Je leest:

Het karakter van het Chinees

Het karakter van het Chinees

Auteur:

Het Chinees wordt door meer mensen gesproken dan welke ander taal dan ook. Maar als we “Chinees” zeggen, welk Chinees bedoelen we dan? Hieronder gaan we in op deze vraag. Verder laten we een aantal interessante eigenschappen van het Chinees de revue passeren.

Sommige mensen vinden dat Chinezen zingen als ze praten, anderen vinden het weer meer als knauwen klinken. Het is allebei te verklaren. Omdat iedere lettergreep met een bepaald toonverloop uitgesproken moet worden, ontstaat er voor wie er oor voor heeft als het ware een melodietje. Aan de andere kant zijn Chinese woorden over het algemeen heel kort, wat de knauwerigheid in de hand werkt.

Welk Chinees?

Als we het over het Chinees hebben, bedoelen we meestal het Mandarijn. Het Mandarijn is de standaardtaal van China: de taal die wordt gebruikt bij het bestuur van het land op alle niveaus, in de rechtspraak en alle andere officiële functies. Vrijwel alle programma’s op radio en televisie zijn in het Mandarijn, alle kranten en tijdschriften zijn in het Mandarijn en het Mandarijn is ook de taal die in het onderwijs wordt gebruikt.

Het overgrote deel van de Chinese bevolking heeft een variant van het Mandarijn als moedertaal; de rest leert het op school of door naar de televisie te kijken. Het Mandarijn wordt als moedertaal gesproken in een brede strook die zich van het uiterste noordoosten van China uitstrekt tot het uiterste zuidwesten. Natuurlijk is het Mandarijn van de Zuidwesterling niet helemaal hetzelfde als dat van de Noordoosterling, maar wat ze spreken is duidelijk te herkennen als Mandarijn.

Er worden in China naast het Mandarijn nog heel veel andere talen gesproken. Ten eerste zijn er de andere Chinese talen, die we meestal “Chinese dialecten” noemen, zoals het Kantonees, het Hakka en het Hokkien. De term dialect is wat misleidend omdat hij suggereert dat de onderlinge verschillen niet zo groot zijn. Maar dat zijn ze wel! Ze klinken heel anders, de woordenschat is bij lange na niet hetzelfde en ook grammaticaal zijn er grote verschillen. Je zou kunnen zeggen dat het Kantonees en het Mandarijn van elkaar verschillen zoals het Nederlands van het Deens: het Nederlands en het Deens behoren allebei tot de Germaanse taalfamilie en ze hebben veel gemeen, maar heel veel ook niet.


De kaart van China. Klik op de afbeelding om een grotere kaart weer te geven

De niet-Mandarijnse, Chinese talen worden gesproken ten zuidoosten van de Mandarijnse strook, zeg maar het kustgebied tussen Shanghai en Hongkong en het directe achterland. De Chinezen die zich in de loop der tijd overzee hebben gevestigd komen uit deze zuidoostelijke kustgebieden. Dat geldt ook voor Chinezen in Nederland, die grotendeels uit Hongkong afkomstig zijn en Kantonees spreken, en uit Wenzhou en omgeving (een paar honderd kilometer ten zuiden van Shanghai), waar men Wenzhounees spreekt.

Naast de Chinese talen, zijn er nog minstens vijftig talen die gesproken worden door etnische minderheden in China, zoals het Tibetaans en het Oeigoers. Sommige van deze talen zijn in de verte verwant aan het Chinees (zoals het Tibetaans), maar vele behoren tot andere taalfamilies (zoals het Oeigoers, een verre neef van het Turks). Hieronder gaat het uitsluitend over het Mandarijn.

Korte woordjes

De meeste Chinese woorden zijn kort: ze hebben vaak maar één of twee lettergrepen die eenvoudig in elkaar zitten. Het Chinees kent geen clusters van medeklinkers zoals we die in het Nederlands kennen: spr-, kn-, -chts. Het ingewikkeldst dat in het Chinees voorkomt zijn klankcombinaties die we volgens de Nederlandse spelling zouden schrijven als ts, tsj of dzj, en die vinden we alleen aan het begin van een lettergreep. Aan het eind van een lettergreep zijn de mogelijkheden helemaal beperkt: we vinden er slechts klinkers (zoals a, o, i), n, ng en een klank die ongeveer klinkt als een Engelse r.

