Je leest:

Het slaperigste dier

Het slaperigste dier

Auteur: | 1 oktober 2001

Stel je voor: aan het einde van de negentiende eeuw ga je uitgeput op bed liggen. Voor je het weet ben je in dromenland. Je slaapt een gat in de dag. En in de week. En in het jaar. Sterker nog, je slaapt een gat in de eeuw. Je pit dwars door twee wereldoorlogen, door de maanlandingen en door de uitvinding van de elektrische tandenborstel heen. Dan, na 120 jaar, gooit iemand een emmer water over je heen. Wakker worden! Je rekt je uit, kijkt om je heen en begint doodgemoedereerd aan je ontbijt.

Waterbeertje ( Tardigrada)

Okee, er kwam een beetje fantasie aan te pas, maar dit is ongeveer wat er volgens de overlevering gebeurde met de beestjes die verstopt zaten in een stukje mos dat tentoongesteld was in een museum. Het mos werd na 120 jaar in water gedompeld en na korte tijd begonnen de bewoners te bewegen. Een sterk staaltje van een bijzonder sterk diertje. Want je kunt rustig zeggen dat het waterbeertje (Tardigrada, ofwel ‘langzame loper’ in het Latijn) amper kapot te krijgen is. Stop hem in de vloeibare helium en koel hem af tot min 270 graden Celsius, en twintig uur lang geeft hij geen kik. Verhit hem tot 200 graden, en pas na twintig maanden legt hij het loodje. Plaats hem in de kooldioxide, zet hem onder een druk van 1000 atmosfeer, in een bijna-vacuüm, in de pure alcohol, in ultraviolette of röntgenstraling, het maakt niet uit. Een waterbeertje, zo zeggen sommige onderzoekers, zou het in de leegte van de ruimte nog best kunnen uithouden.

Een waterbeertje is geen beertje. Het is een beestje dat amper met het blote oog zichtbaar is. In de negentiende eeuw kreeg het zijn naam van de bioloog Thomas Huxley, die onder de microscoop zag dat het diertje wel wat weg had van een beer. En dat is best begrijpelijk. Het waterbeertje heeft een gedrongen, ronde kop en dito lijfje. Een beetje koddig is hij wel, en niet voor niets zijn er T-shirts met zijn afbeelding te koop. Maar daarmee houdt de gelijkenis met een echte beer dan wel op. Het waterbeertje heeft acht poten, vier sets van twee. Ogen heeft hij niet, wel twee lichtgevoelige plekjes op zijn kop. Apart ook zijn de stiletto’s naast zijn bek, waarmee hij zich vastzet in de nog kleinere diertjes en plantencellen die hij bij wijze van maaltijd leegzuigt. Er zijn tegen de achthonderd soorten Tardigrada. Ze komen overal ter wereld voor, tot in de meest onherbergzame gebieden. Een grote kans om ze te vinden maak je in plassen zoet water en in mosrijke omgevingen. Daar leven ze met tien tot wel tweeduizend stuks op een vierkante decimeter.

Maar waarom zijn ze de slaperigste dieren ter wereld? Een luiaard slaapt twintig uur per etmaal, een koalabeer zelfs tweeëntwintig uur. Dat is ook een luizenleventje van heb-ik-jou-daar, want in de resterende uren wordt er alleen gegeten, gepoept en gepaard. Het waterbeertje doet er echter nog een flinke schep bovenop; hij kan er voelt geen enkele schroom om jááren onder de wol te kruipen. Cryptobiose heet dat. In normale doen bestaat een waterbeertje voor 85 procent uit water, maar als er extreme droogte aanbreekt, brengt het diertje dit terug tot 3 procent. Hij rolt op en schrompelt ineen tot een derde van zijn oorspronkelijke grootte, en lijkt morsdood: er is geen stofwisseling meer waarneembaar. Zo kan het waterbeertje zich dus jarenlang handhaven in de meest extreme omstandigheden. En als hij dan weer in een waterig milieu wordt gebracht, keert het vochtgehalte binnen een paar uur terug op het oude peil en scharrelt het beestje weer vrolijk rond. Normaal wordt het waterbeertje slechts enkele maanden oud, maar doordat hij zo ontiegelijk kan maffen, kan hij zijn levensduur dus enorm oprekken.

Het waterbeertje kan dus inkrimpen, maar het kan ook uitzetten. Dat gebeurt wanneer het té vochtig wordt, bijvoorbeeld tijdens een overstroming: dan zwelt hij op als een ballon en laat hij zich meedrijven op het water. Pas als alles weer is opgedroogd, neemt het beestje zijn normale vorm weer aan. Al met al een aardig staaltje overlevingskunst, en goed beschouwd draait het daar ook allemaal om bij dieren die in winterslaap gaan. Ze verzamelen grote hoeveelheden lichaamsvet en schroeven hun lichaamstemperatuur en hun stofwisseling stevig terug. De hartslag van bijvoorbeeld een grondeekhoorn neemt af van honderdvijftig tot vijf slagen per minuut. Slapen om te overleven, dat doen mensen net zo goed. Niemand kan écht lange tijd buiten slaap. Maar dankzij het waterbeertje is uitslapen een wel heel betrekkelijk begrip geworden.

Mark Traa is auteur van o.a. "Hemelbestormers. Feiten en fabels over ruimtevaarders (Uitgeverij De Bezige Bij, 1997,ISBN 90-234-3699-7)

Dit artikel is een publicatie van Mark Traa.
© Mark Traa, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 oktober 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.