Je leest:

Het luchtje aan antizweetkleding

Het luchtje aan antizweetkleding

Auteur: | 21 februari 2012

In steeds meer producten worden nanodeeltjes zilver verwerkt, bijvoorbeeld in kleding met als doel het wegnemen van zweetgeuren. Die ontwikkeling gaat niet zonder zorgen, onduidelijk is wat de risico’s zijn van nanozilver voor mens en milieu. Kennislink ging op zoek naar ‘het luchtje’ aan antizweetkleding.

Wikimedia Commons, vrijgegeven in het publieke domein

De geur van zweet is eigenlijk nooit welkom. Of het nu tijdens het sporten is, bij een eerste date of in een drukke lift. Om die reden liggen tegenwoordig t-shirts, sokken en ondergoed in de winkel die een zweetgeur zouden tegengaan. Deze kleding bevat zilver in piepkleine deeltjes – nanozilver. Zilver heeft een antibacteriële werking, dus het doodt de bacteriën die de zweetgeur veroorzaken.

Of de kleding ook echt doet wat het beweert, laten we aan de lezer over om te bepalen. Feit is dat het aantal producten waarin nanozilver is verwerkt sterk aan het toenemen is. Niet alleen kleding, maar ook voedselverpakkingen, deodorant of coatings. Het Amerikaanse Project on Emerging Nanotechnologies (PEN) telde vorig jaar wereldwijd ruim 300 producten met nanozilver. Dat is ongeveer een kwart van alle ‘nanoproducten’ die te koop zijn.

Nanodeeltjes zijn nieuw

Goed, het gebruik van zilver is van alle tijden. Denk aan sieraden, geld of fotografie. Zelfs de oude Grieken wisten al dat zilver bacteriën kan doden. Nieuw is dat het nu om zilver in de vorm van nanodeeltjes gaat. Nanodeeltjes zijn duizend keer kleiner dan de dikte van een menselijke haar. Hun oppervlakte is relatief groot vergeleken met hun afmeting. Dit versterkt de antibacteriële werking – die aan het zilveroppervlak plaatsvindt. Je hebt dus veel minder zilver nodig als je nanodeeltjes gebruikt.

De sportsokken bevatten volgens de fabrikant zilverdeeltjes om zweetgeuren tegen te gaan.
X-socks

De groeiende populariteit is hiermee te verklaren, maar de vraag is of er ook een keerzijde is aan het gebruik van nanozilver. Van veel materialen is bekend dat ze in de vorm van nanodeeltjes vaak andere eigenschappen hebben dan in ‘normale’ afmetingen. Goud reageert bijvoorbeeld normaal gesproken vrijwel nergens mee, maar nanodeeltjes van goud zijn juist bijzonder reactief. Of er risico’s zijn aan het gebruik van nanozilver is echter onduidelijk.

Kleding wassen

Dat dit tot zorgen leidt bleek onlangs bijvoorbeeld in het consumentenprogramma Kassa. Het programma besteedde aandacht aan een onderzoek van het Wageningse instituut RIKILT. In opdracht van Stichting Natuur en Milieu hadden de onderzoekers gekeken of bepaalde stukken sportkleding nanozilver bevatten en in welke mate het nanozilver eruit spoelt tijdens een wasbeurt. Zes van de acht geteste kledingstukken bleken van nanozilver te zijn voorzien – hoewel de gehaltes uiteenliepen – en bij alle kledingstukken die gewassen waren kwamen sporen van nanozilver in het waswater voor.

