Je leest:

Het lichaam als spreekbuis voor de geest

Het lichaam als spreekbuis voor de geest

Kinderen met onverklaarbare lichamelijke klachten zijn geen aanstellers. Vaak is er psychologisch wel echt iets aan de hand. Daarom verdienen ze serieuze aandacht. Dat stelt de Leidse psychologe Francine Jellesma. Het dogma dat aandacht voor dit soort klachten alleen naar averechts werkt, doet dan ook meer kwaad dan goed.

Eén op de vier kinderen heeft lichamelijke klachten; voor 90% daarvan is geen medische oorzaak aan te wijzen. Aanstellerij? Psychologe Francine Jellesma denkt daar anders over. “Kinderen met lichamelijke klachten zitten vaak ook geestelijk niet lekker in hun vel en verdienen serieuze aandacht.”

Leg een kind met lichamelijke ongemakken niet te veel in de watten; je versterkt er onschuldige pijntjes mee. Het is een populair opvoedkundig advies. Ten onrechte, betoogt ontwikkelingspsychologe Francine Jellesma deze maand in het toonaangevende vakblad Health Psychology. Uit een grootschalig onderzoek van de psychologe onder kinderen met lichamelijke klachten, blijkt dat bevestigend gedrag door ouders de klachten niet versterkt. “De angst om kinderen met lichamelijke klachten te veel te vertroetelen is ongegrond. Het is juist belangrijk om hun klachten serieus te nemen.”

Francine Jellesma: “Juist bij kinderen moet je de tijd nemen om zicht te krijgen op wat er allemaal in het hoofd en het lichaam omgaat.”

Onzekerheid bij kind en ouders

Jellesma pleit er al langer voor om lichamelijke klachten van kinderen niet te bagatelliseren. Zij wijdde de laatste jaren diverse publicaties aan het onderwerp. Aanleiding daarvoor: Rotterdams onderzoek heeft uitgewezen dat, over een periode van drie maanden, één op de vier kinderen incidenteel of regelmatig last heeft van pijn of andere fysieke ongemakken.

Voor die klachten is door de huisarts of medisch specialist lang niet altijd een lichamelijke verklaring te vinden. Sterker nog: in 90% van de gevallen blijkt er geen medisch aanwijsbare oorzaak. “Maar dat maakt de klachten niet minder vervelend”, stelt Jellesma. “Het uitblijven van een medische verklaring leidt tot extra onzekerheid bij het kind en zijn ouders.” Jellesma en haar collega’s besloten daarom te onderzoeken welke psychologische factoren er in het spel zijn bij de lichamelijk tobbende kinderen.

Niet lekker in je vel

De psychologe zette een grote studie op onder meer dan 500 kinderen van elf basisscholen in Nederland. Aan de hand van vragenlijsten inventariseerde ze hun lichamelijke klachten, maar ook depressieve en angstige symptomen. Kinderen met veel lichamelijke klachten bleken vaker te kampen met negatieve gevoelens en ervoeren minder controle over hun leven. “Ook geestelijk zitten de kinderen vaak niet lekker in hun vel”, aldus Jellesma. Bij die kinderen die na verloop van tijd een gevoel van controle herwonnen, bleken de klachten af te nemen.

Eén op de vier kinderen heeft last van lichamelijke klachten; voor 90% daarvan is geen medische oorzaak aan te wijzen.

Hoewel deze bevindingen niet direct oorzakelijke conclusies toelaten, onderstrepen ze volgens Jellesma wel de toegevoegde waarde van de psychologie in het behandelen en begeleiden van de kinderen. “Het kan veel onduidelijkheid en onzekerheid bij kind én ouders wegnemen wanneer ook psychische factoren worden onderzocht. Zeker wanneer de medische wetenschap hen een antwoord schuldig blijft.”

Positief denken doorbreekt neerwaartse spiraal

Hoe belangrijk het is om lichaam én geest te onderzoeken, blijkt wel uit het onderzoek van Jellesma. Kinderen die in onzekerheid worden gelaten en gaan piekeren over hun klachten, dreigen in een neerwaartse spiraal te belanden. “Negatieve gedachten versterken de klachten”, zegt Jellesma. “Het is dus van belang dat kinderen met negatieve gedachten geleerd wordt om optimistischer te denken. Hoofdpijn hoeft niet direct een indicatie te zijn voor een hersentumor.”

De psychologe vond ondersteuning voor de kracht van positief denken, in een experiment waarin zij kinderen vroeg om in de klas bij te houden wanneer zij piekergedachten voelden opkomen (ongeacht of die gerelateerd waren aan lichamelijke klachten of niet). Kinderen die zij instrueerde om de piekergedachten op zulke momenten uit te stellen, piekerden minder en ervoeren minder lichamelijke klachten dan kinderen die hun negatieve gedachten de vrije loop lieten. Kortom: maak de geest weer gezond, dan volgt het lichaam.

Jellesma: “Het kind positief bevestigen in zijn klachten versterkt die klachten niet, maar maakt ze bespreekbaar.”

Klachten erkennen is juist goed

Niet alleen het kind zelf, maar ook de ouders nemen een prominente positie in binnen het onderzoek van Jellesma. Zij staan immers dagelijks in contact met het kind en kunnen daardoor de beleving van de klachten beïnvloeden. Zoals Jellesma deze maand in Health Psychology schrijft, is er geen reden om huiverig te zijn voor het geven van extra aandacht aan het lichamelijk (en vaak ook geestelijk) tobbende kind. Jellesma: “Het kind positief bevestigen in zijn klachten versterkt die klachten niet, maar maakt ze bespreekbaar. Als iemand pijn ervaart, dan moet die ervaring eerst door de buitenwereld erkend worden. Daar begint de zoektocht naar oorzaken en oplossingen.”

Wat als kinderen geneigd zijn hun klachten te verzwijgen? Dan is het volgens Jellesma des te belangrijker dat ouders alert zijn en elk signaal van lichamelijk ongerief serieus nemen. Het belang daarvan werd haar duidelijk toen ze enkele kinderen met lichamelijke klachten interviewde in een ziekenhuis. “Een jongetje dat behandeld werd voor buikkramp, bleek ook veel last te hebben van moeheid. Maar dat vertelde hij me pas toen ik doorvroeg op zijn eerdere antwoorden. Juist bij kinderen moet je sensitief zijn en de tijd nemen om zicht te krijgen op wat er allemaal in het hoofd en het lichaam omgaat.”

Jellesma, F.C., Rieffe, C., Meerum Terwogt, M., & Westenberg, P.M. (2008). Do parents reinforce somatic complaints in their children? Health Psychology, 27(2).

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 april 2008

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE