Je leest:

Hoe fluit je een taal?

Hoe fluit je een taal?

Op allerlei plaatsen op de wereld bestaan groepen mensen die hun taal fluiten om een boodschap zo over grotere afstand te kunnen overdragen. Hoe kun je rijke en ingewikkele spraakklanken omzetten in gefluit? Taalkundig onderzoek werpt nieuw licht op die vraag.

De natuur op La Gomera moet weinig toegankelijk zijn. Reizigers die dit Kanarische Eiland aandoen, raken onder de indruk van het ruwe landschap, met zijn diepe valleien en scherpe ravijnen. Onder taalwetenschappers is het eiland om een andere reden bekend: er wordt een bijzondere taal gebruikt, het Silbo Gomero, waarvan de woorden niet worden uitgesproken maar gefloten. Op die manier kan de boodschap over veel grotere afstanden worden overgedragen, volgens sommigen wel vier kilometer ver. Uit recent onderzoek van de taalkundige Annie Rialland van de Université de la Sorbonne Nouvelle in Parijs wordt duidelijk hoe mensen dat precies doen, praten door te fluiten.

Gefloten talen vinden we over de hele wereld — van Mexico tot Turkije, en van Togo tot Nepal. De fluittalen zijn altijd gebaseerd op de gesproken talen van het desbetreffende gebied: in plaats van met de stembanden en de tong worden de woorden gemaakt met gespannen lippen. Het resultaat klinkt als het gefluit van vogels, maar uit onderzoek van enkele jaren geleden bleek al dat gebruikers van een fluittaal dezelfde gebiedjes in hun hersenen gebruiken als voor gesproken taal, en andere gebiedjes dan voor muziek.

Rialland maakt onderscheid tussen twee soorten fluittalen, naar gelang de gesproken taal waarop ze gebaseerd zijn. Sommige talen maken ook in gesproken taal gebruik van toonhoogte om verschil in betekenis te maken. Een bekend voorbeeld hiervan is het Chinees. Wanneer je het woord si in deze taal op een lage toon uitspreekt, betekent het ‘gedicht’; wanneer je het op een hoge toon uitspreekt, betekent het ‘proberen’. In Oost-Azië en in Afrika hebben veel talen dit soort toononderscheidingen; maar ook dichter bij huis, bijvoorbeeld in Scandinavië, vinden we talen die gebruik maken van tonen. Het is niet zo verwonderlijk dat de fluittalen die op dit soort talen gebaseerd zijn, ook gebruik maken van die tonen; dat is de eerste categorie van Rialland.

De tweede categorie is gebaseerd op talen die geen toonverschil kennen. Het Silbo Gomero is bijvoorbeeld gebaseerd op het Spaans waarin een woord net als in het Nederlands niet ineens een heel andere betekenis krijgt als je het op een andere toonhoogte uitspreekt. Het Silbo hoort daarmee tot deze tweede categorie. Vooral dit soort fluittalen is verbazingwekkend: wanneer je fluit, kun je niet veel meer doen dan verschil maken tussen hoge en lage tonen. Hoe kun je daarmee dan toch verschillen maken tussen klinkers en medeklinkers zoals in gesproken taal?

Klinkers

Die vraag is het gemakkelijkst te beantwoorden voor klinkers. Wie een a-, e-, i-, o-, u- of andere klinker maakt, laat in de eerste plaats zijn stembanden trillen en produceert daarmee een zogenoemde grondtoon op een bepaalde frequentie. Bij zo’n toon worden bovendien zeer veel zogenoemde boventonen geproduceerd, die bijvoorbeeld enkele octaven hoger klinken.

De ingewikkelde geluidsgolven die op deze manier worden voortgebracht, komen vooral door de mondholte naar buiten. De verschillen tussen de klinkers komen hier tot stand: door de tong en de lippen in een bepaalde stand te zetten, worden sommige boventonen versterkt en andere juist verzwakt. Dat patroon van versterkingen en verzwakkingen bepaalt het unieke karakter van een klinker.

