Je leest:

Het probleem van de vele handen

Het probleem van de vele handen

Auteurs: en | 12 juni 2018
iStockphoto

Technologische innovaties in de afvalwaterzuivering hebben het doel om zuiveringsprocessen te verbeteren om zo menselijk welzijn te vergroten of bij te dragen aan maatschappelijke waarden zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Toch kunnen daar ook risico’s bij optreden.

Een van de grootste risico’s is dat een zuiveringsinstallatie niet goed werkt, waardoor schade aan ecosystemen of gezondheidsrisico’s voor mensen optreden. Dit kan onbedoeld gebeuren, bijvoorbeeld wanneer iemand per ongeluk een stof op het riool loost die de bacteriën doodt en zo de werking van de zuiveringsinstallatie verstoort. Maar het kan ook doelbewust gebeuren, bijvoorbeeld door sabotage.

Van bestaande zuiveringstechnieken, zoals het actiefslibproces, zijn de risico’s ondertussen vrij goed bekend. Maar bij nieuwe technologische innovaties zijn, ondanks veelbelovende lab- en praktijkproeven, onverwachte of onbekende risico’s niet uit te sluiten. Zo kunnen innovatieve zuiveringstechnieken wel effectiever of goedkoper zijn, maar tegelijk minder robuust en daardoor gevoeliger voor schommelingen in de samenstelling van het afvalwater. Of een nieuwe techniek is wel beter in het verwijderen van gewone afvalstoffen, maar minder goed in staat bijzondere afvalstoffen zoals zware metalen op te ruimen.

Wie houdt de risico’s in de gaten?

Wie is verantwoordelijk als het mis gaat?

Dit roept de vraag op wie er verantwoordelijk is voor het op tijd in kaart brengen en verminderen van mogelijke risico’s van innovaties in afvalwaterzuivering. Zijn het de onderzoekers, de ingenieursbureaus, de bedrijven, de waterschappen of de overheid? Er zijn drie redenen die het vaak lastig maken die vraag te beantwoorden. Ten eerste gaat het vaak, zoals gezegd, om onbekende of onverwachte risico’s. Zeker als risico’s moeilijk te voorzien zijn, is het lastig om daar iemand verantwoordelijk voor te houden.

Toch is het wenselijk om alle denkbare risico’s tijdig te onderzoeken en te monitoren om te zien of er geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. De vraag is alleen wie dat zou moeten doen.

Ten tweede zijn er veel partijen betrokkenen bij de ontwikkeling en ingebruikname van een nieuwe afvalwaterzuiveringstechnologie. Geen van hen heeft als taak om nog niet-bekende risico’s van innovaties te onderzoeken. De onderzoekers zijn vaak primair gericht op het werkend krijgen van een nieuwe techniek. De partijen die de innovatie op de markt brengen, zoals ingenieursbureaus, zijn vaak vooral druk met het opschalen en financieel aantrekkelijk maken van de innovaties.

3 17
123RF

En de gebruikers van de nieuwe technologie zoals waterschappen of bedrijven, nemen vaak aan dat die belangrijkste risico’s al geadresseerd zijn tijdens de ontwikkeling. Tenslotte weet de overheid vaak niet, hoewel zij verantwoordelijk is voor de regulering, welke risico’s van nieuwe innovaties moeten worden afgedekt.

Het onderzoek naar de risico’s van technische innovaties vergt daarom dat de betrokkenen verder kijken dan hun primaire taak. Zij moeten ook nadenken over hun gezamenlijke morele verantwoordelijkheid om goed met mogelijke risico’s om te gaan. Toch blijft het vaak lastig te bepalen wie daadwerkelijk die verantwoordelijkheid moet oppakken. Dit heeft te maken met een derde punt. Juist omdat er zoveel partijen betrokken zijn, denkt men snel dat iemand anders die verantwoordelijkheid wel op zich zal nemen. Dit noemt men ook wel: het probleem van de vele handen.

Ethisch parallelonderzoek

Dit probleem kwam ook aan het licht bij de ontwikkeling van de korrelslibtechnologie Nereda. Dit is een innovatieve waterzuiveringstechnologie met belangrijke voordelen zoals grote energie­besparing en een veel kleiner benodigd grond­oppervlak. In het kader van het programma Ethiek, Onderzoek en Bestuur hebben onderzoekers van de sectie filosofie van de TU Delft al tijdens de ontwikkeling van Nereda ethisch parallelonderzoek uitgevoerd in samenwerking met alle betrokken partijen. Daarbij kwam naar voren dat waar het ging om het risico van de zogenaamde secundaire emissies dat de betrokkenen naar elkaar keken. Voorbeelden van secundaire emissies zijn: hormoon verstorende stoffen, reststoffen van medicijnproductie, pesticiden maar ook zware metalen, pathogene bacteriën en het broeikasgas N2O.

De emissiegrens van secundaire emissies was op dat moment nog niet bij wet geregeld omdat aangenomen werd dat een traditionele afvalwaterzuivering deze stoffen voldoende verwijderde. Voor Nereda was dat nog niet zeker omdat het afvalwater veel korter in het zuiveringssysteem verbleef waardoor er wel mogelijk een extra gevaar voor de volksgezondheid of het milieu was.

Echter, de onderzoekers vonden dat dit eventuele risico in de gebruiksfase aangepakt moest worden, terwijl de gebruikers juist van mening waren dat dit risico in de ontwikkelfase geadresseerd moest worden. Toen dit tijdens het parallelonderzoek duidelijk werd, hebben de onderzoekers besloten de secundaire emissies mee te nemen in het vervolgonderzoek. Gelukkig bleek het risico van de extra secundaire emissies mee te vallen.

De les van dit alles is dat er bij innovaties tijdig onderlinge afspraken gemaakt moeten worden over wie verantwoordelijk is voor het onderzoek naar, en de monitoring van mogelijke risico’s.

Lees het volgende artikel van het thema ‘Afvalwater’

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 juni 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.