Je leest:

Hoofd of hart?

Hoofd of hart?

Vrouwen in de Libanese protestantse kerk

Auteur: | 1 april 2010

Veel protestantse vrouwen in Libanon zijn oosterse christenen die vanwege hun huwelijk tot het protestantisme zijn overgegaan. Zo ook de moeder en grootmoeder van Rima Nasrallah. Gefascineerd door de manier waarop vrouwen omgaan met twee verschillende kerkelijke tradities in hun leven onderzocht zij hoe vrouwen deze verandering beleven. In drie grote kerken, in Beiroet, in een buitenwijk van de Libanese hoofdstad, en in een dorp in het uiterste noorden van Libanon, woonde ze vieringen en rituelen bij en sprak ze met vrouwen over hun ervaringen.

Een kaars, een zakje wierook, watten gedoopt in olie, een fles met heilig water, een stukje heilig brood in een zakdoek, een verzameling iconen en andere religieuze memorabilia in een hoekje van het huis. Zomaar enkele objecten, maar van het grootste belang in het religieuze leven van Libanese christelijke vrouwen.

Rima Nasrallah

Nada Jabbour is een van die vrouwen. Ze groeide op in een Grieks-Orthodoxe familie. Haar kindertijd was doordrongen van de echo van Byzantijnse gezangen, het beeld van iconen en de geur van wierook. Een jaar was voor haar een pelgrimage van het ene religieuze feest naar het andere. Elk feest had een eigen geur en prikkelde de zintuigen op een eigen manier. Feesten vieren betekende speciale gerechten bereiden, specifieke bloemen plukken, schalen met water op het balkon plaatsen, deeg in een boom hangen of een vreugdevuur ontsteken.

Tijdens de feesten voelde Nada dat ze werd meegevoerd naar een bijbelse wereld. Sommige feesten waren tijden om te lachen, andere brachten tranen, en weer andere ontzag. Meedoen aan het kerkelijke leven was een vorm van gemeenschapszin. Het hele dorp deed mee aan feesten als de Ontslapenis van Maria, het Ontdekken van het Kruis en Epifaniën.

Toen trouwde Nada. Haar man was protestants. Volgens de Libanese tradities moest Nada zich bij zijn kerk aansluiten, want in het Midden-Oosten schikt de vrouw zich na de huwelijkssluiting in het levenspatroon van de man. De kinderen worden altijd geregistreerd in de religieuze denominatie van de man; die denominatie komt ook op hun identiteitsbewijs te staan. Het is vrijwel altijd de vrouw die haar man volgt.

Ook protestantse mannen verwachten van hun vrouwen dat ze zich bij zijn denominatie aansluiten, misschien niet altijd door registratie, maar in ieder geval als sociale functie. Zij wordt geacht naast hem te zitten in de keurige kerkbanken van de protestantse kerk.

Nada moest meezingen met het orgel, luisteren naar ingewikkelde preken en de last op zich nemen van persoonlijke betrokkenheid en individuele keuze. Weg was de schittering van de iconostase — de wand met iconen, de betovering van de Byzantijnse liederen, de glans van de kaarsen en de extase van de eredienst. In plaats daarvan moest Nada zich aanleren om met de bijbel in de hand haar intellect prioriteit te geven en intelligente vragen te stellen. Naar de kerk gaan leek nu op naar school gaan. Ze leerde van alles over de bijbel, heil, vergeving en genade. Ze voelde zich ook serieus genomen als een onderdeel van het lichaam van Christus en als vrouw.

Rima Nasrallah

Zending

Het verhaal van Nada is niet uniek. In de 160 jaar oude Libanese protestantse kerk, die iets minder dan 1 procent van de Libanese bevolking van vier miljoen uitmaakt, naar schatting ongeveer 35 duizend personen, is meer dan 90 procent van de vrouwen van niet-protestantse origine. De meerderheid komt ofwel uit de Maronitische kerk, een katholieke kerk met een Aramese traditie, ofwel uit de Grieks-Orthodoxe Kerk van Antiochië, in de volksmond bekend als de kerk van de Rum. Net als Nada proberen zij na hun huwelijk en hun toetreding tot de protestantse kerk zich aan te passen aan de nieuwe traditie.

