Je leest:

Het Lourdes van de bronstijd

Het Lourdes van de bronstijd

Nieuwe verklaring voor de betekenis van Stonehenge

Auteur: | 6 oktober 2008

Over de betekenis van Stonehenge wordt al eeuwen gesteggeld, en dat zal nog wel een poos zo blijven. Onlangs hebben twee Britse archeologen een nieuwe verklaring geopperd: Stonehenge was een prehistorisch bedevaartsoord.

Update (2017) door Herman Clerinx

“Het onderzoek van Darvill en Wainwright dateert uit 2007-2008. Achteraf hebben ook andere Stonehenge-onderzoekers zich erover gebogen, en niet iedereen stemt met de conclusies in. Zo ziet archeoloog Mike Parker Pearson er niets in. In een link tussen de middeleeuwse verhalen over Merlijn en de prehistorie gelooft hij niet. Voor hem is het uitgesloten dat een middeleeuwse kroniekschrijver nog weet had van wat drie- of vierduizend jaar eerder kon zijn gebeurd. Een dergelijke lange ononderbroken verhalende traditie wordt volgens hem nergens op aarde aangetoond, zodat het heel toevallig zou zijn als dat hier wel het geval was.”

“Verder staat het volgens Parker Pearson absoluut niet vast dat de bluestones uit de Carn Menin groeve in de Preseli Mountains komen. Geologisch matchen de stenen in Stonehenge daar niet mee, schrijft hij. Twee andere groeven in de Preseli Mountains van Wales, in Carn Goedog en Crais-Rhos-y-felin, geven volgens Parker Pearson betere resultaten.”

“Bovendien heeft Parker Pearson op zijn beurt naar de geraamtes gekeken: van de ongeveer vijftigtal lichamen vond hij er amper drie met misvormingen. Te weinig om van een medische bedevaartplaats te kunnen spreken. Eens temeer blijft de discussie over de functie van Stonehenge, en meer bepaald de aanwezigheid van het bouwmateriaal uit Wales, onbeantwoord.”

Meer daarover in het nieuwe boek van Herman Clerinx, ‘Een paleis voor de doden. Over hunebedden, dolmens en menhirs.’ (Uitgeverij Athenaeum, 2017) 356 + 16 p., €24,99.

Wetenschappelijk wordt het Britse Stonehenge tot de megalithische bouwwerken gerekend, net als bijvoorbeeld onze hunebedden. Steeds gaat het om monumenten uit de prehistorie, gemaakt van kolossale stenen. De oudste exemplaren staan in Denemarken, Bretagne, Ierland en Portugal en zouden kort na 4500 v.Chr. zijn opgericht. De Nederlandse hunebedden worden rond 3400 v.Chr. gedateerd.

Stonehenge is een stuk jonger. De aanzet tot de bouw werd pas rond 3100 v.Chr. gegeven. En aanvankelijk bleef alles nog bescheiden: een ronde gracht en wal, met in het midden een ring van palen en een houten gebouwtje. Aan het complex in steen zoals we dat vandaag kennen, begonnen ze pas rond 2500 v.Chr. te knutselen.

Daarvoor reisden de Stonehenge-mensen eerst naar de Preseli Mountains in Wales. Uit de rotsen hakten ze er een reeks stenen, die ze vervolgens naar huis transporteerden. Waarschijnlijk deden ze dat per schip: eerst over zee, dan over de rivier – een tocht van afgerond 400 km. In Stonehenge plaatsten ze de stenen naast elkaar in een slordige halve cirkel. Meestal worden deze keien uit Wales de ‘bluestones’ genoemd.

Een eeuw later werden ze alweer vervangen door een cirkel van rechtopstaande zandstenen. Hierop legden werklui liggende keien, zodat de indruk werd gewekt dat deze stenen met elkaar verbonden waren. Binnen de cirkel plaatsten de werklui een tweede groep stenen, dit keer in de vorm van een hoefijzer. Ook hierop bevestigden ze telkens een liggende steen.

De bluestones belandden aan beide zijden van het hoefijzer in een cirkel. Later veranderden de bouwlieden opnieuw van mening en zetten ze ook de binnenste bluestones in de vorm van een hoefijzer.

Merlijn de tovenaar

Merlijn en stonehenge
Merlijn bouwt met een reus aan Stonehenge. Het is de oudst bekende afbeelding van het monument, uit een 14e-eeuws Engels manuscript.

