Je leest:

Holland in het Holoceen

Holland in het Holoceen

Auteur: | 12 juni 2011

Sinds de laatste ijstijd heeft Nederland een flinke metamorfose ondergaan. De steppeplanten moesten wijken voor veenmoerassen, de elanden voor koeien en het land voor zee. Onlangs zijn deze mijlpalen in de recente Nederlandse geologische geschiedenis in atlasvorm verschenen.

Het groene deel geeft het landoppervlak van Europa weer aan het einde van de laatste ijstijd.
Ko van Huissteden/FALW VU

Geografisch gezien is Nederland het buitenbeentje van Europa, op de grens tussen continent en zee. Dat is niet altijd zo geweest: zo’n 10.000 jaar geleden kon je nog gewoon wandelen over de Noordzeebodem. En 8000 jaar geleden was Groot-Brittannië de westkust van het Europese vasteland.

De oorzaak? Dat was de postglaciale opheffing. Tijdens het Weichselien, de laatste ijstijd, lag er zoveel ijs in het huidige Scandinavië, dat de aardkorst ter plaatse een paar honderd meter naar beneden werd gedrukt.

Als resultaat veerde het gebied ten zuiden van het ijs eenzelfde afstand de hoogte in. Zo hoog, dat de zeespiegel relatief daalde en de Noordzee droogviel. Die glaciale wip heeft gedurende het hele Holoceen invloed gehad op het Nederlandse landschap. Maar de tektoniek was niet de enige bepalende factor in dit huidige geologische tijdperk. Ook klimaat en menselijke invloed droegen hun steentje bij.

9000 voor Christus…

…was de ijstijd net enkele eeuwen afgelopen. De zeespiegel bevond zich nog enkele tientallen meters onder het huidige niveau. Het Nederlandse landschap bestond grotendeels uit dekzand; in het zuiden van het land stroomden de voorlopers van de Rijn en de Maas. Door de opwarming maakte het vlechtende riviersysteem (met wisselende waterafvoeren) langzaam plaats voor een meanderend systeem. In het noordoostelijke deel van het land waren de stuwwallen uit het Saalien duidelijk zichtbaar. De vegetatie was spaarzaam en bestond grotendeels uit steppeplanten als steenbreek.

9000 voor Christus.
Peter Vos/TNO/Atlas van Nederland in het Holoceen

Na 9000 voor Christus raakte het landschap begroeid met bossen. De steentijd was in volle gang en door het landschap trokken groepjes jagers-verzamelaars, die al honden als ‘huisdier’ hadden; hun prooien bestonden uit rendieren, paarden, poolvossen en sneeuwhazen.

5500 voor Christus…

…waren zowel de zeespiegel als de grondwaterspiegel een flink eind gestegen (met zo’n 75 centimeter per eeuw). Rond 6500 voor Christus was het huidige Nederland aan zee komen te liggen en de kust bestond uit strandwallen en achterliggende getijdegebieden. De kleiafzettingen uit die periode duiden erop dat de getijdeverschillen redelijk beperkt waren – alleen als water ‘rustig’ genoeg is kunnen fijne kleideeltjes naar de bodem dwarrelen, anders blijven ze in het water opgelost.

De rivierdelta van de Rijn en Maas kwam oostelijker te liggen en in de kronkelige rivierlopen groeiden moerasbossen, die grotendeels bestonden uit elzen. Door het stijgen van de grondwaterspiegel ontstonden landinwaarts de eerste laagveengebieden; in Zuidoost-Groningen en Drenthe ontwikkelden zich op de slecht doorlaatbare keilemen ondergrond hoogveen.

5500 voor Christus.
Peter Vos/TNO/Atlas van Nederland in het Holoceen

De nog altijd rondtrekkende mensen leefden van de jacht op wilde zwijnen, edelherten, otters, bevers, oerrunderen en elanden. Ook plukten ze hazelnoten, bramen en waternoten. Lokaal begonnen ze dennen en berken af te branden om houtteer te maken, waarmee ze bijvoorbeeld vuurstenen pijlpunten op houten staken vast konden zetten.

2750 voor Christus…

…begon de kustlijn te veranderen. De zeespiegel steeg nog maar 20 tot 30 cm per eeuw, maar de aanvoer van zand en klei ging veel sneller. Niet langer meer was er sprake van een open, waddenachtig landschap. De strandwallen begonnen zich uit te bouwen tot een aaneengesloten kustlijn met lage duinen. In de afgesloten getijdebekkens ontstonden grote laagveengebieden. In het oosten voedde het hoogveenpakket zich met regenwater en werd daardoor voortdurend dikker.

2750 voor Christus.
Peter Vos/TNO/Atlas van Nederland in het Holoceen

De jagers-verzamelaars hadden plaatsgemaakt voor boerengemeenschappen. Die werden door het oprukkende veen steeds verder in oostelijke richting gedreven. Op de zandgronden vond akkerbouw en veeteelt plaats. Eikenbomen en linden werden gekapt voor de bouw van boerderijen en de aanleg van knuppelpaden.