Laat negentiende, begin twintigste eeuw, toen Amerikaanse en Britse zendelingen het protestantisme naar het Midden-Oosten brachten, probeerde de protestantse kerk zich te onderscheiden. Er heersten toen spanningen tussen de oude kerken in het gebied en de protestantse nieuwkomers. Alle tradities die de leden herinnerden aan hun achtergrond in de oosterse kerken werden door de leiding van de protestantse kerk daarom van de hand gewezen. Nu ligt dat anders. De liturgie draagt weliswaar nog steeds het stempel van de puriteinse vroomheid uit New England die westerse missionarissen in de regio introduceerden met hun nadruk op individuele geloofsbeleving en persoonlijke verlossing, en het geloof van de kerk wordt nog steeds uitgedrukt met behulp van oude Europese geloofsbelijdenissen, zoals de Heidelbergse Catechismus, maar in protestantse families experimenteren de vrouwen op vreugdevolle en speelse manieren met rituelen. Ze brengen tradities bij elkaar die vroeger diametraal tegenover elkaar stonden.

Libanon erkent officieel negentien religieuze groeperingen. Sommigen daarvan wonen al eeuwen in Libanon, anderen zijn in het Libanese bergland terecht gekomen op zoek naar veiligheid, omdat ze in andere delen van het Midden-Oosten vervolgd werden. In Libanon hebben deze groeperingen lang niet altijd vreedzaam samengeleefd. Na de onafhankelijkheid en het uitroepen van de huidige Libanese republiek in 1943 werd de politieke, economische en administratieve macht verdeeld onder de groeperingen op basis van hun demografische gewicht. Jaren van touwtrekken en pogingen tot akkoorden explodeerden uiteindelijk in de vijftien jaar durende burgeroorlog (1975-1990) waarin de Libanezen hun identiteit bevochten.

Individuele Libanezen voelen een sterke verbondenheid met hun religieuze denominatie die tot op grote hoogte hun identiteit bepaalt. Deze identiteit komt onder andere tot uitdrukking in het geestelijke leven: in theologie, liturgische stijl, taal en verbeelding. Dit is een van de redenen waarom een overgang van de ene liturgische traditie naar de andere — van de ene religieuze groepering naar de andere — vrouwen een gevoel geeft van paniek en verlies.

Het contrast tussen de westerse protestantse benadering en de oosterse orthodoxe en maronitische religieuze beleving is bovendien groot. De protestantse kerk heeft niet alleen een andere theologie, ook zijn er grote verschillen in décor, muziekinstrumenten, liturgische structuur en verwachtingen van de gemeente. ‘Toen ik voor het eerst in de protestantse kerk kwam, kon ik niet geloven dat het een kerk was. Het was er leeg; er waren geen afbeeldingen of decoratie,’ zegt Layla Habr, een van de geïnterviewde vrouwen met een orthodoxe achtergrond. Het protestantisme heeft een andere visie op tijd en ruimte, op wat heilig en profaan is. Het lichaam lijkt irrelevant in een protestantse setting; alleen het intellect wordt aangesproken. In de oosterse kerken daarentegen is het lichaam volop ingeschakeld in de geestelijke ervaring.

Na een fase van aanpassing beginnen de meeste vrouwen hun nieuwe traditie te waarderen. Ze krijgen interesse voor de eenvoud en de helderheid van het protestantisme. Ze vinden voldoening in het leren van theologische noties. Ze genieten van kennisverwerving en de toe-eigening van een theologisch doordacht geloof. Nada vertelt: ‘Ik gebruik mijn hoofd vaak in de protestantse kerk.’ De vrouwen beschrijven de protestantse kerk vaak als stijlvol, ethisch hoogstaand en ontwikkeld. En toch ervaren ze hun nieuwe religieuze omgeving ook als droog, koud of lauw. Hun eigen oosterse kerken geven hun warmte. De gedimde lichten, de geruststellend melodieën en de prachtige iconen vullen lichaam en ziel met vrede. Fida Saba, een andere orthodoxe vrouw, zegt: ‘In de orthodoxe kerk kijk ik naar de koepel en zie ik de fresco’s van de wolken, de maagd Maria en Jezus. Dan krijg ik het gevoel dat ik met hen meevlieg. De muziek en de gezangen dragen mij.’ Terwijl de protestantse kerk voldoening geeft aan het hoofd, raken de oosterse kerken hart en emoties.

