Je leest:

Hervormingsverdrag in plaats van Grondwet

Hervormingsverdrag in plaats van Grondwet

Op 1 juni 2005 mochten alle Nederlandse kiezers in een referendum stemmen over de Europese Grondwet. Van de mensen die naar de stembus gingen was 61,5 procent tegen de grondwet. Ook de Franse kiezers stemden tegen de Grondwet. Toen de Grondwet werd afgekeurd zaten de Europese landen met een probleem. Hoe moest het nu verder met Europa? De meeste landen vonden de tekst van de Grondwet prima, andere landen wilden er veel aan veranderen. Er moest weer onderhandeld worden.

Tot nu toe is alles in de Europese Unie geregeld volgens het Verdrag van Nice. In dit verdrag heeft men in 2000 de meest recente versie van de Europese spelregels vastgelegd. Maar sindsdien is het aantal lidstaten van de EU gegroeid van 15 naar 27. Met de bestaande spelregels kan dit grote gezelschap slecht uit de voeten. Daarom moest er een verdrag met nieuwe spelregels komen, de ‘Europese Grondwet’. Toen deze Grondwet werd afgekeurd zaten de Europese landen met een probleem. De meeste landen vonden de tekst van de Grondwet prima, andere landen wilden er veel aan veranderen. Er moest weer onderhandeld worden.

Nederlandse wensen

De Nederlandse kiezers hadden in meerderheid tegen de Grondwet gestemd, dus het kabinet wilde de Grondwet vervangen door een gewoon verdrag. Volgens het kabinet hadden de kiezers verschillende redenen voor het ‘nee’ tegen de Grondwet. Op basis daarvan kwam het kabinet met een aantal wensen.

Volgens het kabinet zien de Nederlandse burgers de Grondwet als het begin van een Europese staat. Zij zijn bang dat Europa de rol van Den Haag overneemt. Daarom moest er nu een gewoon verdrag komen in plaats van de Grondwet. De naam, de vorm en de inhoud van het verdrag mogen niet meer lijken op een grondwet. Daarnaast denkt het kabinet dat Nederlandse burgers meer controle willen op de beslissingen die in Europa genomen worden. Daarom moesten de nationale parlementen een grotere rol krijgen.

Verder willen burgers volgens het kabinet duidelijkheid over de grenzen van Europa. In het verdrag moest dus ook staan waarover Europa geen beslissingen mag nemen. Besluiten over pensioenen, onderwijs en wonen moet Nederland zelf kunnen nemen. De grenzen van Europa moeten ook duidelijk zijn als het gaat om het toelaten van nieuwe landen tot de Europese Unie. Daarom moesten de voorwaarden voor toelating worden opgenomen in het nieuwe Verdrag.

Premier Balkenende met José Manuel Barroso (voorzitter van de EU) en Gordon Brown (Premier van Groot-Britannië) bij de ondertekening van het hervormingsverdrag.

Wat zijn de verschillen tussen Grondwet en Hervormingsverdrag?

Hieronder staan de belangrijkste verschillen tussen de Grondwet en het Verdrag:

1. De Europese vlag en het Europese volkslied stonden in de Grondwet, maar staan niet meer in het Verdrag.

2. Het Handvest van de Grondrechten is uit de tekst gehaald, er staat alleen nog een verwijzing in naar het Handvest. In het Handvest van de Grondrechten zijn alle grondrechten opgenomen die in de Europese Unie gelden, zoals bijvoorbeeld gelijkheid, vrijheden en waardigheid. Hoewel het Handvest zelf er niet meer in staat blijven deze grondrechten wel bindend, omdat ernaar wordt verwezen.

3. Er komt geen Europese minister voor Buitenlandse Zaken, maar een Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid.

4. Richtlijnen en besluiten van de Unie mogen geen wet meer heten. Ook is uit de tekst gehaald dat Europese regelgeving boven nationale wetgeving gaat. Overigens hebben de Europese regels in de praktijk al 30 jaar voorrang boven nationale wetten.

5. Om het voor landen moeilijker te maken om lid te worden van de Europese Unie wordt in het Verdrag verwezen naar de ‘Criteria van Kopenhagen’. Daarin staat waaraan landen in ieder geval moeten voldoen om lid te worden van de Europese Unie.

6. De oranjekaartprocedure is aan de tekst toegevoegd, de gelekaartprocedure stond al in de Grondwet.

7. De Europese Unie mag zich niet bemoeien met diensten voor het algemeen belang, zoals volkshuisvesting en gezondheidszorg.

8. Het Verdrag wordt geen Grondwet meer genoemd.

Ondertekenen en goedkeuren

Op 13 december 2007 hebben de regeringsleiders en de staatshoofden van de EU-lidstaten hun handtekening onder de tekst van het Hervormingsverdrag gezet. Nu moet het Verdrag worden goedgekeurd door de parlementen van alle lidstaten. De tekst moet door alle EU-lidstaten ‘geratificeerd’ worden. Een land kan ervoor kiezen het verdrag eerst aan de bevolking voor te leggen in een referendum. Dat bepaalt dat land zelf. De Nederlandse regering heeft besloten geen referendum te organiseren, en een meerderheid van de Tweede Kamer is het daarmee eens. De Tweede Kamer zal het Hervormingsverdrag nu zonder referendum vooraf goedkeuren. De meerderheid van de Tweede Kamer is namelijk voorstander van het verdrag. Als ook alle andere parlementen in de EU-landen akkoord gaan kan het Hervormingsverdrag in werking treden.

Waarom houdt Nederland deze keer geen referendum?

Het kabinet vindt dat een referendum niet nodig én niet wenselijk is. Daarvoor geeft het kabinet twee redenen:

1. De Raad van State en het kabinet hebben geconcludeerd dat het Hervormingsverdrag een gewoon verdrag is, het heeft geen ‘grondwettelijk karakter’. Daarom is een referendum niet nodig.

2. Het kabinet verwacht dat een tweede ‘nee’ de positie van Nederland in Europa heel moeilijk zou maken. Daarom vindt het kabinet een referendum ook niet wenselijk. De coalitiepartijen in de Tweede Kamer, CDA, PvdA en ChristenUnie zullen tegen een referendum stemmen. Ook de SGP is tegen een referendum. De VVD heeft haar standpunt nog niet bepaald. De PvdA had in haar verkiezingsprogramma staan dat voor een nieuw (grondwettelijk) verdrag een nieuw referendum nodig is. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer besloot uiteindelijk dat zij tegen een referendum zou stemmen omdat het verdrag volgens de fractie niet grondwettelijk genoemd kan worden. SP, PVV, PvdD, GroenLinks en D66 zijn vóór een referendum. Volgens deze partijen zullen burgers nooit begrijpen dat ze wel over de Europese Grondwet mochten stemmen, maar niet over het Hervormingsverdrag. Zij vinden dat erg slecht voor het vertrouwen van burgers in Europa. Deze partijen hebben echter geen meerderheid in de Tweede Kamer, ook niet als de VVD zich bij hen aansluit.

Dit artikel komt uit de Onderwijskrant Europa HAVO/VWO van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), januari 2008.

Dit artikel is een publicatie van Instituut voor Publiek en Politiek (IPP).
© Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.