Je leest:

Hij had een blauwe, nee, een rode trui aan

Hij had een blauwe, nee, een rode trui aan

Auteur: | 8 november 2007

Slachtoffers van geweld vertellen vaak herhaaldelijk wat zij hebben meegemaakt. Zulke emotioneel beladen herinneringen veranderen in de loop van de tijd niet veel, zo blijkt uit onderzoek van klinisch psychologe Anne van Giezen. Maar: “Consistente herinneringen zijn niet altijd accuraat.” Op 8 november verdedigt Van Giezen haar proefschrift.

“Ik zal het nooit vergeten”, laat iemand zich al snel ontvallen na een aanranding of een gewapende overval. Vaak wordt dan ook gedacht dat herinneringen aan emotioneel ingrijpende gebeurtenissen accurater en levendiger zijn dan herinneringen aan neutrale gebeurtenissen. Aan de andere kant is bekend dat herinneringen door de post-traumatische stressklachten waar veel slachtoffers aan lijden, verstoord raken; het trauma wordt soms intens herbeleefd maar tegelijkertijd hebben slachtoffers moeite om zich belangrijke onderdelen van de gebeurtenis voor de geest te halen. Tegenstrijdige bevindingen dus. “Het ontbrak tot nu toe aan systematisch onderzoek naar de consistentie van herinneringen aan emotioneel beladen gebeurtenissen,” aldus Van Giezen.

Een herinnering is consistent als deze op verschillende momenten in de tijd exact hetzelfde is. “Om een uitspraak te kunnen doen over de consistentie zijn dus meerdere meetmomenten nodig”, legt Van Giezen uit. Inconsistenties kunnen verschillende vormen aannemen. Iemand kan in zijn verhaal eerder gegeven informatie weglaten of juist nieuwe informatie toevoegen. Informatie kan ook verdraaid worden. Een overvaller die in eerste instantie nog een blauwe trui zou hebben gedragen, kan in een latere versie van een ooggetuigenverklaring ineens met een rode trui zijn binnengestormd.

Traumaslachtoffers hebben vaak levendige herinneringen aan hun trauma.

Herinnering aan geweld

Van Giezen onderzocht de consistentie van herinneringen aan een recent geweldsincident. De slachtoffers werden binnen twee maanden na de gebeurtenis geïnterviewd. Drie maanden later vond een vervolginterview plaats. De resultaten wezen uit dat de herinneringen van de slachtoffers over het algemeen vrij consistent waren. Van Giezen: “Vooral herinneringen aan de centrale aspecten van de gebeurtenis, zoals het geslacht van de dader, bleven gelijk. In het geheugen voor perifere informatie, zoals het weer op de dag van het incident, traden meer inconsistenties op.”

In deze studie was het onmogelijk om te bepalen of de herinneringen accuraat waren, omdat er geen objectieve registratie van het oorspronkelijke incident had plaatsgevonden. Van Giezen kon dus niet bepalen of de herinneringen van deelnemers, consistent of niet, correspondeerden met de waarheid. Dat kon de promovenda wel in een laboratoriumexperiment dat zij uitvoerde. Proefpersonen kregen plaatjes van de gevolgen van een auto-ongeluk te zien en vervolgens werden hen herhaaldelijk vragen gesteld over het incident. Hun herinneringen bleken behoorlijk consistent. Waren zij ook accuraat? Met andere woorden: waren de herinneringen in overeenstemming met de getoonde plaatjes? Ongeveer de helft van de herinnerde informatie bleek correct, een percentage dat in de loop van de tijd toenam.

Vooral herinneringen aan de centrale aspecten van een geweldsincident, zoals het geslacht van de dader, veranderen weinig of niet.

Rechters zijn gewaarschuwd

De relatie tussen de consistentie en de accuratesse van herinneringen is wellicht nog interessanter. Is een consistente herinnering ook een accurate? Als iemand telkens hetzelfde verhaal vertelt, is dat dan een teken dat het een waar verhaal is? In de juridische praktijk is dat een belangrijke vraag. Rechters vertrouwen er namelijk vaak op dat een verklaring die niet verandert van moment tot moment, waarschijnlijk wel waar zal zijn. Een terechte veronderstelling? Uit het experiment bleek dat informatie die consistent werd onthouden, inderdaad vaker accuraat dan inaccuraat was. Dit gold met name voor de centrale aspecten van de gebeurtenis.

“Maar,” waarschuwt Van Giezen, “consistentie is geen garantie voor accuratesse. Ook iemand die consequent rapporteert dat de dader van een overval een zwarte spijkerbroek droeg, kan zich vergissen. Hoewel het menselijk geheugen behoorlijk stabiel blijkt, is het niet vrij van inconsistenties. Bij gebrek aan andere betrouwbare bewijsmiddelen zou de rechter kunnen overwegen om de consistentie van een verklaring als indicator voor de accuratesse ervan te gebruiken. Hij dient echter altijd voorzichtig te blijven. Zelfs een consistente verklaring kan onjuist zijn.”

Zie ook:

Van Giezen promoveert op 8 november aan de Universiteit Leiden.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.