Net als Nada combineren veel vrouwen beide tradities. Nada zelf gaat op zondag naar de protestantse en op woensdag naar de orthodoxe kerk om hoofd en hart in balans te houden. De meeste vrouwen van niet-protestantse origine doen dat. Anderen voelen zich een protestant in de stad en een Maroniet in het dorp. Al deze vrouwen navigeren tussen de twee tradities. Ze interpreteren de ene traditie met behulp van de andere. Ze geven rituele objecten die ze bewust meenamen uit hun moederkerk nieuwe betekenis en protestantse riten nieuwe dimensies.

Vrouwen delen eten uit ter gelegenheid van Maria Hemelvaart.
Rima Nasrallah

Eten

De waardering van voedsel is een typisch Libanees element dat voortkomt uit zowel het Aramese maronitische erfgoed als de orthodoxe theologie. De Maronitische Kerk gelooft een intrinsieke verbinding te hebben met de Libanese aarde en het Libanese grondgebied. Niet alleen is de landbouw in de lange maronitische geschiedenis een centraal thema, de Maronieten hebben ook tijden van vervolging gekend, waarin zij schuilden in de valleien en spelonken van het Libanese bergland. Deze intrinsieke band met het land geeft aan zowel de aarde als de vruchten van de aarde een heilige plaats.

De orthodoxe kerk daarentegen schrijft aan geen enkel land een bijzondere heiligheid toe, maar het orthodoxe begrip van liturgie komt voort uit een theologie en filosofie van voedsel en voedselconsumptie. Orthodoxen geloven dat honger de wil is om te leven en dat Gods voorzienigheid blijkt uit het feit dat God fysiek en geestelijk voedsel verschaft. God gaf voedsel in Eden, voedsel in de woestijn, voedsel aan het kruis en ook weer voedsel in de liturgie. Mensen hongeren naar God en hun geestelijke honger wordt gestild als ze God tot zich nemen. Daarom is voedsel geheiligd en heeft het een centrale plaats in de relatie tussen God en mens.

In deze twee oosterse kerken heeft voedsel een liturgische waarde en een plaats in de eredienst. Het is daarom niet verwonderlijk dat in de orthodoxe kerk verschillende soorten voedsel al naar gelang het seizoen de kerk worden binnengedragen voor een zegen: druiven, graan, eieren, wijn, olijfolie, water en andere soorten voedsel. Na de liturgie nemen de gelovigen deze gaven weer mee naar huis en delen ze op sacramentele wijze met familieleden en buren. Ritueel voedsel neemt een prominente plaats in bij de viering van religieuze feesten. Bij ieder feest horen gerechten en zoetigheid die staan voor de gebeurtenis die gevierd wordt. De diverse periodes van vasten door het jaar heen hebben ook hun eigen repertoire aan gerechten, evenals de woensdag en de vrijdag — de wekelijkse vasten — en de zondag. Hoe kan een vrouw die is grootgebracht in deze wereld vol eerbied voor voedsel functioneren in een protestantse traditie waar voedsel alleen een plaats heeft in de maandelijkse viering van het avondmaal?