Archeologen moeten er nog steeds naar gissen waarom Stonehenge werd gebouwd. Evenmin is bekend waarom het monument enkele keren werd veranderd. Eén ding is zeker: de as van het complex wijst naar het punt aan de horizon waar op 21 juni (de zonnewende) de zon opkomt. Maar die vaststelling werpt nauwelijks een licht op het doel van Stonehenge: om de zonsopkomst te voorspellen heb je niet zo’n groot monument nodig. Daarvoor kan het niet zijn gebouwd.

Net als bijvoorbeeld sommige hunebedden in Drenthe zal ook Stonehenge als het centrale punt van de toenmalige gemeenschap hebben gefungeerd. Mogelijk was het een religieus centrum of een soort tempel. Maar die verklaringen helpen ons niet veel vooruit want ook daarvoor was een eenvoudiger monument even geschikt.

In de Middeleeuwen hadden ze een mooie theorie verzonnen. Volgens een legende waren na een veldslag veel soldaten van koning Arthur dodelijk gewond. Om ze te genezen, ijlde Merlijn de tovenaar naar Ierland. Daar wist hij grote stenen staan die gebruikt werden om wonden te helen. Met zijn magische kracht tilde Merlijn de stenen op, verplaatste ze door de lucht en deed ze in Stonehenge neerdalen. Arthur sleepte zijn gewonde soldaten tot tegen de stenen en prompt waren zij genezen.

Hoewel duidelijk een verzinsel heeft dit verhaal zijn sporen nagelaten. Tot in de 18de eeuw n.Chr. gebruikte de plaatselijke bevolking stukjes steen van Stonehenge als talisman.

Geen toegang voor onbevoegden

Bezoekers aan Stonehenge klagen vaak dat er rond het monument een hek staat waar ze niet voorbij mogen. Maar diezelfde toeristen mogen zich gelukkig prijzen dat ze niet vijfduizend jaar eerder het complex hebben bezocht. Toen onttrok een dichte rij palen, een palissade van ongeveer zes meter hoog en drie kilometer lang, Stonehenge helemaal aan het zicht. Dat kwam onverwachts tijdens de opgravingen van de voorbije augustusmaand aan het licht.

Archeoloog Joshua Pollard van de universiteit van Bristol heeft er een hypothese over. Hij vermoedt dat, zoals elk onderdeel van Stonehenge, ook deze palen vooral een religieuze bedoeling hadden. De bouw ervan moet veel mankracht hebben gekost, redeneert Pollard, en dat doe je niet zonder goede reden. Maar welke? Om het monument te verdedigen, waren de palen niet hoog genoeg. Om vee binnen Stonehenge te houden, of gevaarlijke beesten erbuiten, was de palissade te hoog. Dus in die richting moeten we de verklaring niet zoeken.

Waarschijnlijk was de palissade bedoeld om Stonehenge af te schermen van de blikken van de massa. Daardoor konden de gewone vrouw en man niet zien wat hun leiders en priesters binnen het monument uitrichtten. Alleen aan de noordzijde, waar een afgebakende processieroute van de Avon-rivier naar Stonehenge leidde, was het complex nog zichtbaar. Maar daar hadden ‘onbevoegden’ waarschijnlijk geen toegang.

Ongetwijfeld moest deze afscherming het sociale onderscheid tussen de ingewijden en de rest van de bevolking beklemtonen. Tegelijkertijd moesten de palen het mysterie en het belang van de rituelen die zich in Stonehenge afspeelden, verhogen. Het geloof in de magische krachten van het monument, én van zijn priesters, werd er nog eens door versterkt.

Geneeskrachtige stenen

De voorbije twee eeuwen hebben archeologen bij herhaling Stonehenge op de schop genomen. De laatste keer dit voorjaar, toen de archeologen Tim Darvill en Geoffrey Wainwright opnieuw de oorspronkelijke bluestones-cirkel bestudeerden. Ze gingen ervan uit dat de sleutel om Stonehenge te begrijpen, in deze stenen moet schuilen. Waarom waren ze zo belangrijk dat ze helemaal uit Wales werden gehaald? En waarom vond men het nodig om ze, ongetwijfeld met veel pijn en moeite, enkele keren te verplaatsen?

