Je leest:

Homohater zelf homoseksueel

Homohater zelf homoseksueel

Is homohaat zelfhaat?

Auteur: | 4 mei 2012

Mensen die het hardst op homo’s schelden…zouden zelf wel eens homo kunnen zijn. Die kans is helemaal groot wanneer de persoon in kwestie opgroeide in een gezin dat homoseksualiteit scherp veroordeelde, suggereert nieuw psychologisch onderzoek.

Homosexualiteit wekt soms afkeuring op.
Wikimedia Commons

Om meer te weten te komen over homofobie, deed een Brits/Amerikaans onderzoeksteam onder leiding van Dr. Netta Weinstein van de Universiteit van Essex onderzoek onder 784 Amerikaanse en Duitse studenten. De resultaten werden onlangs gepubliceerd werd in het Journal of Personality and Social Psychology.

De psychologische tests die het team hanteerde lieten zien dat een aanzienlijk deel van de studenten die aangaven ‘maximaal hetero’ te zijn juist homoseksuele gevoelens koesterde (ten minste 20%).

Nog opvallender was dat dit met name studenten betrof die homoseksualiteit juist scherp afkeurden. Zo bepleitten de meesten anti-homo wetgeving en neigden ze er toe bij een willekeurig misdrijf homo’s extra te straffen.

Anti-homo demonstratie in de Verenigde Staten.
idyll23, Flickr.com

Mogelijke oorzaken

“Individuen die zichzelf als hetero zien, maar in psychologische tests laten zien vooral geinteresseerd te zijn in de eigen sekse kunnen zich makkelijk bedreigd voelen door homo’s en lesbiennes – omdat die ze herinnert aan hun eigen neigingen,” verklaarde Weinstein op de website ScienceDaily.

En die zouden de studenten maar al te graag willen ontkennen, zeggen de onderzoekers, daarbij verwijzend naar een tweede tendens die het onderzoek blootlegde: de studenten die homoseksualiteit het felst veroordeelden kwamen bijna zonder uitzondering uit strenge, conservatieve milieus waar homoseksualiteit taboe is.

“De vrees voor afwijzing is groot,” zegt medeonderzoeker Richard Ryan, professor aan de Universiteit van Rochester.

De botsing tussen homoseksuele gevoelens en de heersende moraal creëert echter een intern conflict. Om dat op te lossen vindt – veelal onbewust- reactieformatie plaats, “waarbij het onaanvaardbare (homo-erotische gevoelens) omgezet wordt in het tegenovergestelde: homohaat.”

Richard Ryan over zijn bevindingen [Engelstalig].

Echt geen homo?

Maar hoe kwamen de onderzoekers eigenlijk aan hun gegevens?

Om mogelijke homoseksuele gevoelens bij hun proefpersonen te achterhalen, lieten de onderzoekers de studenten een impliciete associatietest maken. Hieraan vooraf gaven studenten hun vermeende seksuele oriëntatie op en beantwoorden ze vragen over het gezin waarin ze opgroeiden.

De studenten scoorden hun (vermeende) seksuele oriëntatie op een zogenaamde heteroseksualiteit-homoseksualiteitschaal. Die van het onderzoeksteam liep van 1 tot 10.
Wikimedia Commons

In de test moesten de studenten zo snel mogelijk woorden en plaatjes labelen als ofwel ‘homoseksueel’ of ‘heteroseksueel’. Dit was op zich niet moeilijk. Voorbeeldwoorden waren bijvoorbeeld ‘homo’, terwijl een foto van twee zoenende jongens behoorde tot de plaatjes.

Maar voor een woord of plaatje opdoemde, verscheen 35 milliseconden het woordje mij’ of ‘ander’ op het scherm. Te kort om opgemerkt te worden, maar lang genoeg voor de student om het woord in zich op te nemen, zich er mee te identificeren en er (onbewust) op de reageren, volgens de onderzoekers.

Reactiesnelheid speelde een cruciale rol bij intepretatie van de testresultaten.
Wikimedia Commons

Een aarzeling (hoe kort ook) na het zien van het woordje ‘mij’ in combinatie met een plaatje dat duidelijk in de heterocategorie behoorde vatten de onderzoekers op als een mogelijk teken van homoseksualiteit.

Die zou namelijk veroorzaakt worden omdat mensen instinctief geneigd zouden zijn de ‘mij’ instinctief te koppelen aan de categorie waar ze zich het meest bij thuisvoelen: voor die personen homoseksualiteit.

Wordt vervolgd?

Maar Weinsteins onderzoek roept ook vragen op.

Waar homofobie vaak duidelijk samenhing met vaders die homoseksualiteit streng veroordeelden, bleef het effect van een afkeurende houding van de moeder “onduidelijk”.

Ook ging het onderzoek uit van een strikte scheiding tussen homoseksualiteit en heteroseksualiteit, maar hoe zit het dan met biseksuele mensen?

Verder berust de semantische associatie theorie die de onderzoekers gebruikten op Freudiaanse inzichten, die steeds minder als waar gelden binnen in de psychologie.

In de V.S. lopen in elk geval genoeg voorbeelden van Weinsteins theorie rond, gniffelen veel Amerikaanse journalisten. Van dominee Ted Haggard tot politicus Larry Craig.

Larry Craig.
Wikimedia Commons

Beiden ageren tegen homoseksualiteit, maar werden wel betrapt op relaties met mannen.

Sowieso zijn Weinsteins bevindingen “zeker interessant”, zegt Saskia Keuzenkamp, Bijzonder Hoogleraar Emancipatie aan de Vrije Universiteit.

“Het idee dat mensen die homo’s veroordelen soms juist zelf homo zijn wordt vaak geuit, maar is relatief nog maar weinig onderzocht. In Nederland nog nooit, bij mijn weten.”

Toch is er ook in Nederland wel sprake van ‘geïnternaliseerde homonegativiteit’, meent de hoogleraar. “Het proces waarbij mensen negatieve opvattingen over homoseksualiteit in de samenleving verinnerlijken – ook als ze zelf eigenlijk homo zijn.”

Bronnen

Weinstein, N. et al. ’Parental autonomy support and discrepancies between implicit and explicit sexual identities: Dynamics of self-acceptance and defense. Journal of Personality and Social Psychology Vol 102(4), Apr 2012, 815-832

Ryan, R.M. en Ryan, W.S. ‘Homophobic? Maybe You’re Gay.’ New York Times 27 April.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 mei 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

Heb je gevonden wat je zocht?
We zijn onze zoekresultaten aan het verbeteren. Jouw antwoord helpt ons hierbij.