Je leest:

Het Nheengatú, taal van de Amazone

Het Nheengatú, taal van de Amazone

Auteur: | 21 juni 2011

Taalwetenschapper Aline da Cruz leefde enkele maanden bij Baré-, Baniwa- en Warekenagemeenschappen in de Amazone om hun taal op te tekenen. Vrijdag 24 juni promoveert ze op het Nheengatú aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Taalwetenschapper Aline da Cruz bracht acht maanden door in het Amazonegebied. Daar maakte zij een grammaticale beschrijving van de Nheengatú-taal. Hoewel de taal moet concurreren met het Portugees, heeft deze nog steeds zo’n 5000 sprekers. “Omdat het door veel kinderen gesproken wordt als eerste taal, is Nheengatú niet in kritiek gevaar”, aldus de onderzoekster die vrijdag promoveert aan de VU.

Da Cruz groeide op in Brazilië en deed een masterstudie in São Paulo. Ook toen hield ze zich al bezig met het Nheengatú, een taal die gesproken wordt in het noorden van Brazilië. In São Paulo ontmoette Da Cruz de Nederlandse professor Leo Wetzels, die bekend staat om zijn onderzoek naar de fonologische aspecten van de talen van Zuid-Amerika. Via hem kwam ze naar Nederland om een proefschrift te schrijven over het Nheengatú.

Op veldwerk in het Amazonegebied.
Aline da Cruz voor NEMO Kennislink

Lingua franca

Zelf heeft de promovenda het Portugees als moedertaal. Dat was ook de taal van de veroveraars die in de zestiende eeuw aankwamen in Brazilië. Maar in plaats van de inheemse bevolking Portugees te leren, kozen de kolonisten ervoor om te communiceren in het Tupinambá. Deze taal werd al door een grote groep inboorlingen aan de kust gesproken.

Met de komst van de Portugezen verspreidde de taal zich als een lingua franca over een veel groter gebied. Het onderging onvermijdelijk invloeden van het Portugees. Een negentiende eeuwse wetenschapper bedacht een nieuwe naam voor de taal, die in 300 jaar tijd sterk veranderd was. Hij sprak van het Nheengatú dat ‘de goede taal’ betekent.

Hoewel het Nheengatú inmiddels minder wijd verspreid is dan in de negentiende eeuw, heeft de taal nog steeds zo’n 5000 sprekers. Da Cruz onderzocht het Nheengatú zoals dat gesproken wordt langs de rivier de Negro. Hier wonen drie volkeren – de Baré, de Baniwa en de Warekena – die hun oorspronkelijke talen aan het begin van de 20e eeuw hebben opgegeven voor het Nheengatú.

“De moedertaal van de oudste generatie sprekers is nog één van de Arawaktalen. Deze generatie leerde het Nheengatú als tweede taal. De middelste generatie heeft het Nheengatú wel als moedertaal. Ook de jongeren zijn moedertaalsprekers, maar beheersen daarnaast meestal het Portugees.”

Dabukuri: een rituele dans van de Arawakken.
Aline da Cruz voor NEMO Kennislink

Trots op hun taal

Voor haar onderzoek woonde Da Cruz voor drie lange periodes in het Amazonegebied. “Het integreren ging makkelijk”, legt de promovenda uit: “Voor het echte veldwerk begon, gaf ik een cursus aan docenten uit het gebied. De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor het doceren van de eigen taal aan schoolkinderen. De docenten brachten mij in contact met een grote groep Nheengatú-sprekers. De meeste mensen waren trots op hun taal en vonden het leuk om mij over hun dagelijks leven te vertellen.”

Voor haar werk nam ze enkele gesprekken op van mensen die onderling met elkaar spraken. Ze liet jonge sprekers oudere sprekers interviewen en ze maakte opnames van ouderen die verhalen vertelden aan jongeren. Samen met tweetalige sprekers (van het Nheengatú en het Portugees) liep ze de opnames door om ze zo nauwkeurig mogelijk te analyseren. Op die manier had ze uiteindelijk acht uur aan geanalyseerde opnames verzameld die bruikbaar waren voor haar onderzoek.

Van horen zeggen

Waarin verschilt het Nheengatú van de meeste talen die wij kennen? Een belangrijk verschil met westerse talen is dat het Nheengatú geen bijvoeglijk naamwoorden heeft, legt Da Cruz uit. ‘Ik ben moe’ druk je niet uit met het bijvoeglijk naamwoord ‘moe’, maar met het werkwoord kuere dat ‘moe zijn’ betekent. Een ander verschil is dat je geen koppelwerkwoord hoeft te gebruiken in zinnen als ‘Ik ben student’. In Nheengatú zeg je ‘Ik student’.

Het bouwen van een huis.
Aline da Cruz voor NEMO Kennislink

Verder wordt er geen verschil gemaakt tussen tegenwoordige en verleden tijd. Apuraki kan zowel betekenen ‘ik werk’ als ‘ik werkte’, afhankelijk van de context. Als je toch de tijd wilt aangeven, doe je dat met behulp van woordjes als ‘vandaag’ of ‘vroeger’.

Een laatste belangrijk verschil is dat je aangeeft wanneer een ding niet meer bruikbaar is: dan moet je het woord kuera gebruiken. Het betekent zoiets als: ‘of wat er nog van over is’. Zo zegt men bijvoorbeeld in Nheegathú: ‘pemaã kua ponti kuera’, dat ‘kijk eens naar de brug (of wat er nog van over is)’ betekent.

Ook ten opzichte van talen van dezelfde taalfamilie heeft het Nheengatú een paar unieke eigenschappen. Zo maakt de taal een onderscheid tussen de derde persoon enkelvoud en de derde persoon meervoud, net zoals in Portuguees. In de andere talen van dezelfde taalfamilie wordt dit onderscheid niet gemaakt.

En ten slotte moet je in het Nheengatú je bronnen vermelden. Als je niet precies weet waar je je informatie vandaan hebt, moet je dat aangeven met ‘van horen zeggen’. Deze en nog meer voorbeelden zijn te vinden in Da Cruz’ proefschrift.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juni 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.