdsbesparing: slechts een derde is te danken aan de komst huishoudelijke apparaten en aardgas om mee te koken. De bundel ‘Geschiedenis van het privéleven’ uit 2007 onthult dat beide ontwikkelingen elk slechts twee uur per week opleveren. De overige zeven uur besparen we door huishoudelijke taken uit te besteden, of ze simpelweg niet meer te doen.

Dit lijkt vreemd, want standaard huishoudelijke taken kostten begin vorige eeuw echt wel stukken meer tijd. Een wasje draaien betekende: water voor in de wasteil koken op de kolenkachel, elk kledingstuk met de hand schoonpoetsen en daarna uitwringen, met de hand of met een wringer. Om stof en modder van de vloer te bezemen moest de huisvrouw eerst alle meubels naar buiten sjouwen. Matten moesten worden geklopt, en bijeen gebezemd vuil werd verzameld met stoffer en blik. Wie vandaag de dag langer dan tien minuten doet over de kamer stofzuigen, is heel netjes of een treuzelaar. Het contrast kan bijna niet groter.

Medium

20 tafellakens

Waarom dan toch zo weinig tijdwinst? De invloed van technologie op het huishouden wordt duidelijk uit de bundel ‘Het geluk van de huisvrouw’, van het Historisch Museum Rotterdam. De verklaring is eigenlijk heel simpel: door betere technologie doen we huishoudelijke dingen nu vaker, zoals stofzuigen, kleding wassen en baden of onder de douche gaan. Inmiddels staat de wasmachine in een gemiddeld gezin zowat elke dag aan en staan we minstens eens per dag onder de douche. Vroeger was dat nog absoluut niet het geval: kleding werd soms wel een week gedragen, baden deed je alleen in het weekend.

Een andere verandering wordt zichtbaar als je huishoudhandboeken van begin twintigste eeuw (ja, die waren er) openslaat. Daarin staat: “Een goed huishouden heeft 72 stuks lijfgoed, 84 stuks beddegoed, 20 tafellakens, 66 servetten, 66 handdoeken en 150 huishouddoeken”. Je zou het maar moeten strijken. In 1954 waren die getallen al een stuk behapbaarder. Het handboek meldde een huishouden ook wel kon volstaan met 4 tafellakens, 22 servetten en 22 stuks beddegoed. Desondanks dringen beelden van overvolle linnenkasten zich op.

Medium

Stofvlokje

Technologie maakte het huishouden dus wel degelijk makkelijker, maar dat had een prijs: klussen die we eerst eens per week deden, zijn zo makkelijk geworden dat we ze nu dagelijks doen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat huishoudelijke apparatuur ons zoveel tijd bespaart dat we niet weten wat we ermee moeten. Daarom doen we maar wat we gewend zijn, namelijk nog meer huishouden. Of dat komt door gewenning, verveling of een nieuwe norm voor schoon blijft dan in het midden.

Leverde honderd jaar huishoudrevolutie dan niks anders op dan een neurotisch volk met smetvrees? Nee; volgens hoogleraar Ruth Oldenziel is er één duidelijk voordeel: rugpijn is verleden tijd. In haar boek ‘Schoon genoeg’ beschrijft ze dat de lichamelijke inspanningen dankzij al die technologie een stuk minder zijn geworden. Dat scheelt – kunnen we gelukkig tot onze oude dag onder de bank blijven kruipen om dat laatste stofvlokje in de stofzuigerzak te krijgen.

Het Huishoudparadijs is te zien van 24 juni tot en met 5 september 2010 (maandag t/m zondag 10.00-17.00) in Science Center NEMO. In juli en augustus heeft NEMO extra lange (XL) zomeravonden en is op vrijdagavond tot 21.00 uur open.

Lees meer