Je leest:

HIV schudt lepra wakker

HIV schudt lepra wakker

Auteur: | 1 oktober 2005

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is de incidentie van lepra het afgelopen decennium wereldwijd drastisch afgenomen dankzij een effectieve bestrijdingscampagne. Voormalig tropenarts Jacques van den Broek constateert echter dat het aantal nieuwe leprapatiënten in die periode juist constant is gebleven. Hij vermoedt dat de grondige aanpak van de ziekte teniet wordt gedaan door de opkomst van HIV.

Zeventien jaar lang was Jacques van den Broek tropenarts in Kenia en Tanzania, waar hij zich vooral bezig hield met de bestrijding van tuberculose en lepra. Sinds 1996 woont hij weer in Nederland samen met zijn Tanzaniaanse vrouw en vier kinderen. Ook hier blijft het uitroeien van de twee besmettelijke ziekten zijn grote doel als senior consultant op de afdeling ‘Internationaal’ van het KNCV Tuberculosefonds, dat nauw samenwerkt met de Leprastichting.

In Oost-Afrika werd Van den Broek destijds geconfronteerd met de opkomst van HIV en de mogelijke gevolgen daarvan voor tuberculose (tbc) en lepra. Dat leidde tot verschillende onderzoeken waarop hij 27 oktober hoopt te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam, met als promotor Martin Borgdorff, AMC-hoogleraar Internationale gezondheidszorg in het bijzonder tuberculose. ‘We waren toen bezig met een nieuwe, korte en effectieve behandeling van deze aandoeningen, die beide veroorzaakt worden door bacteriën van dezelfde familie. De nieuwe therapie bestond uit een cocktail van enkele medicijnen: de Multi Drug Therapy voor lepra en de Short Course Chemotherapy voor tuberculose. We verwachtten allebei de ziekten daarmee uit te roeien, maar door de aidsepidemie nam tuberculose juist toe.’

Medicijnen om TB te bestrijden. Van links naar rechts: isoniazid, rifampin, pyrazinamide, and ethambutol.

‘Als een van de eersten toonden wij aan dat HIV hierbij een grote risicofactor is. Bijna alle volwassenen in Oost-Afrika zijn namelijk geïnfecteerd met tbc, analoog aan de situatie honderd jaar geleden hier in Nederland. Kerngezonde mensen merken weinig van de besmetting, maar als de afweer omlaag gaat kan die latente infectie zich ontpoppen tot de ziekte. HIV vermindert de weerstand. De kans dat iemand die seropositief is tuberculose krijgt, bleek achtmaal groter dan bij iemand zonder HIV.’

Om te kijken of het aidsvirus ook van invloed is op het risico om tbc op te lopen, worden in Tanzania kinderen in de leeftijd van zes tot tien jaar met tussenpozen van vijf jaar onderzocht met een Mantouxtest. Er zijn inmiddels vier ronden geweest. Hieruit blijkt dat het infectierisico in die onderzoeksperiode gelijk bleef. Daarom kan worden aangenomen dat HIV in Tanzania geen effect heeft op de verspreiding van tuberculose.

Verwarrende uitslagen

In tegenstelling tot tbc nam lepra niet toe onder invloed van HIV. Althans, er waren geen tekenen die daarop wezen. Ook over het risico op besmetting was niets bekend. Er waren toen nog geen testen voorhanden om dat te kunnen meten. Toch wilde Van den Broek achterhalen of er een link bestaat tussen HIV en het krijgen van lepra. Dit deed hij door nieuw gediagnostiseerde leprapatiënten te vergelijken met een steekproef van de bevolking en met bloeddonoren.

‘Bij de leprapatiënten kwam HIV 2,5 keer vaker voor dan bij de algemene populatie. Wellicht dat HIV-infectie een risicofactor is voor lepra. Andere gelijksoortige studies uit die periode in Afrika laten echter geen verschillen zien. Daarbij zijn overigens niet altijd aselecte controlegroepen gebruikt, wat wij wel hebben gedaan, maar bijvoorbeeld ziekenhuispatiënten. In Oeganda werd zelfs een omgekeerd effect geconstateerd: HIV-infectie was daar lager onder leprapatiënten.’

