Je leest:

Hoge winterverwachtingen

Hoge winterverwachtingen

Seizoensverwachtingen worden gemaakt op basis van veranderingen in zeewatertemperaturen en sneeuw. Onderzoekers kijken ook hoger in de lucht, met name naar de luchtlagen tussen 10 en 50 kilometer hoogte, de stratosfeer.

De lucht bevat hier veel ozon en men spreekt daarom van de ozonlaag. Recent is gebleken dat de winden die hier waaien van invloed kunnen zijn op het weer nabij de grond. De onderzoekers van het KNMI ontdekten dat er in de winter op het noordelijk halfrond een verband bestaat tussen de temperatuur op 16 tot 20 km hoogte boven het noordpoolgebied en de sterkte van de westenwind in de lagere atmosfeer in de periode van een tot twee maanden hierna.

Hier zou een sleutel kunnen liggen tot betere winterverwachtingen. Als de temperatuur op 16-20 km hoogte boven het noordpoolgebied lager is dan normaal, dan is de westenwind in de lagere atmosfeer sterker dan gemiddeld. Met name in Noord Europa is het dan relatief zacht. Omgekeerd geldt als de temperatuur op grote hoogte hoger is dan normaal, de westenwind in de lagere atmosfeer minder sterk is dan normaal en het in Noord Europa kouder is. Tussen de temperatuur op grote hoogte en de temperatuur in Nederland in de twee maanden erna is geen significant verband gevonden.

Temperatuur lagere stratosfeer gemiddeld over het gebied ten noorden van 65N. Klik op de afbeelding voor een grotere versie

Normale wintertemperatuur noordwest-Europa

De temperatuur van de lagere stratosfeer (op 16 tot 20 kilometer hoogte) in het noorden van Europa (ten noorden van 65 graden Noorderbreedte) is momenteel normaal voor de tijd van het jaar. Op grond daarvan zijn aan het aardoppervlak in het noorden van Europa de komende maand daarom geen afwijkende temperaturen te verwachten.

In de temperatuurverwachting voor de komende winter van het ECMWF model van 15 september 2005 is een iets warmere winter dan normaal (in dit geval 1987-2001) voorzien, maar de voorspellende waarde van winterverwachtingen van september was over 1987-2001 voor Nederland nul. In de witte gebieden kon het model toen nog helemaal geen uitspraak doen.

De onderzoekers begrijpen nog niet goed hoe het kan dat wind en temperatuur op grote hoogte van invloed kunnen zijn op het weer op duizenden kilometers afstand aan het aardoppervlak enkele maanden later. Het onderwerp staat momenteel echter sterk in de belangstelling niet alleen om betere seizoensverwachtingen mogelijk te maken maar ook vanwege de verandering van het klimaat. Er zijn aanwijzingen dat de door de mens veroorzaakte toename van kooldioxide en de afname van de dikte van de ozonlaag op grote hoogte leidt tot sterkere westenwinden. Die westelijke stromingen kunnen ook lager in de atmosfeer doordringen en dat zou in Nederland leiden tot zachtere en nattere winters. Dat spoort met computerberekeningen van het toekomstige klimaat.

Met dank aan Geert Jan van Oldenborgh en Peter Siegmund, KNMI

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).
© Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 december 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.