Je leest:

Het mysterie van de bijensterfte

Het mysterie van de bijensterfte

Auteur: | 21 juli 2010

Het gaat slecht met de honingbijen in Europa en de Verenigde Staten. Elk jaar neemt de wintersterfte flink toe. Hoe dat komt is onduidelijk. Er zijn wel een aantal hoofdverdachten. Waarschijnlijk is de toegenomen bijensterfte het gevolg van een combinatie van factoren.

In 2009 tekenden ruim 40.000 bezorgde Nederlanders de petitie ‘Stop de bijensterfte’. In navolging op die petitie richtten de initiatiefnemers begin april de Bijenstichting op. Via dergelijke acties willen zij het onderwerp bijensterfte hoog op de politieke agenda zetten. En dat lijkt hard nodig.

De honingbij is belangrijk voor onze voedselvoorziening. Hij bestuift ongeveer 80 procent van alle geteelde voedselgewassen. Appelen, kersen en amandelen – om maar een paar voorbeelden te noemen – zouden zonder hulp van bijen nooit in de supermarkt liggen. Die nuttige bestuiving maakt dat de honingbij in Nederland een economische waarde van een miljard euro per jaar vertegenwoordigt. Maar het gaat slecht met de bijen. In ons land steeg de gemiddelde wintersterfte de afgelopen jaren van 10-15 procent naar 15-26 procent. En in andere Europese landen en de Verenigde Staten zijn de cijfers al niet veel beter.

In een gezonde kolonie vliegen bijen af en aan.
Björn Appel, Wikimedia Commons

Verdwijnziekte

Elke winter sterft een deel van de bijenvolken door voedseltekort of de dood van de koningin. Dat is niet meer dan normaal. Sinds een aantal jaar speelt ook de mysterieuze ‘verdwijnziekte’ Colony Collapse Disorder een belangrijke rol in de wintersterfte. Bij dit vreemde verschijnsel is de koningin aanwezig, en is de bijenkast rijkelijk gevuld met voedsel en broed. Toch vindt de imker in het voorjaar alleen dode volwassen bijen terug. In sommige gevallen is de bijenkast zelfs compleet verlaten en lijken de bewoners in het niets te zijn verdwenen.

Inmiddels is deze ‘verdwijnziekte’ onderwerp van veel wetenschappelijk onderzoek, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Verschillende oorzaken worden genoemd. Maar dé oorzaak – als die al bestaat – is nog niet gevonden. Wel hebben wetenschappers ondertussen een aantal hoofdverdachten op het oog. In dit artikel zet Kennislink die verdachten voor je op een rijtje.

Varroamijt

In de jaren tachtig van de vorige eeuw introduceerden imkers de Europese honingbij in gebieden waar ook zijn Indische broertje voorkomt. Dat hadden ze misschien beter niet kunnen doen. Het gaf de – inmiddels beruchte – parasiet Varroa destructor de mogelijkheid zijn leefgebied flink uit te breiden. En daar heeft de varroamijt dankbaar gebruik van gemaakt. Eind 2009 waren alleen bijenkolonies in Australië nog veilig voor de bloedzuigende parasieten.

De vrouwelijke varroamijt leeft op volwassen bijen, maar is voor de voortplanting afhankelijk van broed in de bijenkast. Iedere bijenlarve heeft zijn eigen broedcel. In het begin zijn die cellen open, maar op een gegeven moment worden ze afgesloten. Vlak voordat zo’n broedcel op slot gaat, verplaatst de varroamijt zich van de volwassen bij naar het broed. Zestig uur na het sluiten van de cel legt zij een eerste, onbevrucht eitje. Daaruit ontstaat een mannetje. Vervolgens produceert het vrouwtje nog een aantal bevruchte eitjes. De vrouwelijke mijten die daaruit ontstaan, paren met het mannetje. Seks tussen broer en zus dus.

De parasiet Varroa destructor op een volwassen bij. De varroamijt draagt vaak schadelijke virussen bij zich waar honingbijen aan kunnen sterven.
Wikimedia Commons

Als de bijenlarve uitgegroeid is tot een jonge bij, verlaat hij de broedcel. De mannelijke mijt en onderontwikkelde vrouwelijke mijten blijven achter en sterven. De rest van de nakomelingen lift met de jonge bij mee, op zoek naar nieuwe slachtoffers.