Tonen

De lettergrepen van het Chinees mogen dan relatief simpel in elkaar zitten, daar staat tegenover dat er wel op iedere lettergreep een toon zit. Iedere lettergreep wordt uitgesproken met een bepaald toonverloop en spreek je dit verkeerd uit, dan krijg je een ander woord. Neem een lettergreep als wang. In het Mandarijn kun je die op vier verschillende manieren uitspreken en iedere keer krijg je een andere betekenis. Spreek je wang uit met een vrij hoge toon die constant hoog blijft, wāng, dan betekent het “samenklonteren”. Spreek je het uit met en stijgende toon (alsof je een vraag stelt), wáng, dan zeg je “koning”. Ga je eerst een stukje naar beneden en dan omhoog, wăng, dan heb je “(het) net” gezegd. En spreek je het uit met een dalend toonverloop, dus alsof je een commando geeft, wàng, dan zeg je “vergeten”. Zo gaat het met alle lettergrepen:

“moeder” “hennep” “paard” “schelden”

Die tonen horen dus echt bij het woord. In het Chinees heeft een toon dezelfde status als de andere klanken in een woord. Als je in het Nederlands de b van bal verandert in een p, dan krijg je een ander woord: pal, en verander je de a in een e krijg je ook een ander woord: bel. Dat geldt ook voor het Chinees: als we de w in wàng “vergeten” vervangen door een b dan krijgen we bàng “fantastisch”. Het veranderen van een toon is hetzelfde als het veranderen van een andere klank in een woord. Verander je de toon, dan krijg je een ander woord.

Het Chinees is een toontaal: het verloop van de toonhoogte binnen een woord draagt bij aan de betekenis van dat woord. Het verloop van de 4 tonen is hiernaast afgebeeld. Bron: Wikipedia

Verbuigingen en vervoegingen

Chinese woorden kun je niet verbuigen en vervoegen. Zo heeft een Chinees zelfstandig naamwoord maar één vorm: er wordt geen verschil gemaakt tussen enkelvoud ( boek) en meervoud ( boeken), en er worden ook geen verschillende naamvallen onderscheiden. Ook de werkwoorden hebben maar één vorm. Waar bij ons werkwoorden in verschillende vormen voorkomen ( kom, komt, komen, kwam, kwamen, gekomen) kent het Chinese werkwoord in wezen maar één vorm. Verschil tussen tegenwoordige en verleden tijd wordt dus niet gemaakt.

Wel kun je aan een werkwoord het woordje le toevoegen om aan te geven dat de handeling voltooid is. Hier is een voorbeeld:

wŏ kàn nĭde shū

betekent ‘ik’, kàn betekent ‘lezen’, nĭde betekent ‘jouw’ en shū betekent ‘boek’ of ‘boeken’. Afhankelijk van de context betekent dit zinnetje dus: ‘ik lees jouw boek’, ‘ik las jouw boek’, ‘ik lees jouw boeken’, ‘ik las jouw boeken’.

Als je dat woordje le achter het werkwoord kàn ‘lezen’ zet, wordt de handeling van het werkwoord voltooid:

wŏ kàn-le nĭde shū ‘ik heb jouw boek(en) gelezen’

Dit le is voor alle werkwoorden hetzelfde. Je hebt dus niet voor verschillende werkwoorden verschillende vormen.

Verdubbeling

Het Chinees kent ook een verschijnsel dat in het Nederlands nauwelijks voorkomt: verdubbeling. Hierbij wordt een lettergreep of woord herhaald om een bepaalde betekenis uit te drukken. In het Nederlands kennen we drukdrukdruk om aan te geven dat we het iets drukker is dan gewoon druk, maar meer voorbeelden zijn er bijna niet.

In het Mandarijn kun je werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en sommige zelfstandige naamwoorden verdubbelen. Per woordsoort heeft het verdubbelen een ander effect op de betekenis.

Laten we eerst kijken naar de werkwoorden. Neem kàn ‘lezen’, dat we net al gezien hebben. Kàn betekent ‘lezen’, kànkàn betekent ‘even lezen’. De verdubbeling maakt het wat vrijblijvender, zwakt het wat af. Zuò betekent ‘zitten’, zuòzuò betekent ‘even zitten’. Tīng is ‘horen, luisteren’, tīngtīng ‘even luisteren’.