Een zilverdeeltje op textielvezels, afkomstig uit het RIKILT-onderzoek. Volgens onderzoeksleider Ruud Peters bepaalt de manier waarop het nanozilver verbonden is aan de textielvezels in hoeverre het vrijkomt tijdens het wassen. In de afgebeelde situatie, wat Peters beschrijft als ‘hagelslag die op de textielvezels gestrooid is’ gaat veel nanozilver tijdens het wassen verloren.
RIKILT

Nu is deze laatste uitkomst an sich niet verrassend. Eerder toonde Zwitsers en Amerikaans onderzoek onderzoek ook al aan dat nanozilver uit kleding gewassen kan worden. Toch wordt de consument nog maar eens met de neus op de feiten gedrukt: producten met nanozilver zijn op dit moment al te koop en via het wassen kunnen de nanodeeltjes in het milieu terecht komen. En dat terwijl we niet weten wat daar precies de gevolgen van zijn. Stichting Natuur en Milieu pleit daarom voor een verbod op nanozilver in consumentenproducten, totdat bewezen is dat het materiaal onschadelijk is voor mens en milieu.

Een grote puzzel

Het is aan de wetenschap om een einde te maken aan de onduidelijkheid rond nanozilver. Sinds een aantal jaar zijn onderzoeksgroepen van over de hele wereld bezig een antwoord te geven op de ultieme vraag: hoe schadelijk is nanozilver nu echt? Die vraag is uitzonderlijk moeilijk te beantwoorden. Want wanneer is iets écht veilig? Adrienne Sips, werkzaam bij het RIVM dat namens Nederland veel onderzoek doet naar de risico’s van nanozilver, noemt het ‘een grote puzzel die we aan het oplossen zijn’.

In eerste instantie draait die puzzel om de giftigheid van nanozilver. Wat weten we daarover? In 2009 publiceerde het RIVM een overzichtsstudie met wat er bekend is over de risico’s van (nano)zilver. Daarin valt te lezen dat de giftigheid van nanozilver waarschijnlijk terug te voeren is tot de hoeveelheid zilverionen – zilveratomen met een positieve lading – die vrijkomen aan het zilveroppervlak.

De zilverionen zijn veel reactiever dan gewone zilveratomen en staan aan de basis van de antibacteriële werking. Bacteriën nemen de ionen op, waarna deze tot de beschadiging van het celmembraan leiden. Vrijkomende zilverionen leiden bij normaal zilver niet tot problemen. Je neemt, door inademing of via drinkwater, zo’n 70 tot 80 microgram zilver per dag op. Dat is niet schadelijk, en bij een hogere dosis treden, afgezien van een blauwgrijze huid – bekend als de aandoening agryrie – ook geen nare verschijnselen op. Volgens het RIVM is gewoon zilver te typeren als ‘relatief non-toxisch’.

Uitgelicht door de redactie

Geesteswetenschappen
75 jaar D-Day: de ‘Verschrikkelijke Tweeling’ gaat tekeer

Maatschappijwetenschappen
Hoeveel kans maken de Oranje Leeuwinnen op de wereldtitel?

Techniek
Is het verstandig om alle kolencentrales te sluiten?

Veel open vragen

Anders wordt het in het geval van nanodeeltjes zilver, schrijft het RIVM, want nanodeeltjes kunnen dienen als een reservoir van een relatief grote concentratie zilverionen. In verschillende studies wordt inderdaad DNA- en andere schade door nanozilver in dierlijke cellen waargenomen, bijvoorbeeld in zebravissen of in ratten. Vaak vinden deze experimenten in petrischaaltjes in een lab plaats en met hoge concentraties nanozilver. Of nanozilver ook voor mensen gevaarlijk is, kan het RIVM-rapport niet zeggen. Er zijn teveel onbekende factoren die een rol spelen. Van de vorm waarin we het nanozilver binnenkrijgen tot de manier waarop ons lichaam ermee omgaat.

Adrienne Sips (die ook bij die studie betrokken was) onderschrijft dit. “Het is bijvoorbeeld niet duidelijk wat er gebeurt als je nanozilver inslikt”, zegt Sips. “Het kan zijn dat nanozilver als bolletjes in je bloed terecht komt en zich zo verspreidt over je lichaam, waarna het lokaal ionen afgeeft. Of het bolletje geeft in het maagdarmkanaal al zijn ionen af en die verspreiden zich vervolgens. Het precieze mechanisme bepaalt grotendeels de toxiciteit.”