Rondom het monument vonden Darvill en Wainwright een hoop menselijke beenderen. In veel gevallen ging het om misvormde beenderen, veel vaker dan je van een normale populatie zou verwachten. Kennelijk werden op deze plek vooral mensen met ziektes of verminkingen begraven.

Dankzij een chemische analyse van de tanden kon men achterhalen waar de zieken vandaan kwamen. Het bleek dat het niet alleen ging om buurtbewoners maar om bezoekers uit een verrassend ruim gebied: Wales, het Lake District, Ierland. Voor Darville en Wainwright leidt dat tot deze conclusie: Stonehenge was een bedevaartsoord. Het was een prehistorisch Lourdes waar zieken uit alle windstreken kwamen om te genezen.

Dat verklaart waarom er de bluestones uit Wales staan. Als je dat gesteente in stukken hakt, krijgt het niet alleen een blauwige kleur, maar lijkt het alsof je honderden sterren ziet flikkeren. Wellicht zette dat de prehistorische mens aan het denken. Net zoals vandaag sommige mensen ‘geneeskrachtige’ stenen of mineralen kopen en op hun huid dragen, schreef de toenmalige mens de bluestones helende eigenschappen toe. Dáárom hebben de bouwers van Stonehenge zich de moeite getroost om de stenen van zo ver weg te halen.

Een paar jaar eerder hadden beide archeologen al in de Preseli Mountains gespit, op de plek waar de bluestones vandaan kwamen. Wat ze daar ontdekten, lijkt hun bedevaart-hypothese perfect te ondersteunen. Bij de steengroeve ontspringen bronnen, die van oudsher ‘holy wells’ (heilige bronnen) worden genoemd. Sinds de prehistorie kregen die geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven, precies door de weldoende kracht van de rotsen waaruit het water stroomt.

Rondom de bronnen vonden Darvill en Wainwright verschillende dolmens. In veel gevallen stonden er een of meer bluestones bij. Volgens beide archeologen moesten die de genezende kracht van de bronnen vergroten, net zoals men later Stonehenge tot een extra sterk bedevaartsoord zou uitbouwen.

Grondplan stonehenge
Volgens archeologen Darvill en Wainwright schuilt de sleutel tot het geheim van Stonehenge in de kleinere bluestones.

Waarom juist in Stonehenge?

Met de verklaring van Darville en Wainwright is het laatste woord over Stonehenge echter nog niet gezegd. Vooralsnog stemt niet elke archeoloog in met hun ideeën. Daarvoor is volgens sommigen hun bewijsvoering voorlopig te mager en blijft hun verklaring te speculatief. Niet iedereen gelooft dat de geraamtes die Darville en Wainwright konden opdelven, van pelgrims waren. Misschien ging het om gewone migranten, die in Stonehenge een nieuw leven wilden beginnen. Ook tijdens de prehistorie deden mensen dat.

Stonehenge84
Zo drukbezocht als hier is Stonehenge in de bronstijd waarschijnlijk nooit geweest. Integendeel, waarschijnlijk was het complex slechts voor enkelingen toegankelijk.

Een andere vraag die Darville en Wainwright niet hebben opgelost, luidt: als de bluestones inderdaad bedoeld waren om een geneeskrachtig bedevaartsoord te bouwen, waarom gebeurde dat dan precies op deze site? En niet in, of bij, een ander megalithisch complex? De regio staat vol zulke monumenten, dus er moet een speciale reden zijn geweest om juist Stonehenge uit te kiezen.

Ook Darville en Wainwright kunnen niet alles verklaren. Maar ze hebben hun nek uitgestoken. Wetenschap is geen kwestie van antwoorden geven maar van vragen stellen. Die verdienste komt hun toe. Bovendien beperkt hun theorie zich niet tot de traditionele verklaringen dat een monument als Stonehenge vooral diende als mausoleum voor belangrijke of verdienstelijke personen. Darville en Wainwright hebben verder gekeken. Daarmee hebben ze het debat over Stonehenge in een nieuwe richting gestuurd.

Herman Clerinx is freelance publicist, gespecialiseerd in archeologie, volkskunde en geschiedenis. In 2001 publiceerde hij ‘Kathedralen uit de steentijd. Hunebedden, dolmens en menhirs in de Lage Landen’.

Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 oktober 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.