100 na Christus…

…ontstonden er weer gaten in de aaneengesloten kustlijn, op de plek van Zeeland en Zuid-Holland; de oorzaak was een sedimenttekort voor de zuidelijke kust. In Midden-Nederland was in de voorafgaande twee millennia een groot merengebied ontstaan, midden in het veen, dat naar zee afwaterde via het Oerij. In de eerste eeuw van onze jaartelling ontstond er een doorbraak van deze centrale meren richting noorden, waardoor de voorloper van de Zuiderzee ontstond.

100 na Christus.
Peter Vos/TNO/Atlas van Nederland in het Holoceen

In Oost-Nederland was het veengebied gedeeltelijk overdekt met rivierklei geraakt: door toenemende boomkap in Duitsland voerde de Rijn steeds meer klei aan. In Nederland was het laatste oerbos inmiddels gekapt. Zo’n 1500 jaar eerder waren de eerste gehuchten ontstaan op hooggelegen plaatsen en in het Waddengebied hadden mensen terpen opgeworpen om zich te beschermen tegen stormvloeden. De Romeinen hadden kort voor het begin van de jaartelling hun intrede gedaan in Zuid-Nederland en de eerste officiële steden gesticht: Forum Hadriani (Voorburg) en Noviomagus (Nijmegen).

1500 na Christus…

…was de invloed van de mens al op grote schaal zichtbaar. Langs de kust en de rivieren werden dijken van natuurlijk materiaal aangelegd (die overigens niet konden voorkomen dat er toch enkele flinke overstromingen plaatsvonden). In Noord-Holland ontstonden enkele grote meren door veenafgravingen en ook werden de eerste polders aangelegd: bedijkte stukken land waarbinnen de waterhuishouding kon worden geregeld door een sluis. Rond 1400 waren de eerste windmolens al in gebruik genomen.

1500 na Christus.
Peter Vos/TNO/Atlas van Nederland in het Holoceen

In het binnenland ontstonden zandverstuivingen door grootschalige ontbossing, waardoor grote stukken landbouwgebied bedreigd werden. Desondanks ontwikkelde zich in Nederland de voorloper van ons huidige cultuurlandschap. Met het vertrek van grote wilde dieren als eland en beer verdween ook het laatste restje wilde natuur uit ons land; wat overbleef was een door mensen gemaakt en beheerd landschap.

Anno 2011…

…is de invloed van de mens nog beter zichtbaar. Tachtig jaar geleden kwam de Afsluitdijk erbij en waar eens de getijdebekkens lagen, ligt nu de Randstad. Nog altijd veert onze aardkorst iets omhoog, maar dat gaat met millimeters per eeuw – we merken er feitelijk niets meer van.

Geologisch stripverhaal in atlasvorm

Hoe breng je het verleden aanlokkelijk in beeld? Zo eenvoudig is dat niet: wat achter ons ligt, lijkt al gauw minder belangrijk. Nieuwsberichtjes zijn na een paar weken vaak al achterhaald en kleding van tien jaar geleden wordt tegenwoordig hopeloos ouderwets gevonden. Geologen staan dan ook voor een uitdaging: in hun geval is het verleden geen kwestie van weken, dagen of zelfs eeuwen; ze gaan duizenden tot miljoenen jaren terug in de tijd.

Hoe moeilijk het ook mag zijn om lang vervlogen tijden te laten herleven, belangrijk is het wel. Alleen door het vroegere landschap te kennen, kunnen we achterhalen waar we veilig kunnen bouwen of naar olie en gas kunnen boren, bijvoorbeeld. En juist dankzij voorbije klimaatschommelingen kunnen we accurate computermodellen maken over toekomstige opwarming van de aarde. Maar vaak blijft het bij wetenschappelijke reconstructies, oninteressant voor het brede publiek.

Geschiedkundigen hebben allang iets op het probleem gevonden: het maken van historische stripverhalen, tv-series en films. Zo verscheen in de jaren tachtig de populaire stripreeks Van nul tot nu en kroop Brad Pitt in Troy een aantal jaren geleden in de rol van Achilles. Maar waar een historisch personage met een tekstballonnetje of Hollywood-accent nog wel tot leven is te wekken en zelfs een dinosaurus het nog ver kan schoppen op het witte doek, gaat dat lastiger bij levenloze landschappen. Een zingende gletsjer op tv, een cartoon over het veenmoeras: niemand lijkt er op te zitten wachten.

De recent verschenen Atlas van Nederland in het Holoceen laat zien dat de geologische geschiedenis wel degelijk te visualiseren is, op een aantrekkelijke én wetenschappelijk verantwoorde manier. In elf atlaskaarten (van 9000 voor Christus tot 2000 na Christus) is te zien hoe het Nederlandse landschap zich heeft ontwikkeld sinds de laatste ijstijd. De kaarten zijn samengesteld op basis van tienduizenden boringen en vormen een goede leidraad voor een reis in vogelvlucht door het Hollandse Holoceen. De atlas is samengesteld onder verantwoordelijkheid van TNO, Deltares en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Bron

  • Bazelmans, J. en Van der Meulen, M. (2011). Atlas van Nederland in het Holoceen. ISBN: 9789035136397, € 24,95. Uitgeverij Bert Bakker.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 juni 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.