Je leest:

Het zesde zintuig

Het zesde zintuig

Auteur:

In het televisieprogramma Het Zesde Zintuig worden mensen met een paranormale gave door experimenten getest. Dit gebruik is eigenlijk het domein van de parapsychologie, waar het paranormale op wetenschappelijke wijze getoetst wordt. Het gaat erom door psychokinese, telepathie of helderziendheid het toeval te overtreffen. De meeste onderzoeken vallen door de mand. Is er wel meer tussen hemel en aarde?

Twee weken geleden begon de KRO met het televisieprogramma ‘Het Zesde Zintuig’. Een soort Idols voor paragnosten, helderzienden en anderszins paranormaal begaafden. Vorige week viel de eerste finalist af: na het aanvoelen van zijn aura dacht ze dat ex-voetballer John de Wolf een vrouw was, en toen dit niet het geval bleek vermoedde ze homoseksuele energie op te pikken. John (toe aan zijn tweede vrouw en vader van drie kinderen) vond het wel amusant, en deze scène zal veel sceptici hebben overtuigd dat het bestaan van een zesde zintuig naar het rijk der fabelen moet worden verwezen.

Maar wat te denken van de vrouw die pijn in haar knie kreeg bij het ‘aanvoelen’ van John – dezelfde knie die John door een blessure niet kan buigen en hem nog steeds veel pijn bezorgd? Of van de helderziende die bij het aanraken van zijn been de letter R ‘doorkreeg’ – dezelfde letter die John op zijn enkel heeft later tatoeëren ter nagedachtenis aan een overleden vriend. Wat doe je dan met je sceptische en kritische houding? Is er toch meer tussen hemel en aarde?

In een kristallen bol kijken is meer iets voor in sprookjes: moderne helderzienden, paragnosten en anderszins paranormaal begaafden wagen zich daar niet meer aan. Hoe ze wel te werk gaan, is onder andere te zien in het televisieprogramma Het Zesde Zintuig.

Experimenten in de parapsychologie

Het televisieprogramma ‘Het Zesde Zintuig’ is zeker niet de eerste gelegenheid waarbij het bestaan van het paranormale met experimenten wordt onderzocht. Hoewel de experimenten hier vooral leuk bedoeld zijn, en zeker niet wetenschappelijk, is er wel een stroming voor in de psychologie die zich dit wel tot doel stelt: de parapsychologie. Hoewel de meeste psychologen deze stroming niet als wetenschappelijk aanmerken, heeft het daar wel veel kenmerken van. Parapsychologen proberen namelijk om paranormale verschijnselen op een wetenschappelijke manier te onderzoeken. Ze voeren bijvoorbeeld experimenten uit, die ze opzetten op dezelfde manier als ‘gewone’ psychologen dat doen.

De opzet van een psychologisch experiment

In de psychologie worden grofweg twee soorten experimenten gedaan.

1. Het verschil tussen iets en niets In dit type experiment worden de proefpersonen verdeeld in twee groepen, die wat betreft eigenschappen zoveel mogelijk aan elkaar gelijk zijn. Ze hebben bijvoorbeeld dezelfde samenstelling wat betreft culturele achtergronden, geslacht, leeftijd, opleiding enzovoorts. De ene groep (de experimentele groep) wordt blootgesteld aan dat wat onderzocht wordt: bijvoorbeeld een behandeling voor een psychische ziekte. De tweede groep (de controlegroep) krijgt niks, dus geen behandeling. Daarna wordt bij beide groepen een meting verricht naar het effect van de behandeling. Als het goed is – voor de onderzoeker – dan is de experimentele groep erop vooruit gegaan, terwijl bij de controlegroep alles hetzelfde is gebleven. In een schema ziet het er zo uit:

Meting → Experimentele groep → Blootstelling → Eindmeting: effect Meting → Controlegroep → Geen blootstelling → Eindmeting: geen effect

2. Het verschil tussen deze en gene Ook bij dit type experiment worden de proefpersonen verdeeld in twee groepen, maar hierbij is het belangrijk dat ze op juist één punt cruciaal van elkaar verschillen. De ene groep bestaat bijvoorbeeld uit mannen en de ander uit vrouwen, of in groep 1 zitten mensen met schizofrenie, en in groep 2 gezonde proefpersonen. Verder zijn de groepen zo gelijk mogelijk. Nadat de groepen zijn gevormd, worden ze beide getest op een bepaalde vaardigheid, mening, eigenschap enzovoorts. Gevonden verschillen hierin kunnen de onderzoekers zo toeschrijven aan dat ene waarin de groepen anders waren.

Veruit de meeste parapsychologische experimenten zoeken naar kleine, consistente afwijkingen van het toeval. Een voorbeeld: gooi je met een dobbelsteen, dan is de kans dat je zes gooit eenzesde (1/6). Een dobbelsteen heeft immers zes kanten, en als de dobbelsteen zuiver is, hebben alle kanten even veel kans om bovenop te eindigen. Gooi je bijvoorbeeld 100 keer met een dobbelsteen, dan zal je ongeveer even veel enen, tweeën, drieën enzovoorts gooien.

