Je leest:

Het gevaar van de risicoanalyse

Het gevaar van de risicoanalyse

Auteur: | 19 juli 2007

Als het aan minister Rouvoet ligt, voert de jeugdzorg zo snel mogelijk een risicoanalyse in, dat bepaalt of er extra op een kind gelet moet worden. Maar welke omstandigheden vormen een risico? Het antwoord daarop komt uit statistieken: een arm gezin, een instabiel huwelijk, werkloosheid. Maar deze statistieken zijn nooit bedoeld voor toepassing op individuele gevallen. Pedagoog Bas Levering waarschuwt voor de gevaren van zo’n risicoanalyse.

Het regent de laatste maanden alarmerende berichten uit de jeugdzorg. Uit een rapport over het Maasmeisje bleek dat maar liefst 21 instanties zich met haar zaak hadden beziggehouden. Ze werkten langs elkaar heen en niemand nam de regie. Ook kindermishandeling en –misbruik blijken veel vaker voor te komen dan gedacht. Het aantal slachtoffers ligt volgens recent onderzoek eerder tussen de 100.000 en 160.000 kinderen per jaar dan rond de 50.000, zoals eerder werd aangenomen.

De oorzaken van al dit kinderleed liggen volgens de meeste politici met name in het gezin. Zijn de ouders werkloos, arm of vroeger zelf mishandeld? Of is er geen sprake van een stabiel huwelijk? Dan loopt – volgens de statistieken – een kind een hoger risico om als gevolg van opvoedproblemen in de knel te raken. En daarom moet een kind binnenkort een elektronisch dossier met daarin een analyse van deze risico’s. Zo kunnen de hulpverleners extra opletten bij potentiële probleemgevallen en wordt de jeugdzorg efficiënter.

De berichten uit de jeugdzorg zijn alarmerend: instanties werken langs elkaar heen en veel meer kinderen dan gedacht worden slachtoffer van mishandeling en misbruik. Ingrijpen lijkt dus noodzakelijk, maar is het invoeren van een risicoanalyse echt de oplossing? Wetenschappelijk bewijs dat het echt werkt om een kind met een hoog risicoprofiel extra te volgen ontbreekt.

Geen wetenschappelijk bewijs

Pedagoog Bas Levering keert zich vandaag in dagblad Trouw tegen deze redenering. Hij stelt in een interview dat er helemaal geen wetenschappelijk bewijs is dat het helpt om alle kinderen die volgens de analyse een groot risico lopen extra te volgen. Dit is misbruik maken van de statistieken, die nadrukkelijk niets zeggen over individuele gevallen. Daarom is de conclusie van wethouder en voorstander van de risicoanalyse Geluk (Rotterdam) ook zo fout: hij beweerde onlangs dat er in zijn stad 6000 ‘Maasmeisjes’ zijn omdat deze kinderen een overeenkomstig risicoprofiel hebben. Maar, zo stelt Bas Levering, het is natuurlijk volkomen onjuist te suggereren dat die 6000 hetzelfde lot wacht als het Maasmeisje.

Bovendien loop je bij gebruik van statistieken om tot zo’n risicoanalyse te komen tegen een tweede probleem aan. Want betekent een lager risicoprofiel nu dat we – bijvoorbeeld op het consultatiebureau – minder goed hoeven op te letten? Kunnen hulpverleners achterover leunen als ze een kind treffen met twee werkende ouders in een stabiel huwelijk, maar moeten de argusogen worden geactiveerd als een alleenstaande bijstandsmoeder binnenkomt?

Dat een kind een laag risicoprofiel heeft, mag natuurlijk nooit betekenen dat dit kind op bijvoorbeeld het consultatiebureau minder goed in de gaten gehouden wordt dan een kind met een hoog risicoprofiel. In beide gevallen kan het immers mis gaan. Maar wat draagt zo’n risicoanalyse dan nog bij aan het welzijn van het kind?

Statistieken zeggen niks over het individuele kind

Het antwoord van Bas Levering is helder: natuurlijk niet. Arme mensen kunnen hele goede opvoeders zijn, en rijke hele slechte. Die statistieken zeggen daar niks over. Maar stel je voor wat het voor een ouder betekent om zo’n stempel te krijgen. Bas Levering vreest dat ouders hierdoor juist minder geneigd zijn om hulp te zoeken als er iets is. Een risicoanalyse gebaseerd op statistieken zegt dus niet alleen niets over het individuele kind, maar kan zelfs averechts werken. En daar is niemand mee geholpen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.