Je leest:

Hoe plankton de oceaan kleurt

Hoe plankton de oceaan kleurt

Auteur: | 26 oktober 2011

Volgens onderzoek gepubliceerd in 2010 zouden oceanen steeds minder plantaardig plankton – een cruciale schakel in de voedselketen – bevatten. Deze ontelbare organismen worden gemeten door de kleur van het oceaanwater te bepalen. Marcel Wernand promoveert op dit onderwerp. Zijn resultaten halen het onderzoek uit 2010 compleet onderuit.

Marcel Wernand.
NIOZ

“Er is geen dramatische mondiale afname van plantaardig plankton in de oceanen”, is één van de belangrijkste conclusies uit het proefschrift van NIOZ-medewerker Marcel Wernand, die zijn proefschrift op 8 november aan de Universiteit van Utrecht zal verdedigen. Dit resultaat staat echter in schril contrast met eerdere bevindingen.

Marcel Wernand behandelt in zijn proefschrift documenten, observaties en analyses van de kleur van de oceanen en wereldzeeën over de periode van 1600 tot 2000. Hij bestudeerde hierbij ook deze kleur in het licht van klimaatverandering. Te verwachten is immers dat er lange termijn veranderingen zijn opgetreden in ‘de kleur van de zee’: niets in de oceaan is altijd hetzelfde, zeker niet nu er van mondiale opwarming sprake is.

Kleurenschaal

De methode die Wernand gebruikte is de Forel-Ule-kleurenschaal, waarbij de kleur bepaald wordt door het water te vergelijken met 21 standaardkleuren voor oceaanwater. Waarnemingen met deze methode zijn al sinds 1889 gedaan vanaf schepen. Deze methode blijkt betrouwbaar en doet niet onder voor satellietmetingen. Sterker nog, Wernand pleit om de schaal weer te gebruiken: “Met name een herintroducering van de historische Forel-Ule schaal zou het mogelijk maken de historische data te continueren. Ik pleit er echter ook voor om satellietdata om te zetten naar een FU-index. Dus ‘groundtruth’ en vanuit de ruimte.”

Het bepalen van de zeekleur.
NIOZ

Variatie per oceaan

Voor de twintigste eeuw blijkt volgens Wernand de trend in kleurverandering per zeegebied verschillend. Oceanen en zeeën werden blauwer (minder fytoplankton) en vervolgens weer groener (meer fytoplankton), maar geografisch met een verschillende periode. Duidelijk is dat de relatie tussen de hoeveelheid plankton enerzijds en klimatologische of oceanologische veranderingen anderzijds niet op globale schaal, maar op meer lokale schaal gezocht moet worden.

In de Atlantische Oceaan is sprake van een geleidelijke planktontoename, een toename (met een factor 3 sinds 1889, dus groener wordend) die ook duidelijk naar voren komt in de dataset van Wernand. Verder vond Wernand een afname in plankton in zowel de Stille Oceaan (met een factor 2 vanaf 1960) als in de Indische Oceaan (met een factor 3, dus beide blauwer wordend).

De cover van het proefschrift van Marcel Wernand gemaakt door Gerd Jan Roos.
Gerd Jan Roos

Haaks op ander onderzoek

De resultaten van het onderzoek van Wernand staan in schril contrast met resultaten van Canadese onderzoekers die onlangs publiceerden in het gerenommeerde tijdschrift Nature.

De Canadezen constateerden een dramatische afname van plantaardig plankton in acht van de tien onderzochte oceaanregio’s. De afname zou ongeveer 1% van het wereldwijde mediaan per jaar zijn. In een aantal decennia gaat het dus om tientallen procenten, wat neer zou komen op een verlies van een groot deel van de globale productie van organisch materiaal. Als dit klopt, betekent het direct en indirect minder voedsel voor veel oceaanbewoners.

Wie heeft er gelijk? Wernand: “Ik ga van kleur naar chlorofyl concentratie. De Nature jongens nemen de Secchi schijf (een witte schijf om de helderheid van zeewater te bepalen).” Een verschil in methodiek dus. Maar er is meer: “Een groter verschil is de filtering van de data. Ik kijk naar observaties groter dan 100 km (zeeën) of groter dan 500 km (oceanisch) van de kust om zoveel mogelijk de invloed van het sterk in kleur variërende kustwater en rivierwater te beperken. De jongens van het Nature artikel nemen alle data bepaald met de Secchi schijf verder dan 2 km uit de kust of data bepaald over water met een diepte van meer dan 20 m. Dit is fout, de invloed van sterk lokaal variërende kustwateren bepaalt teveel de bulk.”

“Een globale afname is leuk voor de tijdschriften, maar ik kom tot een veel genuanceerder beeld. We moeten ons ook realiseren dat als er sprake zou zijn van een mondiale afname van 40 procent van het fytoplankton, dat de beroepsvisserij hier wel als eerste mee te maken zou hebben. Veel binnenlandse en buitenlandse biologen zijn het met mij eens,” vertelt Wernand. Hij kreeg op een symposium van afgelopen maand in Plymouth (Plankton2011) bijval van onder meer onderzoekers van het Sir Alister Hardy Foundation for Ocean Science, die al 6 decennia lang het plankton van de Atlantische Oceaan monitoren.

Dit is een gewijzigde versie van het persbericht van het NIOZ, aangevuld met quotes van Marcel Wernand. Hij verdedigt zijn proefschrift met de titel ‘Poseidon’s Paintbox: historical archives of ocean colour in global-change perspective’ op dinsdag 8 november 2011 om 12.45 uur in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht, Domplein 29, Utrecht.

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 oktober 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.