Een parapsycholoog maakt handig gebruik van dit gegeven. Hij vraagt twee groepen mensen elk 100 keer te dobbelen. De eerste groep bestaat uit mensen zonder paranormale gaven. Zij gooien elk getal ongeveer even vaak. De tweede groep bestaat uit mensen die beweren met hun gedachten de dobbelsteen te kunnen beïnvloeden. Tijdens het gooien manipuleren zij de dobbelsteen met hun gedachten, zodat hij vaker zes gooit. Gooien de paranormalen inderdaad veel vaker zes, dan staat het 1-0 in het voordeel van het Zesde Zintuig.

Normaal gesproken gooien we elk cijfer even vaak. Maar gooien de paranormalen na beïnvloeding met hun gedachten veel vaker zes, dan staat het 1-0 voor het Zesde Zintuig (en moet je een potje mens-erger-je-niet misschien even laten zitten)

Psychokinese nader onderzocht

De paranormale ‘techniek’ die in het voorbeeld genoemd wordt heet psychokinese: het doelgericht beïnvloeden van gebeurtenissen in de buitenwereld zonder aanwijsbare kracht of energie te gebruiken (je mag dus niet je arm uitsteken om de dobbelsteen op de zes te wippen, of een föhn gebruiken om hem in de gewenste positie te blazen). Het bekendste parapsychologische onderzoek naar het bestaan van psychokinese werd gedaan door Robert Jahn van Princeton University. Hij gebruikte daarvoor de ‘random numer generator’ – of kortweg RNG. Een RNG is een klein apparaatje dat een willekeurige stroom aan enen en nullen uitspuugt. De kans op een één of een nul is hetzelfde, net als bij het opgooien van een muntstuk de kans op kop of munt in beide gevallen 50% is.

Onderzoeker Jahn vroeg telkens iemand zich te concentreren op de RNG. De proefpersoon moest dan proberen met zijn gedachten de RNG zo te sturen, dat hij meer enen dan nullen zou genereren. Eigenlijk zou dat dus niet moeten kunnen, want net als bij de dobbelsteen zouden er na een groot aantal keer getallen spugen, ongeveer evenveel enen als nullen gegenereerd moeten zijn. Toch liet de RNG een lichte maar duidelijke afwijking zien: onder invloed van de gedachten van de proefpersonen werden er inderdaad iets meer enen dan nullen uitgespuugd door het apparaatje.

Een ‘random number generator’ (RNG)

Een collega van Jahn, Roger Nelson, ging nog een stap verder. Hij wilde weten wat er zou gebeuren als meerdere mensen tegelijkertijd een RNG zouden proberen te beïnvloeden met hun gedachten. Om dit te onderzoeken sloot hij een aantal RNG’s aan op een computer. Die genereerden braaf hun enen en nullen, tot de dag dat prinses Diana werd begraven. Toen lieten twaalf RNG’s ineens een ander patroon zien. De kans dat dit toeval is, is heel klein: maar 1 op de 100. Sindsdien staan er wereldwijd in meer dan 40 landen RNG’s, om te meten of grote gebeurtenissen invloed hebben of zelfs voorspeld kunnen worden door een afwijking in de enen en nullen die ze uitspugen. Volgens de onderzoekers ‘zagen’ die RNG’s onder andere de bombardementen in voormalig Joegoslavië en de moord op Pim Fortuyn. Dit zou bewijs zijn voor een soort collectief bewustzijn, mét psychokinetische krachten. De tsunami van kerst 2006 werd echter niet opgepikt door de RNG’s. En over de aanslagen van 11 september zijn de meningen verdeeld. Het is namelijk ook zo, dat als de reeks enen en nullen maar lang genoeg is, afwijkingen ook puur door kans zo nu en dan voorkomen.

Telepathie onder de loep

Een andere gave die in de familie van paranormale talenten thuishoort, is telepathie. Onder telepathie wordt verstaan: het overbrengen van gedachten tussen van elkaar verwijderde personen zonder waarneembare communicatie te gebruiken (je mag dus niet gebaren, of lichaamstaal gebruiken, en ook briefjes schrijven is uit den boze). Het bekendste experiment dat de telepathische gaven test, is het ganzfeldexperiment.

De bedenker, Charles Honorton, was van mening dat paranormale signalen in het dagelijks leven nauwelijks tot ons doordringen, omdat onze zintuigen alle aandacht opeisen. Door alle beelden en geluiden om ons heen is het dus bijna ondoenlijk om telepathisch te zijn. Tijdens zijn experiment sloot Honorton mensen dus helemaal af van indrukken van de wereld om hen heen: ze kregen witte ruis te horen op een koptelefoon, en op hun ogen legde hij halve pingpongballetjes waar hij met een rode lamp op scheen, zodat de proefpersonen ook visueel niet gestoord werden. Ze mochten vervolgens in een luie stoel wat relaxen. Doordat de input van buitenaf minimaal was, begonnen de proefpersonen zich allerlei dingen in te beelden. Ze werden gevraagd om alles te vertellen wat ze ervaarden.