Blootstelling

Ook al is nog veel onduidelijk over de toxiciteit, het is altijd nog maar de helft van het verhaal. Zo bevat het beeldscherm waarop je dit artikel leest de nodige giftige metalen. Maar zolang je het beeldscherm niet opeet loop je geen gevaar. Kortom, ook de mate waarin je met een stof in aanraking komt bepaalt het risico. En dat is in het geval van nanozilver ook niet makkelijk te bepalen.

“Dat is één van de bottlenecks”, zegt Sips, “het inschatten van de hoeveelheden nanozilver in het water of in de lucht.” Je moet allereerst weten in welke producten nanozilver zit, en in welke mate het daaruit vrijkomt. Probleem is dat fabrikanten niet officieel hoeven aan te geven of ze nanodeeltjes aan hun product toevoegen, dus je kunt het alleen weten door de producten te controleren. Zo’n onderzoek als die van het RIKILT helpt daarbij, maar ook het RIVM doet zulke inventarisaties.

In het slib

Zoals het RIKILT-onderzoek liet zien, kan nanozilver door wassen in het afvalwater komen. Het komt zodoende terecht bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Amerikaans onderzoek uit 2010 laat zien dat nanozilver in water onstabiel is en in zilverionen wordt omgezet. Gevreesd wordt dat de ionen micro-organismen of waterdieren doden en het ecosysteem verstoren. Gelukkig blijkt uit recenter onderzoek dat nanozilver in het water met zwavel reageert tot zilversulfide. Deze onoplosbare brokjes worden vervolgens uit het water gefilterd.

Deze pijlstaartrups vormde eind 2010 het bewijs dat gouden nanodeeltjes uit planten doorgegeven kunnen worden aan dieren. En dat nanodeeltjes dus in de voedselketen terecht kunnen komen.

Niet dat het probleem dan direct verholpen is, want volgens Sips is de vraag of het wenselijk is dat nanozilver in het slib zit. Zo wordt slib vaak als kunstmest gebruikt en uitgestrooid over het land. Op die manier zouden nanodeeltjes in de bodem terecht kunnen komen, en mogelijk ophopen in de voedselketen. Bovendien sluit Sips niet uit dat zilverionen in water ook met andere moleculen reageren. Kortom, de modellen over de manier waarop nanodeeltjes zich in het milieu verhouden of verspreiden bevatten nog veel open plekken. Sips: “Het is nu heel lastig om een goede inschatting te maken hoe en waar de deeltjes in het milieu terecht komen.”

Gerust hart

De oplettende lezer heeft wellicht gemerkt dat als het gaat om de risico’s van nanozilver er toch vooral heel veel niet duidelijk is. Dat klopt, maar Sips heeft het idee dat nu beter zicht is op welke stukjes van de puzzel er echt toe doen. “De afgelopen jaren zijn we veel bezig geweest met uitzoeken met wat voor stoffen we nu te maken hebben en het controleren van meetmethoden. De komende jaren moet dit zijn vruchten gaan afwerpen.”

Dan blijft de vraag over of je met een gerust hart een t-shirt kunt aantrekken met nanozilver. “Geen probleem”, lacht Sips, “het is aangetoond dat de kans heel klein is dat zilver door je huid wordt opgenomen. De kleding met nanozilver is geen gevaar voor de volksgezondheid.” Sterker nog, volgens Sips heeft de kleding ook positieve kanten, want je hoeft het wellicht minder vaak te wassen. Dat zou wat zijn: als nanozilver juist wél heel goed voor het milieu blijkt te zijn.

Zie ook:

Bronnen:

  • S. Wijnhoven e.a., Nano-silver – a review of the available data and knowledge gaps in human and environmental risk assessment, Nanotoxicology (juni 2009) DOI: 10.1080/17435390902725914
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 februari 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.