Schadelijke virussen

Op zich heeft de honingbij weinig last van de varroamijt. Geïnfecteerde bijenlarven hebben een lager startgewicht en een iets kortere levensduur dan gezonde bijen. Maar van dat beetje bloed dat de mijt wegzuigt, sterven ze niet direct. Het grote probleem is dat de parasiet ook de samenstelling van afweerstoffen in het bloed verandert. Daardoor is een geïnfecteerde bij extra vatbaar voor allerlei infectieziekten. Tot overmaat van ramp draagt de varroamijt zelf vaak schadelijke virussen bij zich.

Het meest bekend is het Deformed Wing Virus. Dit virus veroorzaakt vervormingen aan de vleugels en het achterlijf van geïnfecteerde bijen. Die vervormingen kunnen zo ernstig zijn dat de bij verlamd raakt. Een ziek slachtoffer wordt meestal door zijn soortgenootjes uit de bijenkast verdreven en sterft dan binnen 48 uur.

Schimmelinfectie

Een tweede verdachte is de parasitaire schimmel Nosema ceranae. Net als de varroamijt komt ook deze ziekteverwekker oorspronkelijk alleen voor bij de Aziatische honingbij. De schimmel produceert langlevende sporen die de bij binnenkrijgt via zijn voedsel of drinkwater. De sporen verplaatsen zich door de slokdarm en de honingmaag naar de middendarm om daar te ontkiemen. Ontkiemde sporen dringen de darmcellen binnen en zorgen zo voor een sterke vermeerdering van de parasiet. Dat belemmert de darmfunctie. Een besmette bij sterft uiteindelijk van de honger of doordat zijn darm letterlijk uit elkaar knapt.

Waarom is de Europese honingbij zo gevoelig voor Aziatische parasieten? Een van de redenen is dat de varroamijt en Nosema ceranae nog maar relatief kort in het westen aanwezig zijn. Bijen hebben nog niet de kans gehad een mechanisme te ontwikkelen waardoor zij een infectie kunnen overleven. Daarnaast speelt volgens sommige wetenschappers het voedselaanbod een belangrijke rol. De meeste honingbijen moeten zich redden met een beperkt aantal plantensoorten. Daardoor missen zij bepaalde eiwitten die hard nodig zijn om het afweersysteem op peil te houden.

Bijen zijn belangrijk voor de bestuiving van onze voedselgewassen en moeten het daardoor vaak doen met een eenzijdig dieet. Dat maakt ze vatbaar voor infectie met parasieten als de varroamijt en Nosema ceranae.
Alvesgaspar, Wikimedia Commons

Bestrijdingsmiddel

Het bestrijdingsmiddel imidacloprid is de laatste hoofdverdachte in het mysterie van de toegenomen bijensterfte. Zaden van onder andere maïs en zonnebloemen worden met dit middel gecoat. Plaaginsecten die van deze zaden eten, sterven direct. Imidacloprid blijft echter niet alleen rond de zaden zitten, het gif verspreidt zich naar alle cellen van de plant. Zo krijgen bijen die zich voeden met nectar en pollen ook wat van het bestrijdingsmiddel binnen.

Imidacloprid grijpt aan op het zenuwstelsel van de honingbij. Dat heeft gevolgen voor het leervermogen en de oriëntatie. De bij maakt bijvoorbeeld alleen nog maar trillende bewegingen of heeft de grootste moeite om de karakteristieke bijendans uit te voeren. Verlaat zo’n gedesoriënteerde bij zijn kast dan beginnen de problemen pas echt. Hij zal hopeloos verdwalen en is ten dode opgeschreven.

Voor wetenschappers is het lastig dé oorzaak van de toegenomen bijensterfte aan te wijzen. Tegen alle hierboven genoemde verdachten is bewijs gevonden, maar dat bewijs is zelden waterdicht. Zo zijn sommige kolonies die met de varroamijt geïnfecteerd zijn compleet gezond. En in gebieden waar veel met imicloprid bestreden wordt, gaan lang niet alle bijen dood. Waarschijnlijk is de toegenomen bijensterfte dan ook het gevolg van een combinatie van factoren.

Bronnen

  • Dennis van Engelsdorp e.a. Colony Collapse Disorder: a descriptive study PLoS one 4(8): 1-17, augustus 2009
  • Francis Ratnieks en Norman Carreck Clarity on honey bee collapse? Science 327: 152 – 153, januari 2010

Zie ook:

Dossier over bijensterfte (Wageningen Universiteit) Cijfers van bijensterfte in verschillende landen (Beemonitoring)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juli 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.