De boventoonprofielen worden in de wetenschap die de fysische eigenschappen van spraakgeluid bestudeert, de fonetiek, weergegeven in zogeheten spectogrammen. Het volgende spectogram geeft bijvoorbeeld de boventoonverdeling weer bij een Spaanstalige spreker van La Gomera die de vijf klinkers van het Spaans articuleert:

De donkergrijze strepen geven bundels van versterkte boventonen weer. Hiervan zijn er doorgaans ongeveer vier te onderscheiden, maar de belangrijkste verschillen tussen klinkers worden gemaakt door de onderste twee bundels, die de eerste en de tweede formant worden genoemd, hetgeen doorgaans wordt afgekort tot F1 en F2. In de bovenstaande afbeelding zijn rode streepjes geplaatst door F1 en blauwe door F2.

Voor een taal als het Spaans heb je doorgaans aan F2 genoeg om klinkers te onderscheiden: wie goed kijkt ziet dat deze bundel van links naar rechts steeds iets lager komt te liggen. Dit komt doordat de klinkers i, e, a, o, u in deze volgorde steeds iets verder achterin de mond worden gearticuleerd: hoe verder achterin de mond, des te lager wordt de F2.

Ook de tonen van de fluittaal van La Gomera kunnen natuurlijk in een spectogram worden gezet. De boventonen blijken hierbij niet van belang: fluiten doe je met je lippen, en zodra de toon geproduceerd is, ontsnapt hij dus de mondholte — er valt weinig meer te veranderen aan het patroon van boventonen. De vijf klinkers van het Silbo Gomero zien er als volgt uit (de onderste, zeer donkere, bundel is in dit geval de grondtoon):

Wie beide plaatjes goed met elkaar vergelijkt, ziet dat de hoogte van de gefloten grondtoon vrij nauwkeurig correspondeert met de F2 in gesproken taal: in het Silbo Gomero wordt de tweede formant van verschillende klinkers gefloten.

Medeklinkers

Nu kan je met alleen vijf klinkers niet zoveel verschillende boodschappen overdragen. Ook medeklinkers zijn echter wel te determineren in spectogrammen, zij het op wat subtielere manieren. De spectogrammen voor de gefloten (onzin)woorden aba en apa zien er bijvoorbeeld als volgt uit:

Er vallen twee dingen op. In de eerste plaats gaat in beide gevallen de fluittoon aan het eind van de eerste a omlaag en aan het begin van de tweede a weer omhoog. De medeklinkers zijn valleitjes in het heuvellandschap van de klinkers. De v en de p worden allebei met de lippen gemaakt, en dat heeft om de een of andere reden dit effect op de omliggende klinkers. Medeklinkers die met de tong in de mond worden gemaakt, zoals de k en de s hebben juist het effect dat het spectogram bij de voorafgaande klinker aan het eind iets omhoog gaat en bij de volgende aan het begin iets omlaag.

Verder zien we ook een verschil tussen v en p. In het eerste geval loopt het spectogram bijna vloeiend door tussen de twee klinkers: de onderbreking is minimaal. De p veroorzaakt aan de andere kant echt een gat tussen de eerste a en de tweede. Dit verschil weerspiegelt het feit dat in gesproken taal de stembanden blijven trillen bij een v terwijl ze even niet meer trillen bij de p (dat kun je makkelijk nagaan door zelf p-p-p en v-v-v te zeggen terwijl je je vingers tegen je strottenhoofd legt: in het eerste geval voel je niets, terwijl je in het tweede geval trilling voelt). Als er geen stembandtrilling is, is er geen toon, en kunnen er dus ook geen boventonen zijn; alleen bij een klank als een v kan een spectogram doorlopen.

Riallands onderzoek laat zien dat de fluiters op het eiland La Gomera enkele honderden jaren geleden onbewust al spraakklanken hadden geanalyseerd op een manier die de wetenschap de afgelopen decennia pas expliciet kon maken door middel van spectogrammen.

Overigens worden fluittalen steeds minder gebruikt. Op La Gomera is de kennis van het Silbo de laatste decennia steeds afgenomen, al wordt er op de scholen op het eiland inmiddels wel verplicht aandacht aan besteed en al worden er demonstraties gegeven voor toeristen. Door de komst van de telefoon en andere moderne communicatiemiddelen is het minder belangrijk geworden om een ingewikkelde vaardigheid als het fluiten van formanten onder de knie te krijgen. Maar tot de taal helemaal verdwenen is zal ze voor taalwetenschappers een voorbeeld blijven van hoe vernuftig de menselijke geest omgaat met het bijzonderste dat ze ooit heeft voortgebracht — de taal.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Marc van Oostendorp.
© Marc van Oostendorp, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 januari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE