Je leest:

Hoe leert een kind complexe taal?

Hoe leert een kind complexe taal?

Wil je dat kinderen begrijpen wat je zegt? Gebruik dan korte, simpele zinnen en praat over dingen die ze kunnen toetsen aan de werkelijkheid. Dat blijkt uit onderzoek van cognitief psycholoog Jun Lai. Zij promoveerde op 26 februari aan de Universiteit Leiden.

Het is een intrigerend mysterie hoe kinderen complexe taalconstructies leren, zoals de tangconstructie ‘Het kind dat de moeder droeg, huilde’. In deze zin staan de woorden die bij elkaar horen (‘kind’ en ‘huilde’) ver uit elkaar, in een zogenaamde ‘tang’. Het punt waar taalkundigen en psychologen hun tanden op stukbijten is: hoe snapt de jonge taalgebruiker dat niet de moeder huilt, maar het kind? Het woord ‘huilde’ staat in de zin immers veel dichter bij het woord ‘moeder’ dan bij het woord ‘kind’.

Tegen de achtergrond van het onderzoek speelt een decennia-oude discussie: is taalvaardigheid een uniek menselijk en aangeboren vermogen, zoals taalkundige Chomsky sinds de jaren vijftig beweert, of wordt taal niet anders geleerd dan alle andere cognitieve vaardigheden zoals sociaal gedrag (zeg tafelmanieren) of routineus gedrag (fietsen)? Die zijn door simpele mechanismen als conditionering, imitatie en associatie aan te leren. Een feit is dat communicatiesystemen bij dieren bij benadering niet zo complex zijn als de menselijke taal.
Wikimedia Commons

Toetsen aan de werkelijkheid

Lais onderzoek laat zien dat de ‘letterlijke’ of positionele afstand tussen de woorden die in een zin bij elkaar horen eigenlijk niet zo’n probleem is voor de taalgebruiker. De zogenoemde semantische afstand is veel belangrijker: wat is qua betekenis voor de hand liggend en wat is vreemd?

Neem het voorbeeld ‘Het kind dat de moeder droeg, huilde’. Het feit dat ‘kind’ en ‘huilde’ in de zin niet bij elkaar staan omdat ze worden gescheiden door ‘dat de moeder droeg’, is niet zo belangrijk. Wel belangrijk is dat het in de verifieerbare werkelijkheid meer voor de hand ligt dat een moeder een huilend kind draagt dan andersom, en dat in de regel kinderen huilen en niet hun moeders.

Experiment

De referentie aan de werkelijkheid om taal te leren/interpreteren, bleek in een experiment waarin proefpersonen heel snel de betekenis van complexe zinnen moesten aangeven.

Soms stonden de woorden die bij elkaar hoorden ver van elkaar af, soms juist dicht bij elkaar. In bepaalde gevallen vormden ze een zeer voor de hand liggend paar (‘de hond blaft’), in andere gevallen juist een heel vreemd paar (‘de hond lacht’).

Uit de test bleek dat proefpersonen complexe zinnen als het ‘Het kind dat de moeder droeg, huilde’ (korte semantische afstand, lange positionele afstand) sneller en beter begrijpen dan de eenvoudige constructie ‘Het kind droeg de moeder die huilde’ (lange semantische afstand, korte positionele afstand).

Praktische tips

Hoe kun je kinderen die een taal leren helpen? Door allereerst gebruik te maken van korte en simpele zinnen. Maar ook door te praten over waarneembare dingen die kinderen kunnen verifiëren in de werkelijkheid. Dan mag je best een keer een tangconstructie gebruiken.

Hoe werkt en leert het kinderbrein? Een aflevering van BreinGeheim.

Bron

  • Jun Lai: The Learnability of Center-embedded Recursion: Experimental Studies with Artificial and Natural Language. Proefschrift Universiteit Leiden.
Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 februari 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.