Je leest:

Hoe houdt een Vierdaagseloper het hoofd koel?

Hoe houdt een Vierdaagseloper het hoofd koel?

Vorig jaar vielen tijdens de Nijmeegse Vierdaagse twee doden, als gevolg van de grote inspanning bij hoge temperatuur. Ook konden de ambulances en de ziekenhuizen in en om Nijmegen de stroom van bezwijkende wandelaars niet aan. In opdracht van het Vierdaagsebestuur start Maria Hopman, hoogleraar Integratieve fysiologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, dit jaar met een langlopend onderzoek naar de fysieke gevolgen van Vierdaagselopen onder verschillende weersomstandigheden.

Vochthuishouding en temperatuurregulatie zijn de twee belangrijkste risicogebieden wanneer je je inspant bij hoge temperaturen. Daar richten we ons onderzoek dan ook op. Bij een steekproef van zestig mensen gaan we de centrale temperatuur van het lichaam meten én de vochthuishouding in de gaten houden. De deelnemers slikken de avond voordat ze gaan lopen een pil met daarin een temperatuursensor en een klein zendertje. Na 24 uur verlaat die pil het lichaam, maar intussen kunnen wij op elk moment van de dag met speciale kastjes/ontvanger de meetgegevens via die pil ontvangen. In Nederland is deze meetmethode, die pas een paar jaar bestaat, nog maar zelden toegepast.

Prof. Maria Hopman, hoogleraar Integratieve fysiologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Dat je lichaamstemperatuur bij inspanning oploopt naar 38, zelfs 38,5 graden, is geen probleem. Problemen ontstaan pas als je de warmte niet kwijt kunt, waardoor die stijgt naar 39 graden en zelfs hoger. De marge is best krap: 42 graden overleef je zeker niet en bij lagere temperaturen kun je al flink in de problemen komen. Je hart kan onvoldoende zuurstof krijgen, wat kan leiden tot een infarct of hartritmestoornissen. Warmte verlies je door transpiratie of door straling en convectie: zo noemen we dat als de wind langs je huid strijkt. Maar als er geen wind is, en de buitentemperatuur zo hoog dat je geen warmte af kan geven en de lucht zo vochtig dat je via je huid nauwelijks water kunt verdampen, wordt het allengs moeilijker om warmte kwijt te raken.

De vochthuishouding meten we niet via die pil. We wegen de proefpersonen voor vertrek en bij aankomst. Als ze binnenkomen meten we ook de bloeddruk en we nemen bloed af, om de zouten en het hematocriet te bepalen. Zo kunnen we bepalen of mensen voldoende hebben gedronken. Uitdroging komt bij wandelaars aanzienlijk vaker voor dan te veel drinken of overvulling, zoals wij dat noemen. Dat zien we wel vaker bij marathonlopers, met name bij de mensen die er lang over doen en bij elke post veel drinken. Zij kunnen zo veel water vasthouden dat de zouten in hun bloed te sterk verdunnen. Dat kan tot hersenoedeem leiden en daar kun je aan doodgaan. Uitdroging is weer gevaarlijk omdat daardoor het circulerend volume aan bloed afneemt, waarna je huidvaten dicht gaan, waardoor je niet meer transpireert en je lichaamstemperatuur snel toeneemt. Je zag het vorig jaar: ze vielen flauw bij bosjes.

Hoe veel je moet drinken, ligt aan hoe veel vocht je verliest en dat kan variëren van 0,25 liter tot 3 liter per uur. Weet dat maar eens van jezelf! Voor alle wandelaars is het verstandig om bijvoorbeeld te letten op hun gewicht. Ben je aan het eind van de dag 1 of 2 kilo zwaarder dan ’s ochtends, dan drink je flink meer dan je nodig hebt. Ben je 1 of 2 kilo lichter, dan verlies je te veel vocht. En verder moet je je urine in de gaten houden: tijdens inspanning is het normaal dat je minder vaak hoeft te plassen, maar helemáál niet is ook niet de bedoeling. En de kleur van je urine moet helder zijn.

Verder moet je wel wat zouten binnen krijgen, maar dat hoeft niet per se via isotone drankjes. Een boterham met kaas werkt ook. Wat je zeker níet moet doen is ’s avonds een zouttablet nemen om de boel aan te vullen. Ik hoor dat dat onder lopers wel eens als tip wordt uitgewisseld, maar dat kan juist weer vocht onttrekken en zo averechts werken. En alcohol drinken, ook niet doen. Zeker niet als je uitgedroogd bent: je vaten staan dan open, de bloeddruk zal verder dalen en je wordt onwel. Dat risico loop je ook nog als je meteen na het lopen in de zon aan het bier gaat. Dan kun je beter eerst afkoelen.

Als het nou vier dagen lang gemiddeld 20 graden is en bewolkt – dan hebben we nog steeds resultaten. Als fysioloog wil ik vooral weten: wat betekent zo’n langdurige fysieke inspanning als het lopen van de Vierdaagse voor mensen? Voor het Vierdaagsebestuur is vooral van belang dat we met onze gegevens een database opbouwen aan de hand waarvan we steeds beter kunnen zeggen: bij deze weersomstandigheden gaat alles nog goed, maar bij deze is te voorspellen dat zoveel procent van de wandelaars in de problemen raakt. Problemen die je tot slot met behulp van zo’n meetpil sneller in de gaten hebt: je zou die pil ook kunnen gebruiken om mensen even van de route te halen.’

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.