De meeste vrouwen die van kerk veranderen houden het vasten in ere en blijven het liturgische voedsel koken, maar koppelen het aan het bijbelvers: ‘Niet wat de mond in gaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uit komt, dat maakt een mens onrein’ (Matteüs 15: 11). Hoewel ze zich bevrijden van de beperkingen van het vasten en feesten op vastgestelde tijden, laten ze deze tradities niet helemaal achter zich. Tegelijkertijd voelen ze zich vrij om in de protestantse kerk te doen wat ze in hun eigen kerken gewend waren, bijvoorbeeld door wat extra stukjes avondmaalsbrood mee te nemen en die thuis met familieleden te delen. Een van de vrouwen beschrijft dit gebruik: ‘Ik neem altijd een tissue mee en stop er twee stukjes brood in om ze thuis aan mijn kinderen te geven.’

Sereniteit

De Maronitische heiliging van het land en de orthodoxe iconografische blik op de wereld uit zich ook in het bezoeken van heilige plaatsen. Evenals de omliggende landen kent Libanon een rijke christelijke geschiedenis. Overal in de bergen vind je kloosters; in de valleien hermitages. Elia, Jezus, Petrus en Paulus wandelden volgens de christelijke overlevering ooit op wat nu Libanees grondgebied is, en nog vele andere martelaren en heiligen. Het bezoeken van deze plaatsen als vervulling van een gelofte of bij een bijzondere gelegenheid is heel gebruikelijk. Veel vrouwen die ik sprak stelden dat God overal is en dat je niet naar een speciale plek hoeft te gaan om God te ontmoeten.

Toch heeft de meerderheid de behoefte om deze plekken te bezoeken. Sereniteit is een van de belangrijkste redenen: vreedzaam in de aanwezigheid van God verkeren, je dichter bij God voelen en in harmonie met God zijn. Veel vrouwen bezoeken graag oude kloosters of plaatsen die in verband staan met bijbelverhalen en verhalen over vervolgde christenen uit de vroege kerk.

Deze oude plaatsen geven hun een gevoel van continuïteit met de vroege christenen en apostelen. Ze voelen een verbondenheid met de tijdgenoten van Jezus en vinden daarin een zekere bevestiging van de geldigheid en betrouwbaarheid van hun geloof. In de protestantse Kerk voelen ze zich afgesneden van hun geschiedenis, omdat de meeste protestantse verhalen gaan over verhalen van mensen in het Westen die niet lijken op Libanezen. In hun oorspronkelijke kerken hoorden zij verhalen over lijdende monniken en heiligen die de vervolging ontvluchtten. In de protestantse kerk horen ze over Maarten Luther en Florence Nightingale. De vrouwen verwoorden een verlangen om zich in verbinding te stellen met de heiligen van hun land en met de heilige gebeurtenissen uit de geschiedenis van hun land, door eenvoudigweg in deze plaatsen te zijn en zich daar te omringen met iconen en beelden.

In hun geestelijke leven ervaren deze vrouwen de protestantse traditie en de oosterse christelijke traditie niet als tegenstelling maar als aanvulling. Ze voelen zich verrijkt omdat ze toegang hebben tot verschillende tradities en zijn trots op hun omgang met liturgische diversiteit. Ze slagen er in te verzoenen wat op zoveel momenten in de geschiedenis onverzoenlijk scheen.

Literatuur:

H. Badr (red.), Christianity: A History in the Middle East, Beiroet: Middle East Council of Churches, 2005. M. Moosa, The Maronites in History, New York: Syracuse University Press, 1986. M. Okkenhaug & I. Flaskerud (red.), Gender, Religion and Change in the Middle East: Two Hundred Years of Change, Oxford: Berg, 2005. The Maronite Patriarchal Council, Texts and Recommendations, Bkerke: Bkerke, 2006. Tradition und Moderne im Dialog: Die Kirche von Kurhessen-Waldeck in Balamand-Libanon, el Bouar, Libanon: Balamand Publications, 2003. R. Wilford & R. Miller (red.), Women, Ethnicity and Nationalism: The Politics of Transition, Londen: Routledge, 1998.

Rima Nasrallah was tot 2008 pastoraal werker in een Libanese protestantse kerk in Beiroet. Ze is promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit. Zij rondde haar MA-opleiding Gereformeerde Theologie af aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 april 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.