Een deelnemer aan het ganzfeldexperiment

In de tussentijd concentreerde zich één kamer verderop iemand anders zijn gedachten zeer sterk op een foto. Na een half uur ‘dingen zien’ werden de proefpersonen bevrijd van koptelefoon en pingpongballetjes. Ze kregen vier foto’s te zien, waartussen de foto waarop de man of vrouw in de andere kamer zich had gefocust. Aan hen de taak om die foto eruit te pikken. De kans dat iemand in dit geval toevallig de goede foto kiest, is 1 op 4 (immers: er zijn vier foto’s en je kiest er één). De proefpersonen kozen echter in 1 op de 3 gevallen de goede foto: meer dan op basis van toeval verwacht mag worden dus. Sceptici hebben moeite dit verschil te verklaren. Sommigen denken dat het niet anders kan of er zaten vingerafdrukken of andere gebruikssporen op de ‘winnende’ foto. Tijdens herhaling van het experiment bleek overigens dat onder invloed van paddo’s de proefpersonen in maar liefst 58% van de gevallen de goede foto uitzochten. Echter, toen de onderzoekers dit nogmaals probeerden op een groter aantal proefpersonen, deden die het niet beter dan wanneer ze ‘gewoon gegokt’ hadden.

Helderziendheid uitgetest

Helderziendheid (ook wel pre-cognitie genoemd) is misschien wel de bekendste van de paranormale gaven: het vermogen om dingen te zien (of aan te voelen, te horen enzovoorts) die nog niet gebeurt zijn. Een van de oudste parapsychologische experimenten toetst de helderziende vermogens van een proefpersoon simpel en doeltreffend. In een pak van 25 kaarten komen vijf symbolen elk vijf keer voor. De kaarten worden geschud, en nadat de helderziende heeft gezegd welk symbool er nu komt draait de onderzoeker de bovenste kaart om. Zo ga je door de hele stapel, en dat doe je enkele tientallen keren. Op basis van toeval zou iemand 20% (1 op de 5) van de kaarten goed moeten raden. Is dit veel meer, dan was de proefpersoon inderdaad helderziend. Diverse onderzoekers voerden dit experiment uit in de jaren ’30 tot ’50. Goede resultaten bleken echter het product van knoeiwerk van de onderzoekers, en uiteindelijk bleek niemand echt vaker goed te gokken dan toeval.

De symboolkaarten (in het Engels ‘zenercards’ genoemd) die gebruikt werden in de eerste helderziendheidsexperimenten. Klik op de afbeelding voor een grotere versie. De grote kaarten kun je ook printen om zo je eigen experiment te doen!

Veel bewijs voor helderziendheid is er dus niet. Hoewel? In een ander, moderner experiment werden proefpersonen aangesloten op een computer en een huidweerstandmeter. Deze meter kan laten zien of je gespannen bent. Al bij een klein beetje emotionele opwinding ga je namelijk heel licht zweten, waardoor de weerstand van je huid afneemt. En dat pikt de meter dan weer op. Voordeel van deze techniek is dat ook lichte spanning, waar je je niet echt bewust van bent, op deze manier toch gemeten kan worden.

Op de computer werden afbeeldingen vertoond. De proefpersonen kregen afwisselend neutrale foto’s (een kabbelend beekje bijvoorbeeld) en schokkende foto’s (zoals lijken en verminkingen) te zien. Uiteraard reageerden de proefpersonen geschokt op deze beelden. En dat de huidweerstandmeter spanning liet zien bij de gruwelen is ook niet verrassend. Wat wél bijzonder is: de huidweerstand liet al spanning zien bij de schokkende beelden vóórdat deze op het scherm werden getoond. Alsof ons lichaam al weet wat er gaat komen…

Meting van de huidweerstand

Wat moeten we geloven?

Veel parapsychologische onderzoeken kampen met het probleem dat hetzelfde onderzoek op een later tijdstip of uitgevoerd door een andere onderzoeker, hele andere of zelfs geen resultaat oplevert. Ze zijn dus niet repliceerbaar. Dat is een groot bezwaar, want repliceerbaarheid is een van de basisvoorwaarden waaraan wetenschappelijk onderzoek moet voldoen. Bovendien zouden gevonden resultaten zo ook kunnen liggen aan andere oorzaken, zoals meetfouten. Aan de andere kant zijn de eisen aan parapsychologisch onderzoek bijzonder streng; zeker tegenwoordig doet het daarin niet onder voor gangbare experimenten in de psychologie.

Toch is het bewijs voor het bestaan van een Zesde Zintuig zwak. Veruit de meeste ‘resultaten’ komen voort uit meetfouten, knoeiwerk en toeval. Wat dan te denken van het ‘aanvoelen dan de letter R’ of voorspellende huidweerstand? Waarschijnlijk komt ook dit door een van die drie problemen. Maar helemaal uitsluiten dat er ‘meer’ aan de hand is, is ook niet erg wetenschappelijk. Het is belangrijk dat we open minded blijven, maar – zoals het Engelse spreekwoord zegt – don’t be so open minded that your brain falls out.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 februari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE