Je leest:

Het introduceren van soorten

Het introduceren van soorten

Auteur: | 4 december 2012

Gericht natuurbeheer en natuurontwikkeling moeten natuurgebieden weer geschikt maken voor soorten die er vroeger voorkwamen. Als de soort niet vanzelf terugkomt, wordt deze soms opnieuw geïntroduceerd.

Het verslepen van planten en dieren is wettelijk niet zomaar toegestaan en ook introducties vinden pas plaats als ze voldoen aan wetten en de richtlijnen van de IUCN. Hierna volgen enkele voorbeelden van soorten die in Nederland zijn uitgezet.

Introductie van uit Nederland verdwenen soorten

Bever: vanuit Polen uitgezet in de Biesbosch (vanaf 1988). Na een slechte start vanwege milieuvervuiling, gaat het nu heel goed met dit grote knaagdier. De bever koloniseert Nederland vanuit de Maas en het Rijnbekken in rap tempo. Dit door natuurontwikkeling langs de rivieren.

Otter: vanuit Polen uitgezet in Noordoost- Overijssel (sinds 2002). Voor de otter is het gebied wat druk, vele sterven door autoverkeer. Het blijft een kwakkelende populatie, waar steeds nieuwe individuen bijgezet moeten worden.

Ooievaars zijn in 1969 opnieuw in Nederland geïntroduceerd, maar de vogels kunnen zich nauwelijks zonder hulp van mensen handhaven.
Stichting BWM

Raaf: vanuit Duitsland uitgezet op de Hoge Veluwe (1969-1992). De vogel is goed aangeslagen en inmiddels ook in kleine aantallen te vinden op andere plekken in het oosten van Nederland. Na een aantal jaren van spectaculaire groei is de populatie nu stabiel.

Ooievaar: sinds 1969 zijn diverse ooievaarsdorpen ingericht om deze vogel te kweken en langzaam hun eigen weg te laten vinden in de omgeving. Het is een succes, maar de ooievaar is eigenlijk de ooievaar niet meer. Van de ongeveer 750 broedparen brengen er slechts 20 tot 50 hun jongen groot zonder menselijke hulp, zoals nestplaatsen, en slechts de helft van de populatie trekt in de winter weg naar Afrika.

Steur: vanuit de Gironde (Frankrijk) uitgezet in de Nederlandse rivieren (2012). Er volgen nog enkele aanvullingen. Het is afwachten of deze introductie aanslaat.

Pimpernelblauwtje en donker pimpernelblauwtje (dagvlinders): vanuit Polen uitgezet in de Moerputten bij ’s Hertogenbosch (beide in 1990). Het pimpernelblauwtje is aangeslagen. Speciale natuurontwikkeling in het omliggende gebied moet het leefgebied vergroten, want deze geïsoleerde populatie blijft kwetsbaar. Het donker pimpernelblauwtje is niet aangeslagen, wel heeft de soort zich op eigen kracht vanuit Duitsland in Midden-Limburg gevestigd.

Een deel van de geïntroduceerde soorten slaat niet aan of gedraagt zich op onverwachte wijze. Sommige grote dieren, zoals de bever, zeearend, lynx en wolf, vinden van nature hun weg naar Nederland terug. Het scheppen van voorwaarden, zoals het afschaffen van de jacht en het ontwikkelen van natuur en verbindingszones, is dan voldoende. De steur is een soort die uit een geheel stroomgebied was verdwenen en had nooit op eigen kracht terug kunnen komen. Andere, vooral kleine dieren hebben ook weinig kans zich op eigen kracht te verspreiden naar nieuwe gebieden.

Verplaatsen van soorten binnen Nederland

Zilveren maan (dagvlinder): uitgezet in de Mije (1993) en het Ilperveld (2001) omdat hij zeldzaam geworden was. De aanvulling is niet aangeslagen en weer verdwenen.

Zweedse korhoenders zijn uitgezet op de Hoge Veluwe, het is de vraag of ze zich daar zullen kunnen handhaven.
Stichting BWM

Korhoen: vanuit Zweden is de populatie op de Sallandse Heuvelrug aangevuld (2012) en zijn gekweekte korhoenders uitgezet op de Hoge Veluwe (2007 en 2012). Van de laatste zijn er veel opgegeten door roofvogels, of het gebied uit gevlogen, maar enkele dieren houden stand. De vraag is of het korhoen zich duurzaam zal kunnen vestigen op de Hoge Veluwe.

Nogal eens wordt een soort onofficieel verplaatst, zoals ringslangen die zijn uitgezet in het Wormer- en Jisperveld en de Alpenwatersalamanders in de provincie Utrecht. Het zomaar uitzetten van reptielen en amfibieën komt veel voor, vanwege het grote aantal terrariumhouders in Nederland. De muurhagedis en vroedmeesterpad zijn in enkele steden aangeslagen na illegaal uitzetten in tuin of sloot. Al deze soorten vonden hun nieuwe woonplek geweldig. Maar alleen van de soorten die aanslaan komen we natuurlijk te weten dat dit is gebeurd. Het blijft de vraag hoe vaak illegale introducties geen succes hebben.

Is introduceren verantwoord?

Is het introduceren van soorten wel een goede manier om onze soorten te beschermen? Voorstanders voeren vaak aan dat het hele Nederlandse landschap is gemaakt en beïnvloed door de mens. Door landgebruik, vervuiling, en natuurbeheer bepaalt de mens toch al welke soorten waar kunnen overleven. Nederland kent allang geen natuurlijke soortengemeenschappen meer, dus kun je soorten die het nodig hebben gericht uitzetten.

Tegenstanders vinden dat het uitzetten van soorten een extreme vorm van tuinieren is en niet thuishoort in het natuurbeheer. Zit een soort ergens niet, dan past hij ook niet in dat gebied omdat het te geïsoleerd ligt of van onvoldoende kwaliteit is. Bovendien is de heersende mening dat er weinig te genieten valt aan een korhoen op de heide als je weet dat hij is opgegroeid in een kippenhok. Dan kun je de soort net zo goed bekijken in de dierentuin.

Introducties komen vaak voort uit de wensen van specifieke natuurorganisaties, of vanwege de publieke opinie. Objectief gezien hebben introducties niets te maken met het beschermen van onze biodiversiteit. In elk willekeurig gebied komen duizenden soorten voor, waarvan er jaarlijks zeker tientallen bijkomen én verdwijnen door natuurlijke oorzaken. De aanwezigheid van een enkele extra soort voegt daar ecologisch gezien niet veel aan toe. Bovendien is het gevaar van introducties dat ze een signaal geven dat we niet zo zuinig hoeven te zijn op onze resterende natuur, want we zetten gewenste soorten gewoon ergens terug waar we willen. Dat zou een verkeerde gedachte zijn.

Zie ook:

Nederlands biodiversiteitsbeleid Internationaal biodiversiteitsbeleid Biodiversiteit en het natuurbeheer

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 december 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.