Van den Broek vraagt zich af of de gevonden link tussen HIV en lepra ook biologisch waarschijnlijk is. Tegenstanders van deze zienswijze benadrukken dat lepra zich erg langzaam ontwikkelt. De bacil, die zich schuilhoudt in huid en zenuwen, deelt zich slechts eenmaal per twee weken. Een HIV-patiënt zou dus allang zijn overleden voordat de lepra zich kan gaan ontwikkelen.

Lepra kan leiden tot beschadigingen aan de zenuwen in gezicht en ledematen, met als gevolg spierzwakte en gevoelloosheid, waardoor verwondingen onopgemerkt blijven. Onbehandeld leiden deze kwetsuren tot het verlies van tenen of vingers.

Van den Broek: ‘Als dat zo zou zijn, dan is er wel degelijk een kans dat lepra gaat toenemen onder HIV-geïnfecteerden die met anti-retrovirale middelen behandeld worden. Zij blijven immers langer in leven. Een andere vraag is of lepra juist HIV aanwakkert. Dat zou theoretisch namelijk ook kunnen. Als het lichaam ineens gaat reageren op de aanwezige sluimerende bacillen – in dat geval is er sprake van een leprareactie – dan komt het afweersysteem in actie en worden er veel witte bloedcellen gemaakt. Die witte bloedcellen vormen juist de voedingsbodem voor HIV, want daarin gaat het virus zich nestelen. Echter, dit alles is pure speculatie. Wij hebben alleen een epidemiologisch verband gelegd en we denken dat we dat ook goed hebben gedaan.’

Om dit laatste nog eens te benadrukken en een mogelijke verklaring te geven waarom gelijksoortige epidemiologische studies afwijkende getallen laten zien, toont hij een landkaart met daarop de verspreiding van lepra in Afrika. Hij legt uit dat in de landen waar HIV veel voorkomt, lepra nauwelijks een probleem is. ‘Daar hebben de twee epidemieën elkaar dus nog onvoldoende kunnen ontmoeten, waardoor van interactie vrijwel geen sprake kan zijn. Maar in Tanzania, waar wij onderzoek deden, zijn lepra en HIV wel algemeen verspreid. Mogelijk dat wij daarom, in tegenstelling tot de andere onderzoekers, die wisselwerking wel hebben gevonden. Dat een gelijksoortige relatie tussen HIV en tuberculose veel duidelijker is, komt doordat deze ziekten zich vaak in dezelfde landen verspreid hebben.’

BGC vaccin

BCG-Vaccinatie

Van den Broek heeft nog een andere hypothese. Het is hem opgevallen dat één op de vijf HIV-geïnfecteerde leprapatiënten een litteken heeft ten gevolge van een BCG-vaccinatie tegen tuberculose. Terwijl zo’n litteken slechts bij negen procent van de leprapatiënten zonder HIV-infectie voorkomt. Het is al langer bekend dat het BCG-vaccin een effectievere bescherming biedt tegen lepra dan tegen tuberculose. De onderzoeker vraagt zich af of de BCG-vaccinatie onder invloed van HIV misschien haar beschermende effect tegen lepra verliest.

Voor hem staat vast dat lepra – en dat geldt ook voor tuberculose – nog steeds serieus genomen moet worden. Ondanks de bestrijdingscampagnes van de WHO is lepra namelijk het afgelopen decennium niet afgenomen. Van den Broek: ‘Wat is er toch aan de hand met die ziekte? Je zou verwachten dat dankzij de Multi Drug Therapy de incidentie afneemt en dat is helemaal niet gebeurd. De WHO wil graag lepra de wereld uithelpen en laat overkomen dat zij daarin slaagt. Deze organisatie goochelt met cijfers. De definitie van lepra is al enkele malen gewijzigd waardoor de prevalentiedata omlaag gingen. Maar het gaat juist om nieuwe gevallen. Die geven aan of iets toe- of afneemt. De WHO wil een succesverhaal brengen. De werkelijkheid is echter anders en daarom blijft de strijd tegen lepra bittere noodzaak.’

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 oktober 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.