Bij de bijvoeglijke naamwoorden is het effect precies het tegenovergestelde. Terwijl verdubbeling bij werkwoorden de boel wat afzwakt, wordt bij bijvoeglijk naamwoorden de betekenis bij verdubbeling juist versterkt: gāoxìng betekent ‘blij’, gāogāoxìngxìng betekent ‘heel blij’. Hóng betekent ‘rood’, hónghóng betekent ‘heel rood’.

Zelfstandig naamwoorden kunnen maar heel soms verdubbeld worden. De verdubbeling geeft dan een speciaal soort meervoud aan. Zo betekent rén ‘mens’, maar rénrén ‘mens-mens’ betekent: ‘iedereen’.

Maatwoorden

In talen als het Nederlands wordt onderscheid gemaakt tussen zelfstandig naamwoorden die een meervoudsvorm kennen ( boek-boeken) en die, die maar één vorm hebben: rijst, krijt. Als je deze laatste wilt tellen moet je een zogenaamd maatwoord gebruiken: een kilo rijst, een kom rijst, een stuk krijt. Hetzelfde zien we bij vloeistoffen: een glas wijn, een fles bier, een krat water. Wat je dan eigenlijk zegt is: een [teleenheid] bier, een [teleenheid]wijn, een [teleenheid] rijst.

Het aardige aan het Chinees is nu dat ze bij alle zelfstandig naamwoorden een maatwoord gebruiken, dus niet alleen bij die woorden waar wij het ook doen. In het Chinees zeg je dus ook: een [teleenheid] fiets, een [teleenheid] hond, een [teleenheid] mens. In het Chinees ziet dit er zo uit:

één  teleenheid       liàng           zìxíngchē ‘fiets’     één teleenheid fiets: ‘één fiets’      zhī              gŏu ‘hond’            één teleenheid hond: ‘één hond’      ge               rén ‘mens’            één teleenheid mens: ‘één mens’

Wat je ziet is dat het eenheidswoordje niet steeds hetzelfde is. In het Chinees gebruik je verschillende eenheidswoordjes voor verschillende categorieën zelfstandig naamwoorden. Dus: liàng is het eenheidswoordje voor voertuigen, zhī onder andere voor kleinere dieren, en ge is een heel algemeen eenheidswoord, dat oorspronkelijk ‘bamboestaak’ betekent. Zeg je in het Chinees ‘één mens’, dan zeg je dus eigenlijk: ‘één staak mens’.

Naast deze drie eenheidswoordjes en de bijbehoren categorieën zijn er nog veel meer, zoals: tiáo voor lange dunne slappe dingen, zoals slangen en touwen, voor kleine ronde dingen, zoals korrels en kralen, zhāng voor vierkante platte dingen, zoals foto’s, vellen papier, tafels en bedden.

Het schrift

Een artikel over de Chinese taal kan niet zonder een stukje over het Chinese schrift. Het Chinese schrift zit heel anders in elkaar dan het onze. Met ons alfabet schrijven wij, in principe, losse klanken. Soms heeft zo’n losse klank een betekenis, zoals de u, maar het is niet zo dat we iedere keer als we een u schrijven, de betekenis van het woord u erbij krijgen.

Het Chinese schrift verschilt op twee punten van ons alfabetische schrift. Ten eerste schrijven ze geen losse klanken, maar hele lettergrepen in een keer. Ten tweede speelt de betekenis ook een belangrijke rol: verschillende woorden die hetzelfde klinken worden anders geschreven. Het is te vergelijken met wat we in de Nederlandse spelling doen met rauw-rouw, wij-wei, jouw-jou: als een woord iets anders betekent, schrijven we het anders, ook als het hetzelfde klinkt. Alleen doen wij dit niet zo veel: wat ‘bank’ ook betekent, we schrijven altijd ‘bank’.

In het Chinese schrift is er voor iedere betekenisvolle eenheid (een woord of een deel van een woord) een apart teken (“karakter” genoemd). Er zijn bijvoorbeeld zo’n twintig verschillende woorden die allemaal klinken als jiā (dus met de hoge, gelijkblijvende toon), maar die allemaal een ander karakter hebben in het Chinese schrift. Hieronder zie je enkele voorbeelden hiervan.

Het Chinese schrift heeft dan ook veel meer tekens heeft dan een alfabet; om de krant te lezen heb je er toch al gauw zo’n 3000 nodig.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 juli 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE