Je leest:

Het studentenleven: theedrinken en biljarten

Het studentenleven: theedrinken en biljarten

Banger voor een geslachtsziekte dan om te zakken voor een tentamen: studeren in de negentiende eeuw was één groot feest voor rijke jongemannen.

Studenten Sociëteit Minerva in Leiden in 1830.
Wikimedia Commons

Studeren was in de negentiende eeuw alleen weggelegd voor een kleine, bevoorrechte groep. Rond 1850 lag het aantal studenten in Nederland rond de vijftienhonderd. In 2000 was dat bijna een half miljoen! De meesten hoefden zich vroeger geen zorgen te maken over het vinden van een goede baan. Die was door hun afkomst praktisch gegarandeerd.

De studietijd was meer bedoeld om volwassen te worden en om in de juiste kringen vriendschappen te sluiten. Iets wetenschappelijks leren kwam op de tweede plaats. Studentendagboeken uit die tijd vertellen over eindeloos theedrinken, wandelen, biljarten en ’s avonds dronken worden op de sociëteit. Tussendoor brachten de studenten af en toe een bezoekje aan de schouwburg of maakten een reisje naar het buitenland. En soms studeerden ze.

Studenten biljard in het begin van de 19de eeuw.
Wikimedia Commons

De universiteit was nog altijd verboden terrein voor vrouwen. Eén dagboekschrijver zocht zijn seksuele vertier daarom bij hoeren of burgermeisjes. Het zegt iets over de zorgen die deze student kende, dat hij banger leek een geslachtsziekte op te lopen dan voor een tentamen te zakken.

Dit artikel is een publicatie van Anno.
© Anno, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 juni 2005
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.