Je leest:

Het tij keert

Het tij keert

Auteur: | 29 september 2015

Het is nu ruim dertig jaar geleden dat ik als jonge ingenieur kustwaterbouw in aanraking kwam met klimaatverandering. Op een conferentie in Washington werd een presentatie gegeven over de kans op een zeespiegelstijging van meerdere meters door het smelten van de West-Antarctische ijskap. Dat dit grote gevolgen zou hebben voor ons werk bij het toenmalige Waterloopkundig Laboratorium was vrij duidelijk.

Professor Pier Vellinga, Wetenschappelijk directeur van het programma Kennis voor Klimaat.
Biowetenschappen en maatschappij

De wetenschappelijke achtergrond van klimaatverandering was, wat mij betreft, voldoende helder om er serieus mee aan het werk te gaan. Ook was toen al duidelijk dat het gebruik van fossiele brandstoffen verreweg de grootste bijdrage zou leveren aan de toename van broeikasgassen in de atmosfeer. Een betaalbaar alternatief voor fossiele energie was niet voorhanden. De opwarming van de aarde leek alleen te stoppen door een radicale verandering van de consumptiemaatschappij. En dat wereldwijd.

Dat leek niet erg realistisch. Dit leidde destijds ook tot een soort verlamming en cultuurpessimisme. Aanpassen aan de veranderingen zou wel eens de enige haalbare optie kunnen zijn. Voor kustwaterbouwers misschien een interessante, maar voor mij persoonlijk een allerminst bevredigend toekomstperspectief.

Drie decennia en twee banen later – via het Ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu, kwam ik uiteindelijk in de academie terecht, bij het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit – is de sfeer behoorlijk anders. Op het gebied van duurzame energie worden inmiddels geweldige slagen gemaakt. Bij openbare aanbestedingen voor de levering van elektriciteit in de Verenigde Staten blijkt windenergie nu goedkoper te zijn dan kolenstroom, net als de stroom uit grote zonneparken in Nevada. Ook in Kenia wordt nu gebouwd aan een groot windpark dat goedkoper stroom gaat leveren dan fossiele alternatieven.

Los van de problemen aangaande klimaat, begint duurzame energie dus economisch door te breken. Zelfs in China worden kolencentrales rondom Bejing gesloten. China investeert inmiddels meer in duurzame energie opwekking dan in fossiele elektriciteitopwekking. Over enkele jaren is elektrisch auto rijden goedkoper dan rijden op diesel of benzine. Er komen batterijen op de markt die ineens betaalbaar blijken te zijn. Duurzame energie is nagenoeg eindeloos. Er komt iedere dag immers meer energie in de vorm van zonnestralen op de aarde aan, dan wij als complete mensheid in een jaar verbruiken.

Daarmee hebben we dan 70 procent van de broeikasgassen te pakken. Grondgebruik, ontbossing, akkerbouw en veeteelt leveren het grootste deel van de overige 30 procent. Onze gigantische consumptie van vlees is vooralsnog een lastig probleem. Maar ook op dat front zien we het bewustzijn groeien. We worden daarbij geholpen door de gezondheidsaspecten van onze westerse manier van eten. We eten nu ronduit ongezond. Gezonder eten, vooral minder vlees, en verstandiger omgaan met bodemvruchtbaarheid leidt bijna automatisch tot een vermindering van broeikasgassen in die sector.

Kortom, klimaatverandering is niet alleen een probleem, maar ook een katalysator. Mijn aanvankelijke pessimisme is omgeslagen naar optimisme, en daarin sta ik gelukkig niet alleen. Let wel: dat is een perspectief waar je niet naïef onder moet worden. Om het klimaatprobleem het hoofd te bieden moeten heel veel maatschappelijke sectoren en wetenschappelijke disciplines de krachten bundelen. Grote transities op het gebied van energie, transport, landbouw en voedsel gaan plaatsvinden. Daarbij vallen ook slachtoffers, zoals in de mijnbouw en bij de oliemaatschappijen, en in vele chemische bedrijven en in de intensieve veehouderijen. Tegelijkertijd komt zeer veel werkgelegenheid terug in de nieuwe sectoren, maar dat zijn bij voorbaat niet dezelfde mensen en bedrijven.

Ondanks mijn toegenomen optimisme over een aanpak van het klimaatprobleem denk ik dat ons nog grote verassingen te wachten staan. Het klimaat verandert niet lineair. Van nature schommelt het al, laat staan wanneer er ineens een enorme broeikasgasimpuls bij komt. Ik wil dan ook zeker het werk van de Amerikaanse klimaatwetenschapper James Hansen aanraden. Via zijn boeken, zoals Storms of my grandchildren, en ook via zijn ‘TED-talk’ die op Youtube te zien is, waarschuwt hij terecht dat er zacht gezegd nog veel te doen staat.

Toch zie ik steeds meer momentum in de goede richting, met name vanuit de jongere generaties. Duurzaam is voor die generaties niet meer iets ‘alternatiefs’, het is de norm aan het worden. Wat dat betreft juich ik het zeer toe dat het cahier dat nu voor u ligt bijvoorbeeld via de website Kennislink ook op de jongere generaties wordt gericht. Wat hier wordt gepresenteerd zijn geen doemverhalen, het is de realiteit van vandaag. Het weer wórdt extremer, de zeespiegel ís aan het stijgen, de natuur verandert voor onze ogen … Het zijn dit soort verhalen die ertoe bijdragen dat de slimste studenten van tegenwoordig geen banen meer ambiëren bij grote oliemaatschappijen met dito leaseauto’s, maar een duurzame koers kiezen. Ik zou dan ook zeker aanraden om dit cahier na lezing door te geven aan kinderen, kleinkinderen of collega-studenten.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 september 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.